Les 1:
Hebben, zijn, of worden altijd in een zin bij een volt. deelwoord.
Als je ‘je’ kan veranderen in ‘jij’ is er sprake van een onderwerp.
Wat is een onderwerp/persoonsvorm?
o Zet het onderwerp in het meervoud: de PV is dan ook meervoud (of omgekeerd)
De cliënt(en) komt (komen) niet op de afspraak.
o Maak van de zin een ja-vraag: PV voorop
De advocaat beëindigt het pleidooi. Beëindigt de advocaat met een slotwoord?
o Verander de tijd: alleen PV verandert
De advocaat heeft/had het pleidooi met een slotwoord beëindigd.
o Maak een vraag met ‘wie’ en ‘wat’ plus PV (en de rest). Het antwoord is het onderwerp
De advocaat heeft het pleidooi met een slotwoord beëindigd.
Wie beëindigt (pv) het pleidooi? De advocaat (= onderwerp)
Het pleidooi werd door de advocaat beëindigd.
Wat beëindigt (pv) de advocaat? Het pleidooi (= onderwerp)
Hoe herken je een persoonsvorm?
o Maak van onderwerp meervoud: PV ook meervoud. Of: Maak van PV meervoud: Onderwerp ook
meervoud.
De advocaten beëindigen het pleidooi met een slotwoord.
o Maak van onderwerp enkelvoud: PV ook enkelvoud. Of: Maak van PV enkelvoud: Onderwerp ook
enkelvoud.
o In kleine zinnen (zonder komma) staan het onderwerp en PV onverbrekelijk naast elkaar.
De advocaat een slotwoord beëindigde.
Onderwerp/Persoonsvorm voorbeelden:
1. In gerechtelijke procedures heeft schriftelijke communicatie de overhand gekregen.
1
, 2. Schriftelijke bewijsstukken worden door de advocaat aangeleverd.
3. In het geding worden dan producties, dat zijn bijlages, toegevoegd.
4. Een advocaat moet getraind zijn in de argumentatieleer, want de volgorde van de argumenten is
cruciaal.
5. Een groep samenhangende argumenten wordt dan bij elkaar geplaatst.
Wanneer ‘dt’ of ‘t’?
‘Je’ achter het werkwoord
Werk je de hele dag? je = jij
Werkt je collega de hele dag? je = jouw
Houd je soms van conflicten? je = jij
Houdt je broer soms van conflicten? je = jouw
Word je later advocaat? je = jij
Wordt je broer later advocaat? je = jouw
Gezond eten houdt je scherp! (je = jou)
Afwijkende werkwoorden:
o ‘willen’ => ik wil / jij wilt / wil jij? / hij wil
o Hebben => u hebt/ u heeft
o Kunnen => jij kunt/ u kunt/ hij kan
o Zullen => ik zal/ jij zult/ u zult / hij zal
Ik Stam
Hij/zij/jij/u Stam + t T.T.
Wij/zij/hun/hen Infinitief/hele werkwoord
2
, ’T eX-KofSCHiP:
1. Zoek de stam
2. Kijk naar de laatste letter van het werkwoord
3. Zit die in ’T eX-KofSCHiP
Wanneer ‘tt’ of ‘dd’?
o Medeklinker einde stam in ‘t kofschip? stam + te(n)
De hulpverlener ontmoette de cliënt voor een intakegesprek. Beindigdt
De cliënt kaartte daarin zijn financiële problemen aan.
o Medeklinker einde niet in ‘t kofschip? stam + de(n)
De hulpverlener bereidde een schuldbemiddelingsplan voor.
Daarna begeleidde hij de cliënt, om deurwaarderbezoek te voorkomen.
Wanneer voltooid deelwoord op ‘d’, wanneer op ‘t’?
Wat is een voltooid deelwoord?
volt. dlw. vaak in combinatie met PV hebben/zijn/worden
1. De zzp’er heeft niets geregeld voor het geval hij langdurig ziek wordt.
2. De artikelen zijn niet op tijd geleverd.
3. De reiskosten zijn nog steeds niet betaald.
4. Worden deze kosten als letselschade aangemerkt?
Wanneer voltooid deelwoord op ‘d’, wanneer ‘t’?
Plan A – langer maken
− Gerespecteerde gerespecteerd
− Geplaatste geplaatst
1. Voor het tentamen Strafrecht heeft de docent een relevante vraag geformuleerd.
3
Hebben, zijn, of worden altijd in een zin bij een volt. deelwoord.
