Deel 3: De materiële wet als bron van het Belgisch recht
→ Het recht is in België terug te vinden in verschillende bronnen, samen geven zijn het
rechtsysteem vorm:
1. Verdragen (bv. internationale rechtsnormen)
2. Wetgeving in enge zin (parlementen) (bv. de grondwet, de formele wetten, besluit
wetten, decreten, ordonnanties, wetskrachtige koninklijke besluiten,..)
3. Wetgeving in ruime zin (regeringen) (bv. koninklijke besluiten, besluiten genomen
door de gemeenschap, gewest regering,..)
… (deel 4)
, Hoofdstuk 11: De internationale rechtsnormen (1)
1. Context, definitie en typologie
○ Internationale gemeenschap = Soevereine (= onafhankelijke) staten en
internationale organisaties.
○ Er is geen wetgevend orgaan (wetgever) dat namens internationale gemeenschap
normen kan maken. Internationale rechtsnormen kunnen alleen gemaakt worden
door de staten zelf of de internationale organisaties (maar ook deze is opgericht
door de staten).
!!! Normen worden geproduceerd door de staten zelf.
○ Onafhankelijke staten kunnen dus normen op twee manieren maken:
1. Een internationaal verdrag = Een schriftelijke overeenkomst tussen tenminste
twee soevereine staten (dus internationaal), waarbij de twee soevereine
staten een bindende afspraak met elkaar maken.
- Vele verdragen zijn materiële wetten, ze bevatten normen die bindend
zijn.
- Inhoud van verdragen wordt beperkt: Verdragen mogen niet in strijd
zijn met het IUS COGENS (= dwingende normen van Volkenrecht) (bv.
verbod op slavernij). Dit zijn ongeschreven regels waar een
beschaafd land zich aanhoudt (bv. geen verdrag maken over oorlog
voeren).
- 2 Soorten
1. Bilaterale verdragen (Verdragen tussen 2 staten)
2. Multilaterale verdragen (Verdragen vanaf 3 saten)
2. Oprichten van een internationale organisatie die zelf bindende normen gaat
maken (bv. Europese Unie).
- Gaan problemen uit de internationale gemeenschap aan
- Interne beslissingen (gaan het inwendige leven van de organisatie aan)
en externe beslissingen.
, ○ Het verdrag van wenen (23 mei 1969): Staten wereldwijd in de verenigde naties
hebben in 1969 afspraken gemaakt over hoe verdragen gemaakt kunnen worden:
HET VERDRAG OVER VERDRAGENRECHT
2. De totstandkoming van internationale verdragen
○ Tussen staten onderling, tussen staten en internationale organisaties of tussen
internationale organisaties onderling. Dit bepaalt of zij onder toepassing valt van het
nationale recht van één van hen (of van een derde staat).
○ Een internationaal verdrag is niet maar een loutere overeenkomst.
○ Verdragen bestaan uit:
1. De preambule: De beweegredenen voor het sluiten van het verdrag. Het doel
is om de verdragsbepalingen te verhelderen. Nog niet bindend.
2. De verdragstekst zelf: De wettekst, deze is wel bindend.
3. Eventueel bijlagen: Technische materies of aangelegenheden die
ingewikkelde procedures eisen, deze zijn ook bindend.
2.1 De onderhandeling
○ Men gaat onderhandelen / spreken over wat de inhoud van ons verdrag zal zijn.
○ Bilaterale verdragen tussen twee staten: De diplomaten (= persoon die de
buitenlandse betrekkingen van zijn land behartigt) van beide landen organiseren
overleg en hebben diepgaande gesprekken.
○ Multilaterale verdragen tussen meerdere landen: Hoe meer landen partij willen zijn,
hoe meer diplomaten, hoe moeilijker het wordt om overleg te organiseren (dat
iedereen kan bijwonen) en hoe moeilijker het wordt diepgaande gesprekken te
hebben.
○ De diplomaten doen de voorbereidingen, want ‘met wit blad beginnen is tijdverlies’.
○ Als zij blij zijn met hun uiteindelijk samengestelde tekst wordt er meestal een een
internationale conferentie (= internationale bijeenkomst) georganiseerd, die zich
buigt over een ontwerptekst. Op deze plechtige bijeenkomst, hoopt men de tekst
van de diplomaten te ondertekenen.
