Genetica
Les 9: Oncogenetica
Dia 2: Steeds meer ontdekt men dat erfelijkheid bij kanker vaker een belangrijke rol
speelt.
Dia 3: De oorzaak van kanker is gewoonlijk een combinatie van genetische aanleg en
omgevingsinvloeden. Door de genetische factor ontstaat er op bepaald moment een
mutatie in een bepaald gen en dit heeft een invloed op de celregulatie en hierdoor
wordt de deling beïnvloedt waardoor kanker ontstaat.
Mutageen = stof die mutaties veroorzaakt; 1 van de bekendste vormen is tabak.
Dia 4: Borstkanker heeft waarschijnlijk deels te maken met voeding; vetrijke
(Westerse) voeding zou een grotere kans op borstkanker met zich meebrengen.
Wanneer Japanners migreren naar de VS zal de 2e generatie japanners, die meestal
genetisch gezien gelijk blijft omdat Japanners vaak onderling trouwen, toch meer
kenmerken van de Amerikaanse populatie vertonen => dit moet dus aan de
omgeving liggen.
Dia 7: Één mutatie geeft nooit kanker; kanker ontstaat pas als er meerdere mutaties
na elkaar ontstaan in eenzelfde cel, die daardoor uitgroeit tot een kwaadaardige cel
en kanker veroorzaakt. Bij erfelijke kanker is de eerste cel al niet ‘normaal’ en als er
dan metamutaties optreden ontstaat sneller kanker.
Dia 10: Door een verhoogde bloedvoorziening, gaan cellen meer groeien en meer
delen en krijg je ook een tumor, vaak een vaattumor.
Dia 11: Je krijgt nooit van 1 mutatie kanker.
Hier is een stapsgewijs model afgebeeld waarbij darmkanker ontstaat na meerdere
mutaties (multi-hit model). Dysplastisch epitheel ziet er al wat anders uit dan
normaal epitheel maar is geen kanker. Bij darmkanker zijn er meerdere mutaties
nodig om vanuit normaal epitheel een poliep te ontwikkelen en dan een carcinoom en
eventueel metastasen.
Dia 13: Kankergenen kunnen onderverdeeld worden in drie groepen:
- (proto)oncogenen: Als cellen nog normaal functioneren maar de celdeling
stimuleren noemt men ze proto-oncogenen. Proto-oncogenen kunnen
overgaan tot oncogenen en deze kunnen wanneer ze geactiveerd zijn
ongecontroleerde celdeling stimuleren.
- Tumorsuppressor genen
Les 9: Oncogenetica
Dia 2: Steeds meer ontdekt men dat erfelijkheid bij kanker vaker een belangrijke rol
speelt.
Dia 3: De oorzaak van kanker is gewoonlijk een combinatie van genetische aanleg en
omgevingsinvloeden. Door de genetische factor ontstaat er op bepaald moment een
mutatie in een bepaald gen en dit heeft een invloed op de celregulatie en hierdoor
wordt de deling beïnvloedt waardoor kanker ontstaat.
Mutageen = stof die mutaties veroorzaakt; 1 van de bekendste vormen is tabak.
Dia 4: Borstkanker heeft waarschijnlijk deels te maken met voeding; vetrijke
(Westerse) voeding zou een grotere kans op borstkanker met zich meebrengen.
Wanneer Japanners migreren naar de VS zal de 2e generatie japanners, die meestal
genetisch gezien gelijk blijft omdat Japanners vaak onderling trouwen, toch meer
kenmerken van de Amerikaanse populatie vertonen => dit moet dus aan de
omgeving liggen.
Dia 7: Één mutatie geeft nooit kanker; kanker ontstaat pas als er meerdere mutaties
na elkaar ontstaan in eenzelfde cel, die daardoor uitgroeit tot een kwaadaardige cel
en kanker veroorzaakt. Bij erfelijke kanker is de eerste cel al niet ‘normaal’ en als er
dan metamutaties optreden ontstaat sneller kanker.
Dia 10: Door een verhoogde bloedvoorziening, gaan cellen meer groeien en meer
delen en krijg je ook een tumor, vaak een vaattumor.
Dia 11: Je krijgt nooit van 1 mutatie kanker.
Hier is een stapsgewijs model afgebeeld waarbij darmkanker ontstaat na meerdere
mutaties (multi-hit model). Dysplastisch epitheel ziet er al wat anders uit dan
normaal epitheel maar is geen kanker. Bij darmkanker zijn er meerdere mutaties
nodig om vanuit normaal epitheel een poliep te ontwikkelen en dan een carcinoom en
eventueel metastasen.
Dia 13: Kankergenen kunnen onderverdeeld worden in drie groepen:
- (proto)oncogenen: Als cellen nog normaal functioneren maar de celdeling
stimuleren noemt men ze proto-oncogenen. Proto-oncogenen kunnen
overgaan tot oncogenen en deze kunnen wanneer ze geactiveerd zijn
ongecontroleerde celdeling stimuleren.
- Tumorsuppressor genen