Bedrijfseconomie voor het besturen van organisaties (H4 t/m H7) 6 e druk
Inhoud
Begroting ................................................................................................................................................. 2
Kosten duurzame productiemiddelen ..................................................................................................... 4
Productiekosten, kostprijs van de omzet ................................................................................................ 5
Kosten van voorraden ............................................................................................................................. 6
Constante en variabele kosten ................................................................................................................ 8
Directe kosten en indirecte kosten ....................................................................................................... 10
Absorption costing en Direct costing (of variable costing) ................................................................... 12
Break-even-analyse ............................................................................................................................... 14
Budgettering .......................................................................................................................................... 15
Ex post budget vs werkelijke resultaten................................................................................................ 17
FL
9-10-2017
1
,Begroting
• Liquiditeitsrekening
• Resultatenrekening
• Toepassing indeling kostencategorieën
Literatuur
• 4.4
• 4.15
• 4.16
Onderscheid kennen tussen:
• kosten & uitgave
• opbrengsten & ontvangsten
• variabele kosten & constante kosten
• directe kosten & indirecte kosten
Directe kosten Indirecte kosten
Variabele kosten Inhuur flex Energiekosten DC
bezorgingspersoneel
Constante kosten Salaris teamleider Kosten administratie
Samengevat
Resultatenbegroting
overzicht van opbrengsten en kosten rekent de begrote nettowinst uit
Liquiditeitsbegroting
Overzicht van de ontvangsten en uitgaven rekent de begrote verandering van de liquide middelen
(cash) uit.
Verschil tussen opbrengsten en ontvangsten
Opbrengsten en kosten zijn over een periode. Ontvangsten en uitgaven zijn op één moment.
Variabele kosten
Zijn afhankelijk van de afzet of omzet; als afzet stijgt, stijgen daardoor ook de variabele kosten
Constante kosten
Zijn niet afhankelijk van de afzet of omzet; ze zijn wel afhankelijk van de productiecapaciteit
(waarom?). “constante kosten blijven altijd gelijk” = FOUT
Directe kosten
zijn direct toewijsbaar aan een specifiek product; je weet precies welke kosten horen bij product A en
welke kosten horen bij product B
Indirecte kosten
Zijn NIET direct toewijsbaar aan een specifiek product; Probleem: hoe reken je dan de totale kosten
van bijvoorbeeld product A uit?
2
,Boek uitwerkingen
Kostprijs berekenen
Wat meenemen in de kostprijs?
• Afschrijvingskosten
• Materiaal
• Afschrijvingen
Winst berekenen Ook wel transactieresultaat
Afzet * (opbrengsten – kosten)
Geldstromen berekenen
Ingaande geldstromen
• Verkoop
• Pand (is pas ingaand aan einde van gevraagde periode bijvoorbeeld: waarde: 700.000,
afschrijving: 21.000. berekening: 700.000-(3*21000) = 637.000 ingaand (waarde aan einde
periode)
• Inventaris
• Machines
Totaal
Uitgaande geldstromen
• Crediteuren/inkoop
• Arbeid
• Aflossingen
Totaal
Mutatie kas (totaal ontvangen – uitgaand)
3
, Kosten duurzame productiemiddelen
• afschrijvingen
• technische en economische levensduur
• complementaire kosten
Literatuur
• 4.41
• 4.43
• 4.46
• 4.47
Begrippen
• Economische levensduur
• Afschrijvingsplan
• Afschrijven met een vast percentage
• Waardedaling = afschrijvingskosten
• Complementaire kosten
• Vermogenskosten
• Technische levensduur: hoe lang kapitaalgoed operationeel is
• Economisch levensduur: hoe lang kapitaalgoed winstgevend is
• Kostprijs = afschrijvingen + complementaire kosten
• Beschikbaar voor afschrijvingen = (afzet * kostprijs) – complementaire kosten
• Complementaire kosten zijn stijgend van aard dus afschrijvingen zijn dalend van aard
Samengevat
Afschrijvingen leiden tot lagere ‘boekwaarde’ van het kapitaalgoed hierdoor zit minder
vermogen ‘vast’ in kapitaalgoed hierdoor dalen de vermogenskosten.
Hoe ouder het kapitaalgoed is, hoe hoger de complementaire kosten worden.
Bij jaarlijkse afschrijvingen bepalen eerst economische levensduur bepalen
Lineaire afschrijving (afschrijving met een vast percentage van de aanschafwaarde)
• Afschrijvingskosten zijn ieder jaar gelijk
• De boekwaarde van kapitaalgoed neemt dus ook ieder jaar met een gelijk bedrag af
• De vermogenskosten nemen de ook met een vast bedrag per jaar af
Afschrijving met een vast percentage van de boekwaarde
• Aan begin is boekwaarde hoog; dus afschrijvingen hoog
• Door afschrijving daalt boekwaarde; dus daalt afschrijving
• Afschrijving is gedurende economische levensduur dalen; dus vermogenskosten dalen ook
Afschrijven met een annuïteit
• Afschrijvingen + vermogenskosten is ieder jaar een gelijk bedrag
• De onderdelen van de annuïteit veranderen echter wel
4