, 2.2 De ondertekening
○ De staten die samen zitten op de internationale conferentie, zijn op een gegeven
moment akkoord en hebben dus wilsovereenstemming over het verdrag.
○ Om duidelijk te maken dat men akkoord is, ondertekend men het verdrag (bv. de
minister van Buitenlandse zaken ondertekend voor Belgë). Men maakt duidelijk over
welke TEKST het gaat.
○ Juridische betekenis:
- Niet: Wil niet zeggen dat je gebonden bent !!!
- Wel: Authenticiteit vaststellen van de overeengekomen tekst.
⇒ ‘Dit is de authentieke / finale tekst waarover wij een akkoord
hebben’. Andere versies van de tekst worden verwerpen.
- Doel: Onduidelijkheid en discussies vermijden en de verdragsbepalingen
verhelderen (bv. er zijn meerdere versies van de tekst).
○ Bilaterale verdragen: Iedereen moet akkoord zijn.
○ Multilaterale verdragen: ⅔ van de stemmen volstaat om de verdragstekst aan te
nemen
○ Reserve / voorbehoud aantekenen bij multilaterale verdragen (ook ⅔)
- Eenzijdige (geen akkoord van andere nodig) verklaring van een staat dat die
staat de rechtsgevolgen van één of meer artikelen / bepalingen uit het
verdrag niet aanvaardt en dus niet gebonden wilt zijn. Eén staat die de
gevolgen van een bepaald artikel niet aanvaardt (bv. België formuleert
eenzijdig een verklaring bij een artikel, dus dan geldt dit artikel niet voor
België. Zij aanvaarden de rechtsgevolgen van een artikel niet).
- Techniek om te vermijden dat het alles of niks is (bv. als een staat met 74
artikelen akkoord is en 1 niet dan vallen ze niet buiten het verdrag).
- Moet worden aanvaard door de andere verdragsluitende partijen.
- Kan in elke fase gebeuren (meestal bij de ondertekening, mogelijk bij een
latere fase).
→ Het recht is in België terug te vinden in verschillende bronnen, samen geven zijn het
rechtsysteem vorm:
1. Verdragen (bv. internationale rechtsnormen)
2. Wetgeving in enge zin (parlementen) (bv. de grondwet, de formele wetten, besluit
wetten, decreten, ordonnanties, wetskrachtige koninklijke besluiten,..)
3. Wetgeving in ruime zin (regeringen) (bv. koninklijke besluiten, besluiten genomen
door de gemeenschap, gewest regering,..)
… (deel 4)
, Hoofdstuk 11: De internationale rechtsnormen (1)
1. Context, definitie en typologie
○ Internationale gemeenschap = Soevereine (= onafhankelijke) staten en
internationale organisaties.
○ Er is geen wetgevend orgaan (wetgever) dat namens internationale gemeenschap
normen kan maken. Internationale rechtsnormen kunnen alleen gemaakt worden
door de staten zelf of de internationale organisaties (maar ook deze is opgericht
door de staten).
!!! Normen worden geproduceerd door de staten zelf.
○ Onafhankelijke staten kunnen dus normen op twee manieren maken:
1. Een internationaal verdrag = Een schriftelijke overeenkomst tussen tenminste
twee soevereine staten (dus internationaal), waarbij de twee soevereine
staten een bindende afspraak met elkaar maken.
- Vele verdragen zijn materiële wetten, ze bevatten normen die bindend
zijn.
- Inhoud van verdragen wordt beperkt: Verdragen mogen niet in strijd
zijn met het IUS COGENS (= dwingende normen van Volkenrecht) (bv.
verbod op slavernij). Dit zijn ongeschreven regels waar een
beschaafd land zich aanhoudt (bv. geen verdrag maken over oorlog
voeren).
- 2 Soorten
1. Bilaterale verdragen (Verdragen tussen 2 staten)
2. Multilaterale verdragen (Verdragen vanaf 3 saten)
2. Oprichten van een internationale organisatie die zelf bindende normen gaat
maken (bv. Europese Unie).
