Inhoud
Recht Hoofstuk 1....................................................................................................................................2
1.2 Waarom recht?.............................................................................................................................2
1.3 Waar vinden we recht?.................................................................................................................3
1.3.1 De wet...................................................................................................................................3
1.3.2 Het verdrag............................................................................................................................6
1.3.3 De jurisprudentie...................................................................................................................6
1.3.4 De gewoonte.........................................................................................................................8
1.4.1 Materieel en formeel recht....................................................................................................8
1.4.2 Dwingend en aanvullend recht..............................................................................................9
1.4.3 Objectief en subjectief recht..................................................................................................9
1.4.4 privaat en publiekrecht........................................................................................................10
Recht hoofdstuk 2................................................................................................................................11
2.1 praktijkvoorbeelden...................................................................................................................11
2.2 wanneer ontstaan een overeenkomst?......................................................................................12
2.3.1 Mijn wil was niet overeenkomstig met mijn verklaring.......................................................12
2.3.2 Mijn wil was gebrekkig gevormd.........................................................................................13
2.3.4 ik ben handelingsonbekwaam.............................................................................................14
2.4.3 Gewoonte............................................................................................................................15
2.4.4 Redelijkheid en billijkheid....................................................................................................15
2.5 Je komt niet na wat afgesproken is.............................................................................................16
2.5.1 Nakoming (met aanvullende schadevergoeding).................................................................16
2.5.2 vervangende schadevergoeding..........................................................................................17
2.5.3 aanvullende schadevergoeding...........................................................................................18
2.5.4 Ontbinding (met aanvullende schadevergoeding)...............................................................18
2.6 Opschortingsrechten..................................................................................................................19
2.7 Beëindiging en opzegging...........................................................................................................19
, Recht Hoofstuk 1
1.2 Waarom recht?
4 functies van recht:
- Normatieve functie
- Geschil oplossende functie
- Additionele functie
- Instrumentele functie
De normatieve functie
De normatieve functie heeft betrekking op de regels in de samenleving waarvan iedereen vindt dat
deze nageleefd moeten worden. Deze regels zijn zo belangrijk dat ze schriftelijk vastgelegd zijn. Deze
normen zijn rechtsnormen zoals: moord, diefstal, incest en verkrachting.
Geschil oplossende functie
Wij kennen een rechtelijke organisatie die mie bij uitsluiting oordeelt of iemand gestraft moet
worden en zo ja, op welke wijze en met behulp van welke procedure? Dit wordt de Geschil
oplossende functie genoemd. Als wij deze niet hadden zou er eigenrichting plaatsvinden, dit houdt in
dat mensen het heft in eigen handen nemen en het dus zelf gaan ‘oplossen’.
Additionele functie
De additionele functie heeft betrekking tot afspraken die niet tot in de puntjes zijn geregeld. Welke
regels gelden in een situatie waar de betrokkenen geen rekening mee hebben gehouden?
Instrumentele functie
De laatste functie is de instrumentele functie. Deze zorgt voor de verkeersregels. Bijvoorbeeld als jij
door rood rijdt, dan krijg jij een boete van …. Deze zijn altijd vooraf bepaald.
, 1.3 Waar vinden we recht?
Rechtsbronnen
Omdat wetten overal gelden is het belangrijk dat je weet waar de regels vandaan komen. Dit worden
de bron van het rechts genoemd. Er zijn 4 bronnen van het recht.
De vier rechtsbronnen
- De wet
- Het verdrag
- De jurisprudentie
- De gewoonte
1.3.1 De wet
Wetten regelen de samenleving. Deze worden opgesteld door de regering.
Wetten met betrekking tot privaatrecht
Privaatrecht ook wel civielrecht genoemd. Dit is het recht dat betrekking heeft op burgers onderling,
Burgers en bedrijven of bedrijven onderling. Dit kan je in 4 rechten onderverdelen.
Soorten privaatrecht
- Personen- en familierecht
- Vermogensrecht
- Ondernemersrecht
- Burgelijkprocesrecht
Personen- en familierecht
Het personen- en familierecht regelt zaken zoals: geboorte, huwelijk, geregistreerd partnerschap,
echtscheiding en bijvoorbeeld adoptie.
Vermogensrecht
Binnen dit rechtsgebied vallen alle geld gerelateerde handelingen van burgers onderling. Dit kan zijn
bijvoorbeeld de aankoop van een nieuwe auto.
