kan zijn dat er één begrip ontbreekt !!!
natuurfilosofie = het bestuderen van hoe de natuur werkt.
wijsgerige antropologie = de studie van de mens en ons begrip van onszelf en de wereld.
rationele theologie = gebruikt logisch denken om religieuze overtuigingen en goddelijke zaken te
begrijpen.
normatieve ethiek = bepaalt wat goed en fout is in menselijk gedrag.
toegepaste ethiek = past ethische principes toe op concrete situaties.
rechtsfilosofie = onderzoekt de aard en rechtvaardiging van het recht.
Esthetica = tak van de filosofie die zich bezighoudt met het onderzoeken en begrijpen van
schoonheid, kunst
kunstfilosofie = de filosofische studie van kunst.
Elenchus = een kritische vorm van dialoog of vraag-en-antwoord.
Socratische ironie = een retorisch hulpmiddel in de filosofische discussie.
Socratische/maieutische methode= correct denken; het model van rationaliteit: je denkstappen in
een dialoog onderwerpen aan de kritische tegenwerpingen en redeneringen van anderen, tot de
‘waarheid’ ontstaat uit een soort zifting. Herinnerd uit jezelf.
Hylemorfisme = de filosofische opvatting dat objecten bestaan uit materie en vorm.
Entelechie = de kracht in de dingen om te worden wat ze moeten worden.
Pluralisme = vele grondstoffen » materialistisch (Democritus)
Mechanicisme = alles in de natuur kan worden verklaard door mechanische processen.
Mechanisering = vervanging van menselijke arbeid door machines.
Atomisme = de theorie dat materie bestaat uit ondeelbare deeltjes genaamd atomen.
Vormenleer (ideeënleer) - Plato = de studie van vormen en structuren in de natuur. En ideeën zijn
de ware essenties van de dingen in de wereld.
Mensvisie = hoe we naar mensen kijken.
mensbeeld = hoe we mensen zien en begrijpen.
Zielsleer = de studie van de aard en functies van de ziel.
Syllogismenleer = de studie van logische redeneringen.
Informele logica = het analyseren van argumenten in gewone gesprekken
Potentialiteit = het potentieel of de mogelijkheid van iets om zich te ontwikkelen of te manifesteren.
Ataraxia = onverstoordheid
Hedone = genot of plezier, vooral in termen van lichamelijk genot.
● Lust. Sober, autark leven. Uitbannen vrees voor leed/ de dood: je komt hem nooit tegen.
Vermijd overgave aan dynamisch genot en streef naar statisch genot.
Moraal = principes die bepalen wat goed en fout is in menselijk gedrag.