- Gaan problemen uit de internationale gemeenschap aan
- Interne beslissingen (gaan het inwendige leven van de organisatie aan)
en externe beslissingen.
, ○ Het verdrag van wenen (23 mei 1969): Staten wereldwijd in de verenigde naties
hebben in 1969 afspraken gemaakt over hoe verdragen gemaakt kunnen worden:
HET VERDRAG OVER VERDRAGENRECHT
2. De totstandkoming van internationale verdragen
○ Tussen staten onderling, tussen staten en internationale organisaties of tussen
internationale organisaties onderling. Dit bepaalt of zij onder toepassing valt van het
nationale recht van één van hen (of van een derde staat).
○ Een internationaal verdrag is niet maar een loutere overeenkomst.
○ Verdragen bestaan uit:
1. De preambule: De beweegredenen voor het sluiten van het verdrag. Het doel
is om de verdragsbepalingen te verhelderen. Nog niet bindend.
2. De verdragstekst zelf: De wettekst, deze is wel bindend.
3. Eventueel bijlagen: Technische materies of aangelegenheden die
ingewikkelde procedures eisen, deze zijn ook bindend.
2.1 De onderhandeling
○ Men gaat onderhandelen / spreken over wat de inhoud van ons verdrag zal zijn.
○ Bilaterale verdragen tussen twee staten: De diplomaten (= persoon die de
buitenlandse betrekkingen van zijn land behartigt) van beide landen organiseren
overleg en hebben diepgaande gesprekken.
○ Multilaterale verdragen tussen meerdere landen: Hoe meer landen partij willen zijn,
hoe meer diplomaten, hoe moeilijker het wordt om overleg te organiseren (dat
iedereen kan bijwonen) en hoe moeilijker het wordt diepgaande gesprekken te
hebben.
○ De diplomaten doen de voorbereidingen, want ‘met wit blad beginnen is tijdverlies’.
○ Als zij blij zijn met hun uiteindelijk samengestelde tekst wordt er meestal een een
internationale conferentie (= internationale bijeenkomst) georganiseerd, die zich
buigt over een ontwerptekst. Op deze plechtige bijeenkomst, hoopt men de tekst
van de diplomaten te ondertekenen.
, 2.2 De ondertekening
○ De staten die samen zitten op de internationale conferentie, zijn op een gegeven
moment akkoord en hebben dus wilsovereenstemming over het verdrag.
○ Om duidelijk te maken dat men akkoord is, ondertekend men het verdrag (bv. de
minister van Buitenlandse zaken ondertekend voor Belgë). Men maakt duidelijk over
welke TEKST het gaat.
○ Juridische betekenis:
- Niet: Wil niet zeggen dat je gebonden bent !!!
- Wel: Authenticiteit vaststellen van de overeengekomen tekst.
⇒ ‘Dit is de authentieke / finale tekst waarover wij een akkoord
hebben’. Andere versies van de tekst worden verwerpen.
- Doel: Onduidelijkheid en discussies vermijden en de verdragsbepalingen
verhelderen (bv. er zijn meerdere versies van de tekst).
○ Bilaterale verdragen: Iedereen moet akkoord zijn.
○ Multilaterale verdragen: ⅔ van de stemmen volstaat om de verdragstekst aan te
nemen
○ Reserve / voorbehoud aantekenen bij multilaterale verdragen (ook ⅔)
- Eenzijdige (geen akkoord van andere nodig) verklaring van een staat dat die
staat de rechtsgevolgen van één of meer artikelen / bepalingen uit het
verdrag niet aanvaardt en dus niet gebonden wilt zijn. Eén staat die de
gevolgen van een bepaald artikel niet aanvaardt (bv. België formuleert
eenzijdig een verklaring bij een artikel, dus dan geldt dit artikel niet voor
België. Zij aanvaarden de rechtsgevolgen van een artikel niet).
- Techniek om te vermijden dat het alles of niks is (bv. als een staat met 74
artikelen akkoord is en 1 niet dan vallen ze niet buiten het verdrag).
- Moet worden aanvaard door de andere verdragsluitende partijen.
- Kan in elke fase gebeuren (meestal bij de ondertekening, mogelijk bij een
latere fase).