Rechtsfilosofie B
Hoorcollege 3: Koopmans: de EU als ‘recht zonder staat’
1. Samenvatting week 2
2. Koopmans’ visie in een notendop
3. De ontkoppeling van democratische en volkssoevereiniteit
4. Ontkoppeling van recht en staatssoevereiniteit
5. Evaluatie van Koopmans’ standpunt
6. De EU als ‘commonwealth’
Koopmans weet wat de beweegredenen waren van het HvJ om het leerstuk van rechtstreekse
werking en het leerstuk van voorrang van EU-recht in te voeren. Koopmans heeft een radicale
stelling ingenomen wat betreft de uitspraak van het BVerfG. Het gaat er niet om dat de EU
geen staatsvolk heeft. We hebben dat niet meer nodig. De EU is recht zonder staat. Voor zover
dat het recht zonder staat is, zijn de problemen waarnaar het BVerfG geen problemen meer.
1. Samenvatting week 2
Het BVerfG stelt ons voor een ongemakkelijke tegenstelling. Er zijn twee opties: een bondstaat
of een statenverbond. Een bondstaat is wat Duitsland is. Een statenverbond is wat de EU is.
Een bondstaat kent zowel een federaal niveau als een niveau van de Länder. Het BverfG is
als constitutionele rechter bevoegd om te beslissen over geschillen op federaal niveau. Het is
een soort horizontale bevoegdheidscontrole. Het BVerfG beslist ook in de gevallen waarin de
Länder een geschil hebben met het federaal niveau over bevoegdheden. Hoe zit het in het
geval van de Europese Unie? Op een bepaalde manier zit het ongeveer hetzelfde. Je hebt niet
de trias politica, maar je hebt wel EU-instellingen. Onder dat niveau heb je de verschillende
lidstaten. Met het Les Verts-arrest zegt de rechter dat het HvJ bevoegd is wanneer er een
geschil ontstaat op het nvieau van de EU-instellingen (horizontale bevoegdheidscontrole).
Wanneer er een geschil bestaat over de bevoegdheden tussen de lidstaten en een EU-
instellingen, beslist het HvJ of de bevoegdheid op het niveau van de instellingen of op het
niveau van de lidstaten ligt (verticale bevoegdheidscontrole). Op het eerste gezicht zou je
zeggen dat de structuur van de EU vergelijkbaar is met die van een federatie. Hier wil het
BVerfG absoluut niets van weten. Het standpunt van het BVerfG is als volgt. Het verschil zit
hem erin dat het Duitse volk boven het federale niveau staat. De verschillende machten op
centraal niveau zijn ontleed aan bevoegheden die ze hebben gekregen van het Duitse volk.
De Länder zijn deelstaten van een enkele volksgemeenschap. Het standpunt van het BVerfG
is dat de EU een heel andere structuur heeft. Weliswaar zijn de lidstaten onderworpen aan
Europees recht, maar er is een Verdrag en geen grondwet. Er is geen Europees volk, maar er
zijn Europese volkeren in het meervoud. Als de lidstaten verplicht worden door Europese
wetgeving, dan is het uiteindelijk omdat zij zelf de heren van het Verdrag zijn. Er bestaat niks
tussen een statenverbond en een bondstaat in. De EU is geen bondstaat, dus dan kan het
volgens het BVerfG alleen een statenverbond zijn.
De vraag is wat de implicaties hiervan zijn voor de autonomie van het gemeenschapsrecht.
De gedachte is dat je met rechtstreekse werking en voorrang te maken hebt met een soort
autonome Europese rechtsorde. Volgens het BVerfG is hiervan geen sprake. Iets autonooms
heeft een volk en een rechtsorde die geschapen wordt door volkeren is niet autonoom. Het
BVerfG ontkent dat de EU een autonome rechtsorde is. Het is in dienst en afhankelijk van de
Europese lidstaten. Ten grondslag aan deze problematiek ligt de gedachte dat democratie in
de kern volkssoevereiniteit is. Het volk is de hoogste macht. Dus geen democratie zonder volk.
