Wetenschappelijk onderzoek
Empirisch – gebaseerd op systematische waarnemingen
Controleerbaar – andere onderzoekers controleren
Probalistisch – een theorie is nooit waar of niet waar (informatie ondersteund een theorie)
Kenmerken wetenschappelijke theorie
Gebaseerd op data uit empirisch wetenschappelijk onderzoek
Falsifieerbaar – theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand van de data
Spaarzaam – als een theorie volstaat is het niet nodig om hem ingewikkelder te maken
2 soorten onderzoeksvragen
1. Fundamenteel – algemene principes
2. Toegepast – oplossingen voor specifieke problemen
Cognitieve bias – Theorie aannemen omdat het logisch klinkt
Availability heuristiek – Dingen die het eerst in je op komen het eerst geloven
Present bias – eerder kiezen voor korte termijn winst dan voor lange termijn
Blind bias spot – Overtuigd zijn dat we zelf niet gevoelig zijn voor bias
Kwalitatief onderzoek (geen getallen) (Subjectief)
Perspectief van respondenten staat centraal
Geïnteresseerd in contextuele benadering
Sociale fenomenen begrijpen vanuit natuurlijke context
Geïnteresseerd in natuurlijke omgeving
SPICE
Setting – Waar? Welke context?
Perspective – Voor wie?
Interest – Wat? Het onderwerp
Comparison – vergeleken met wat?
Evaluation – Met welk resultaat? Wat ga je bekijken van het onderwerp?
Case study logic – Mensen zoeken die specifieke bijdrage kunnen leveren
Sample for range – zon breed mogelijk scala aan ervaringen
Saturatie – Als er geen nieuwe informatie meer bijkomt
, ASELECT SELECT
REPRESENTATIEF – WILLEKEUR Niet Willekeurig (niet representatief) (externe
(GENERALISATIE) (EXTERNE V = HOOG) validiteit = laag)
DOELGERICHTE STEEKPROEF GESTRATIFICEERDE STEEKPROEF
GEMAKSTEEKPROEF CLUSTERSTEEKPROEF
QUOTA STEEKPROEF GETRAPTE STEEKPROEF
SNEEUWBAL STEEKPROEF SYSTEMATISCHE STEEKPROEF
SEQUENTIELE STEEKPROEF
Aselect
Gestratificeerde steekproef – Gebaseerd op strata (jongens/meisjes) Doel - Representatief
Clustersteekproef – Mensen opgedeeld in clusters – elke cluster apart ondervragen
Getrapte steekproef – cluster steekproef + andere steekproef
Systematische steekproef – Lijst met 100 mensen – je wilt er 10 dus doet elke 10 e persoon
Eenvoudig aselecte steekproef – Lijst met alle mensen – random indelen computer
Select
Doelgerichte steekproef – Mensen met bepaalde kenmerken zoeken
Gemakssteekproef – Mensen die makkelijk te bereiken zijn
Quota steekproef – gemakssteekproef – met van tevoren bepaalde aantallen
Sneeuwbal steekproef – elke respondent werft nieuwe respondenten
Sequentiele steekproef – criteria wordt tijdens onderzoek aangepast
Kwaliteit kwalitatief interview
Betrouwbaar – Vind je hetzelfde (interviewer
Valide – meet je wat je moet meten
Transcript – Letterlijke overtypen van interview
Field notes – Onderzoeker maakt fieldnotes – informatie die belangrijk kunnen zijn bij analyseren
data
Focusgroep – groepsgesprek met mensen van het onderwerp (deze zoveel mogelijk aan het woord)
Niet teveel afdwalen
Alle onderwerpen behandelen
Iedereen aan het woord
Observeren