Hoofdstuk 1 - Communicatie
Communicatie is een containerbegrip: er wordt van alles onder verstaan en aan opgehangen.
Er zijn talloze communicatiemodellen gemaakt. De functie hiervan is het zichtbaar en inzichtelijk
maken van het verloop van het proces van communicatie.
Shannon en Weaver (1949) – waren werkzaam bij de Bell Telephone Company en wilden berekenen
in hoeverre een boodschap na het versturen exact reproduceerbaar is. Hun model is vooral bedoeld
als uitleg en hulpmiddel bij het rekenwerk van de mathematische communicatietheorie
(informatietheorie). Nadruk op transmissie of overbrenging. Het is de technische weergave, de niet
menselijke kant. De ruis betekent letterlijk verstoring/onderbreking (kraak op de lijn, microfoon die
uitvalt etc.). Dit kan intern zijn (de ontvanger is niet in staat om de boodschap te begrijpen, je denkt
bijvoorbeeld ergens anders aan) of extern (als iets buiten de zender en de ontvanger stoort, zoals
herrie van een overkomend vliegtuig). Hierdoor kan de overbrenging van informaties worden
verstoord en daarmee de reproduceerbaarheid van de boodschap.
Het model is vaak aangepast en uitgebreid met feedback. Men vond dat de ‘ontvanger’ wel moest
kunnen antwoorden.
Het model werd beschouwd als illustratie voor
het idee dat communicatie een lineair proces is.
Boodschappen gaan van zenders volgens vaste
stappen linea recta naar ontvangers en komen
daar relatief intact, behoudend ruis, aan. Het is
dus een eenrichtingsweg.
Dit model voldoet om transmissie van
informatie te weergeven, maar niet om uit te
leggen wat er bij communicatieprocessen komt
kijken.
Kernbegrippen die typerend zijn voor professionele
communicatie, worden hier samengebracht in een
schema dat de basis vormt van dit boek. Het schema
noemen ze ook wel de ‘COMpositie’.
Het gaat hierbij om de begrippen context, visie,
organisatie, publieksgroepen, connect en aanpak.
Begrippen worden in deze samenvatting nader uitgelegd.
Stappers (1983) – Bij communicatie is er spraken van ‘zich uiten’ (zenden) en ‘waarnemen en
interpreteren’ (ontvangen), maar niet per se tegelijk en op dezelfde plaats. Om van communicatie te
spreken is het niet nodig dat:
- Intentionaliteit: de zender daadwerkelijk een bedoeling heeft om met wat hij communiceert,
hij kan ook onbedoeld communiceren.
- Tijd en plaats: het waarnemen van de uitingen in het hier en nu van het uiten plaatsvindt.
- Geslaagdheid: de boodschap daadwerkelijk wordt waargenomen en geïnterpreteerd door
een of meer ontvanger(s).
- Wederkerigheid: de ontvanger reageert.