De consequentie daarvan is dat het Europees Parlement in democratische zin geen parlement
is. Het ontbreekt aan democratische legitimiteit omdat het Europees Parlement geen Europees
volk mag en kan vertegenwoordigen. Het Europees volk bestaat niet. De problemen van het
democratisch tekort kunnen niet opgelost worden door het toekennen van bevoegdheden aan
Hoorcollege 3: Koopmans: de EU als ‘recht zonder staat’
1. Samenvatting week 2
2. Koopmans’ visie in een notendop
3. De ontkoppeling van democratische en volkssoevereiniteit
4. Ontkoppeling van recht en staatssoevereiniteit
5. Evaluatie van Koopmans’ standpunt
6. De EU als ‘commonwealth’
Koopmans weet wat de beweegredenen waren van het HvJ om het leerstuk van rechtstreekse
werking en het leerstuk van voorrang van EU-recht in te voeren. Koopmans heeft een radicale
stelling ingenomen wat betreft de uitspraak van het BVerfG. Het gaat er niet om dat de EU
geen staatsvolk heeft. We hebben dat niet meer nodig. De EU is recht zonder staat. Voor zover
dat het recht zonder staat is, zijn de problemen waarnaar het BVerfG geen problemen meer.
1. Samenvatting week 2
Het BVerfG stelt ons voor een ongemakkelijke tegenstelling. Er zijn twee opties: een bondstaat
of een statenverbond. Een bondstaat is wat Duitsland is. Een statenverbond is wat de EU is.
Een bondstaat kent zowel een federaal niveau als een niveau van de Länder. Het BverfG is
als constitutionele rechter bevoegd om te beslissen over geschillen op federaal niveau. Het is
een soort horizontale bevoegdheidscontrole. Het BVerfG beslist ook in de gevallen waarin de
Länder een geschil hebben met het federaal niveau over bevoegdheden. Hoe zit het in het
geval van de Europese Unie? Op een bepaalde manier zit het ongeveer hetzelfde. Je hebt niet
de trias politica, maar je hebt wel EU-instellingen. Onder dat niveau heb je de verschillende
lidstaten. Met het Les Verts-arrest zegt de rechter dat het HvJ bevoegd is wanneer er een
geschil ontstaat op het nvieau van de EU-instellingen (horizontale bevoegdheidscontrole).
Wanneer er een geschil bestaat over de bevoegdheden tussen de lidstaten en een EU-
instellingen, beslist het HvJ of de bevoegdheid op het niveau van de instellingen of op het
niveau van de lidstaten ligt (verticale bevoegdheidscontrole). Op het eerste gezicht zou je
zeggen dat de structuur van de EU vergelijkbaar is met die van een federatie. Hier wil het
BVerfG absoluut niets van weten. Het standpunt van het BVerfG is als volgt. Het verschil zit
hem erin dat het Duitse volk boven het federale niveau staat. De verschillende machten op
centraal niveau zijn ontleed aan bevoegheden die ze hebben gekregen van het Duitse volk.
De Länder zijn deelstaten van een enkele volksgemeenschap. Het standpunt van het BVerfG
is dat de EU een heel andere structuur heeft. Weliswaar zijn de lidstaten onderworpen aan
Europees recht, maar er is een Verdrag en geen grondwet. Er is geen Europees volk, maar er
zijn Europese volkeren in het meervoud. Als de lidstaten verplicht worden door Europese
wetgeving, dan is het uiteindelijk omdat zij zelf de heren van het Verdrag zijn. Er bestaat niks
tussen een statenverbond en een bondstaat in. De EU is geen bondstaat, dus dan kan het
volgens het BVerfG alleen een statenverbond zijn.
De vraag is wat de implicaties hiervan zijn voor de autonomie van het gemeenschapsrecht.
De gedachte is dat je met rechtstreekse werking en voorrang te maken hebt met een soort
autonome Europese rechtsorde. Volgens het BVerfG is hiervan geen sprake. Iets autonooms
heeft een volk en een rechtsorde die geschapen wordt door volkeren is niet autonoom. Het
BVerfG ontkent dat de EU een autonome rechtsorde is. Het is in dienst en afhankelijk van de
Europese lidstaten. Ten grondslag aan deze problematiek ligt de gedachte dat democratie in
de kern volkssoevereiniteit is. Het volk is de hoogste macht. Dus geen democratie zonder volk.
De consequentie daarvan is dat het Europees Parlement in democratische zin geen parlement
is. Het ontbreekt aan democratische legitimiteit omdat het Europees Parlement geen Europees
volk mag en kan vertegenwoordigen. Het Europees volk bestaat niet. De problemen van het
democratisch tekort kunnen niet opgelost worden door het toekennen van bevoegdheden aan