1 Inleiding tot de politicologie
1.1 Examenvragen
Let op deze vragen komen in het proefexamen en gaan slechts over een deel van de cursus
1. Wat heeft de 'freezing hypothesis' van Rokkan en Lipset te maken met de ontwikkeling van zogenaamde
"volkspartijen"?
de volkspartijen ijverden er in de naoorlogse periode voor om de 'bevroren breuklijnen' in de
bevolking te dichten door een sterk socio-economisch beleid.
de socio-economische breuklijn die Rokkan en Lipset als 'bevroren' beschouwden, zorgt voor
de opkomst van linkse 'volkspartijen' die zich in eerste instantie richten op de
arbeidersklasse.
de breuklijnen die Rokkan en Lipset als 'bevroren' beschouwden, worden in de tweede helft
van de 20ste eeuw milder waardoor partijen zich niet langer louter op basis van deze
breuklijnen profileren.
2. Het doel van de politieke wetenschap is
om politieke beleidsmakers te helpen bij hun beleid en hervormingen.
om de werkelijkheid te vereenvoudigen en er de weerkerende patronen in te herkennen.
om de werkelijkheid zo precies mogelijk te beschrijven.
3. Wat is geen element uit de definitie van een 'ideologie'?
een ideologie behelst verschillende terreinen.
een ideologie bevat concrete voorstellen.
een ideologie is logisch opgebouwd.
4. In "Il Principe" stelt Machiavelli dat
de politieke wetenschap een systematische empirische wetenschap moet zijn.
de politieke wetenschap deugdelijk moet zijn.
een goed leider zijn vooropgestelde doelen bereikt.
5. Wie hoort niet thuis in de rij?
Rawls, moderne voorvechter liberalisme
Burke, conservatisme
Locke, grondlegger liberalisme
6. Territoriale vertegenwoordiging wil zeggen dat
een verkozene zijn regio vertegenwoordigt.
er veel verkozenen per kiesdistrict zijn.
een verkozene het hele land vertegenwoordigt.
1.1 Examenvragen
Let op deze vragen komen in het proefexamen en gaan slechts over een deel van de cursus
1. Wat heeft de 'freezing hypothesis' van Rokkan en Lipset te maken met de ontwikkeling van zogenaamde
"volkspartijen"?
de volkspartijen ijverden er in de naoorlogse periode voor om de 'bevroren breuklijnen' in de
bevolking te dichten door een sterk socio-economisch beleid.
de socio-economische breuklijn die Rokkan en Lipset als 'bevroren' beschouwden, zorgt voor
de opkomst van linkse 'volkspartijen' die zich in eerste instantie richten op de
arbeidersklasse.
de breuklijnen die Rokkan en Lipset als 'bevroren' beschouwden, worden in de tweede helft
van de 20ste eeuw milder waardoor partijen zich niet langer louter op basis van deze
breuklijnen profileren.
2. Het doel van de politieke wetenschap is
om politieke beleidsmakers te helpen bij hun beleid en hervormingen.
om de werkelijkheid te vereenvoudigen en er de weerkerende patronen in te herkennen.
om de werkelijkheid zo precies mogelijk te beschrijven.
3. Wat is geen element uit de definitie van een 'ideologie'?
een ideologie behelst verschillende terreinen.
een ideologie bevat concrete voorstellen.
een ideologie is logisch opgebouwd.
4. In "Il Principe" stelt Machiavelli dat
de politieke wetenschap een systematische empirische wetenschap moet zijn.
de politieke wetenschap deugdelijk moet zijn.
een goed leider zijn vooropgestelde doelen bereikt.
5. Wie hoort niet thuis in de rij?
Rawls, moderne voorvechter liberalisme
Burke, conservatisme
Locke, grondlegger liberalisme
6. Territoriale vertegenwoordiging wil zeggen dat
een verkozene zijn regio vertegenwoordigt.
er veel verkozenen per kiesdistrict zijn.
een verkozene het hele land vertegenwoordigt.