Psychological Science Michael S. Gazzaniga
Hoofdstuk 10. Emotion and Motivation
Belangrijke begrippen + Samenvatting
, Hoofdstuk 10. Emotion and Motivation
Emotion: een onmiddellijke, specifieke negatieve of positieve reactie op omgevingsgebeurtenissen of
interne gedachten
Primary emotions: emoties die aangeboren, evolutionair adaptief en universeel zijn (gedeeld over
culturen)
Secondary emotions: mengsels van primaire emoties
James-Lange theory of emotion: mensen nemen specifieke patronen van lichamelijke reacties waar
en als gevolg van die waarneming voelen ze emotie
Cannon-Bard theory of emotion: informatie over emotionele stimuli wordt gelijktijdig naar de cortex
en het lichaam gestuurd en resulteert respectievelijk in emotionele ervaringen en lichamelijke reacties
Two-factor theory of emotion: een label toegepast op fysiologische opwinding, resulteert in de
ervaring van een emotie
Display rules: door socialisatie geleerde regels die bepalen welke emoties geschikt zijn in bepaalde
situaties
Motivation: een proces dat het gedrag in de richting van een doel stimuleert, begeleidt en in stand
houdt
Need: een staat van biologische of sociale tekortkoming
Need hierarchy: Maslow’s rangschikking van behoeften, waarbij aan de basisbehoeften moet worden
voldaan voordat mensen hogere behoeften kunnen bevredigen
Self-actualization: een toestand die wordt bereikt wanneer iemands persoonlijke dromen en ambities
zijn bereikt
Drive: een psychologische toestand die, door opwinding te creëren, een organisme motiveert om een
behoefte te bevredigen
Homeostasis: de neiging van lichaamsfuncties om in evenwicht te blijven
Yerkes-Dodson law: het psychologische principe dat prestatie op uitdagende taken toeneemt met
opwinding tot een gemiddeld niveau. Daarna schaadt extra opwinding de prestaties
Incentives (stimuli): externe objecten of externe doelen, in plaats van interne drijfveren, die gedrag
motiveren
Extrinsic motivation: motivatie om een activiteit uit te voeren vanwege de externe doelen waarop die
activiteit is gericht
Intrinsic motivation: motivatie om een activiteit uit te voeren vanwege de waarde of het plezier dat
met die activiteit gepaard gaat, in plaats van voor een schijnbaar extern doel
Hoofdstuk 10. Emotion and Motivation
Belangrijke begrippen + Samenvatting
, Hoofdstuk 10. Emotion and Motivation
Emotion: een onmiddellijke, specifieke negatieve of positieve reactie op omgevingsgebeurtenissen of
interne gedachten
Primary emotions: emoties die aangeboren, evolutionair adaptief en universeel zijn (gedeeld over
culturen)
Secondary emotions: mengsels van primaire emoties
James-Lange theory of emotion: mensen nemen specifieke patronen van lichamelijke reacties waar
en als gevolg van die waarneming voelen ze emotie
Cannon-Bard theory of emotion: informatie over emotionele stimuli wordt gelijktijdig naar de cortex
en het lichaam gestuurd en resulteert respectievelijk in emotionele ervaringen en lichamelijke reacties
Two-factor theory of emotion: een label toegepast op fysiologische opwinding, resulteert in de
ervaring van een emotie
Display rules: door socialisatie geleerde regels die bepalen welke emoties geschikt zijn in bepaalde
situaties
Motivation: een proces dat het gedrag in de richting van een doel stimuleert, begeleidt en in stand
houdt
Need: een staat van biologische of sociale tekortkoming
Need hierarchy: Maslow’s rangschikking van behoeften, waarbij aan de basisbehoeften moet worden
voldaan voordat mensen hogere behoeften kunnen bevredigen
Self-actualization: een toestand die wordt bereikt wanneer iemands persoonlijke dromen en ambities
zijn bereikt
Drive: een psychologische toestand die, door opwinding te creëren, een organisme motiveert om een
behoefte te bevredigen
Homeostasis: de neiging van lichaamsfuncties om in evenwicht te blijven
Yerkes-Dodson law: het psychologische principe dat prestatie op uitdagende taken toeneemt met
opwinding tot een gemiddeld niveau. Daarna schaadt extra opwinding de prestaties
Incentives (stimuli): externe objecten of externe doelen, in plaats van interne drijfveren, die gedrag
motiveren
Extrinsic motivation: motivatie om een activiteit uit te voeren vanwege de externe doelen waarop die
activiteit is gericht
Intrinsic motivation: motivatie om een activiteit uit te voeren vanwege de waarde of het plezier dat
met die activiteit gepaard gaat, in plaats van voor een schijnbaar extern doel