Recht Hoofstuk 1....................................................................................................................................2
1.2 Waarom recht?.............................................................................................................................2
1.3 Waar vinden we recht?.................................................................................................................3
1.3.1 De wet...................................................................................................................................3
1.3.2 Het verdrag............................................................................................................................6
1.3.3 De jurisprudentie...................................................................................................................6
1.3.4 De gewoonte.........................................................................................................................8
1.4.1 Materieel en formeel recht....................................................................................................8
1.4.2 Dwingend en aanvullend recht..............................................................................................9
1.4.3 Objectief en subjectief recht..................................................................................................9
1.4.4 privaat en publiekrecht........................................................................................................10
Recht hoofdstuk 2................................................................................................................................11
2.1 praktijkvoorbeelden...................................................................................................................11
2.2 wanneer ontstaan een overeenkomst?......................................................................................12
2.3.1 Mijn wil was niet overeenkomstig met mijn verklaring.......................................................12
2.3.2 Mijn wil was gebrekkig gevormd.........................................................................................13
2.3.4 ik ben handelingsonbekwaam.............................................................................................14
2.4.3 Gewoonte............................................................................................................................15
2.4.4 Redelijkheid en billijkheid....................................................................................................15
2.5 Je komt niet na wat afgesproken is.............................................................................................16
2.5.1 Nakoming (met aanvullende schadevergoeding).................................................................16
2.5.2 vervangende schadevergoeding..........................................................................................17
2.5.3 aanvullende schadevergoeding...........................................................................................18
2.5.4 Ontbinding (met aanvullende schadevergoeding)...............................................................18
2.6 Opschortingsrechten..................................................................................................................19
2.7 Beëindiging en opzegging...........................................................................................................19
, Recht Hoofstuk 1
1.2 Waarom recht?
4 functies van recht:
- Normatieve functie
- Geschil oplossende functie
- Additionele functie
- Instrumentele functie
De normatieve functie
De normatieve functie heeft betrekking op de regels in de samenleving waarvan iedereen vindt dat
deze nageleefd moeten worden. Deze regels zijn zo belangrijk dat ze schriftelijk vastgelegd zijn. Deze
normen zijn rechtsnormen zoals: moord, diefstal, incest en verkrachting.
Geschil oplossende functie
Wij kennen een rechtelijke organisatie die mie bij uitsluiting oordeelt of iemand gestraft moet
worden en zo ja, op welke wijze en met behulp van welke procedure? Dit wordt de Geschil
oplossende functie genoemd. Als wij deze niet hadden zou er eigenrichting plaatsvinden, dit houdt in
dat mensen het heft in eigen handen nemen en het dus zelf gaan ‘oplossen’.
Additionele functie
De additionele functie heeft betrekking tot afspraken die niet tot in de puntjes zijn geregeld. Welke
regels gelden in een situatie waar de betrokkenen geen rekening mee hebben gehouden?
Instrumentele functie
De laatste functie is de instrumentele functie. Deze zorgt voor de verkeersregels. Bijvoorbeeld als jij
door rood rijdt, dan krijg jij een boete van …. Deze zijn altijd vooraf bepaald.
, 1.3 Waar vinden we recht?
Rechtsbronnen
Omdat wetten overal gelden is het belangrijk dat je weet waar de regels vandaan komen. Dit worden
de bron van het rechts genoemd. Er zijn 4 bronnen van het recht.
De vier rechtsbronnen
- De wet
- Het verdrag
- De jurisprudentie
- De gewoonte
1.3.1 De wet
Wetten regelen de samenleving. Deze worden opgesteld door de regering.
Wetten met betrekking tot privaatrecht
Privaatrecht ook wel civielrecht genoemd. Dit is het recht dat betrekking heeft op burgers onderling,
Burgers en bedrijven of bedrijven onderling. Dit kan je in 4 rechten onderverdelen.
Soorten privaatrecht
- Personen- en familierecht
- Vermogensrecht
- Ondernemersrecht
- Burgelijkprocesrecht
Personen- en familierecht
Het personen- en familierecht regelt zaken zoals: geboorte, huwelijk, geregistreerd partnerschap,
echtscheiding en bijvoorbeeld adoptie.
Vermogensrecht
Binnen dit rechtsgebied vallen alle geld gerelateerde handelingen van burgers onderling. Dit kan zijn
bijvoorbeeld de aankoop van een nieuwe auto.