Als je ‘je’ kan veranderen in ‘jij’ is er sprake van een onderwerp.
Wat is een onderwerp/persoonsvorm?
o Zet het onderwerp in het meervoud: de PV is dan ook meervoud (of omgekeerd)
De cliënt(en) komt (komen) niet op de afspraak.
o Maak van de zin een ja-vraag: PV voorop
De advocaat beëindigt het pleidooi. Beëindigt de advocaat met een slotwoord?
o Verander de tijd: alleen PV verandert
De advocaat heeft/had het pleidooi met een slotwoord beëindigd.
o Maak een vraag met ‘wie’ en ‘wat’ plus PV (en de rest). Het antwoord is het onderwerp
De advocaat heeft het pleidooi met een slotwoord beëindigd.
Wie beëindigt (pv) het pleidooi? De advocaat (= onderwerp)
Het pleidooi werd door de advocaat beëindigd.
Wat beëindigt (pv) de advocaat? Het pleidooi (= onderwerp)
Hoe herken je een persoonsvorm?
o Maak van onderwerp meervoud: PV ook meervoud. Of: Maak van PV meervoud: Onderwerp ook
meervoud.
De advocaten beëindigen het pleidooi met een slotwoord.
o Maak van onderwerp enkelvoud: PV ook enkelvoud. Of: Maak van PV enkelvoud: Onderwerp ook
enkelvoud.
o In kleine zinnen (zonder komma) staan het onderwerp en PV onverbrekelijk naast elkaar.
De advocaat een slotwoord beëindigde.
Onderwerp/Persoonsvorm voorbeelden:
1. In gerechtelijke procedures heeft schriftelijke communicatie de overhand gekregen.
1
, 2. Schriftelijke bewijsstukken worden door de advocaat aangeleverd.
3. In het geding worden dan producties, dat zijn bijlages, toegevoegd.
4. Een advocaat moet getraind zijn in de argumentatieleer, want de volgorde van de argumenten is
cruciaal.
5. Een groep samenhangende argumenten wordt dan bij elkaar geplaatst.
Wanneer ‘dt’ of ‘t’?
‘Je’ achter het werkwoord
Werk je de hele dag? je = jij
Werkt je collega de hele dag? je = jouw
Houd je soms van conflicten? je = jij
Houdt je broer soms van conflicten? je = jouw
Word je later advocaat? je = jij
Wordt je broer later advocaat? je = jouw
Gezond eten houdt je scherp! (je = jou)
Afwijkende werkwoorden:
o ‘willen’ => ik wil / jij wilt / wil jij? / hij wil
o Hebben => u hebt/ u heeft
o Kunnen => jij kunt/ u kunt/ hij kan
o Zullen => ik zal/ jij zult/ u zult / hij zal
Ik Stam
Hij/zij/jij/u Stam + t T.T.
Wij/zij/hun/hen Infinitief/hele werkwoord
2
, ’T eX-KofSCHiP:
1. Zoek de stam
2. Kijk naar de laatste letter van het werkwoord
3. Zit die in ’T eX-KofSCHiP
Wanneer ‘tt’ of ‘dd’?
o Medeklinker einde stam in ‘t kofschip? stam + te(n)
De hulpverlener ontmoette de cliënt voor een intakegesprek. Beindigdt
De cliënt kaartte daarin zijn financiële problemen aan.
o Medeklinker einde niet in ‘t kofschip? stam + de(n)
De hulpverlener bereidde een schuldbemiddelingsplan voor.
Daarna begeleidde hij de cliënt, om deurwaarderbezoek te voorkomen.
Wanneer voltooid deelwoord op ‘d’, wanneer op ‘t’?
Wat is een voltooid deelwoord?
volt. dlw. vaak in combinatie met PV hebben/zijn/worden
1. De zzp’er heeft niets geregeld voor het geval hij langdurig ziek wordt.
2. De artikelen zijn niet op tijd geleverd.
3. De reiskosten zijn nog steeds niet betaald.
4. Worden deze kosten als letselschade aangemerkt?
Wanneer voltooid deelwoord op ‘d’, wanneer ‘t’?
Plan A – langer maken
− Gerespecteerde gerespecteerd
− Geplaatste geplaatst
1. Voor het tentamen Strafrecht heeft de docent een relevante vraag geformuleerd.
3