Transport
Samenvatting BS1 t/m BS5
1. Transportsystemen
Vatenstelsels
• Transport over kleine afstanden door diffusie.
• Transport over grote afstanden:
– Vatenstelsel van planten bevat houtvaten en bastvaten.
– Anorganische sapstroom is opwaartse sapstroom door houtvaten die water
en mineralen van de wortels via de stengels naar de bladeren vervoert.
– Organische sapstroom is sapstroom door bastvaten die water en
assimilatieproducten vanuit de bladeren naar alle delen van de plant vervoert.
Worteldruk
Houtvaten en bastvaten liggen in de centrale cilinder.
– De buitenste laag cellen van de centrale cilinder heet de endodermis (= zorgt
voor de selectieve opname van mineralen (zie werking daarvan hieronder))
1. Water met mineralen wordt via de wortelharen opgenomen uit de bodem en
diffundeert via de schors naar de endodermis (via celwanden doorlaatbaar).
2. In de celwanden bevindt zich het bandje van Caspary (niet doorlaatbaar). Via
endodermiscellen kunnen water en mineralen de barrière passeren. (actief
transport mineralenconcentratie in centrale cilinder is hoger dan de schors)
3. Door osmose van mineralen diffundeert water naar de centrale cilinder.
4. Hierdoor ontstaat worteldruk: het water met mineralen stijgt naar de
houtvaten.
, Capillaire werking en verdamping
Water met mineralen gaat van de houtvaten naar de nerven van bladeren.
Houtvaten vertakken zich door het blad, waardoor bij elke cel een houtvat ligt
• Het transport in houtvaten is voornamelijk het gevolg van verdamping van
water uit de bladeren en van capillaire werking.
– Capillaire werking: Opstijging van een vloeistof (meestal water) in nauwe
kanalen door onderlinge aantrekking van moleculen.
– Cohesiekrachten: aantrekking van watermoleculen aan elkaar.
– Adhesiekrachten: aan elkaar ‘plakken’ van watermoleculen aan celwanden.
– De cohesie- en adhesiekrachten transporteren water omhoog.
– Water verdampt vanuit de luchtholten en celtussenruimten naar buiten via
huidmondjes (= kleine openingen in de epidermis van blad of stengel)
• Planten kunnen hun waterbehoefte regelen door de huidmondjes te openen
en te sluiten.
• Door naar de soort boom en het seizoen te kijken, kun je bepalen welke soort
kracht van werking is (bijv. in het voorjaar worteldruk, omdat er nog geen
bladeren zijn voor de opwaartse sapstroom)
Samenvatting BS1 t/m BS5
1. Transportsystemen
Vatenstelsels
• Transport over kleine afstanden door diffusie.
• Transport over grote afstanden:
– Vatenstelsel van planten bevat houtvaten en bastvaten.
– Anorganische sapstroom is opwaartse sapstroom door houtvaten die water
en mineralen van de wortels via de stengels naar de bladeren vervoert.
– Organische sapstroom is sapstroom door bastvaten die water en
assimilatieproducten vanuit de bladeren naar alle delen van de plant vervoert.
Worteldruk
Houtvaten en bastvaten liggen in de centrale cilinder.
– De buitenste laag cellen van de centrale cilinder heet de endodermis (= zorgt
voor de selectieve opname van mineralen (zie werking daarvan hieronder))
1. Water met mineralen wordt via de wortelharen opgenomen uit de bodem en
diffundeert via de schors naar de endodermis (via celwanden doorlaatbaar).
2. In de celwanden bevindt zich het bandje van Caspary (niet doorlaatbaar). Via
endodermiscellen kunnen water en mineralen de barrière passeren. (actief
transport mineralenconcentratie in centrale cilinder is hoger dan de schors)
3. Door osmose van mineralen diffundeert water naar de centrale cilinder.
4. Hierdoor ontstaat worteldruk: het water met mineralen stijgt naar de
houtvaten.
, Capillaire werking en verdamping
Water met mineralen gaat van de houtvaten naar de nerven van bladeren.
Houtvaten vertakken zich door het blad, waardoor bij elke cel een houtvat ligt
• Het transport in houtvaten is voornamelijk het gevolg van verdamping van
water uit de bladeren en van capillaire werking.
– Capillaire werking: Opstijging van een vloeistof (meestal water) in nauwe
kanalen door onderlinge aantrekking van moleculen.
– Cohesiekrachten: aantrekking van watermoleculen aan elkaar.
– Adhesiekrachten: aan elkaar ‘plakken’ van watermoleculen aan celwanden.
– De cohesie- en adhesiekrachten transporteren water omhoog.
– Water verdampt vanuit de luchtholten en celtussenruimten naar buiten via
huidmondjes (= kleine openingen in de epidermis van blad of stengel)
• Planten kunnen hun waterbehoefte regelen door de huidmondjes te openen
en te sluiten.
• Door naar de soort boom en het seizoen te kijken, kun je bepalen welke soort
kracht van werking is (bijv. in het voorjaar worteldruk, omdat er nog geen
bladeren zijn voor de opwaartse sapstroom)