H9 Psychology Gleitman
Mental representations (=mentale representaties) : Inhoud
in het verstand die staat voor bepaalde objecten,
gebeurtenissen of stand van zaken.
Deze mentale representaties maken het ons mogelijk om na te
denken over deze objecten of gebeurtenissen, zelfs in hun
afwezigheid.
Je hebt verschillende vormen van mentale representaties.
Sommige zijn analogisch (=analogical) : ideeën die een
aantal kenmerken van het gerepresenteerde object delen.
Analoge representaties vind je vaak in de vorm van mentale
beelden (=mental images) : Mentale representaties die lijken
op het gerepresenteerde object.
*Voorbeeld: een tekening van een koe die alle kenmerkende
eigenschappen bevat; vlekken, oren, poten en uiers.
Naast analoge representaties heb je ook symbolische
(=symbolic) representaties : Mentale representaties die staan
voor een bepaalde inhoud, zonder dat ze lijken op het
gerepresenteerde object of kenmerken ervan delen.
*Voorbeeld: het woordje ‘koe’.
Mentale beelden zijn vaak foto-achtig. Bewijs toont aan dat er
een enorme overlap is tussen hersengedeeltes die cruciaal zijn
voor het maken en onderzoeken van mentale beelden en
hersengedeeltes die cruciaal zijn voor visuele perceptie.
Ook zijn veel dezelfde hersenstructuren actief tijdens beide
processen.
De visuele cortex is cruciaal voor de verwerking van visuele
inputs én voor het maken en inspecteren van beelden.
Mentale beelden zijn dus geen foto’s, maar foto-achtig! * een
foto kan je makkelijk herinterpreteren, een beeld niet.
, H9 Psychology Gleitman
Symbolische representaties zijn flexibeler, omdat symbolen
elke inhoud die we kiezen kunnen representeren.
Symbolen kunnen ook gecombineerd worden om complexere
inhouden te representeren.
Symbolen kunnen samengesteld worden in stellingen
(=propositions) : een bewering die een onderwerp en claim
betreft over dat onderwerp.
Het is makkelijk om stellingen uit te drukken in zinnen, maar er
zijn ook andere vormen mogelijk.
In het verstand, worden stellingen waarschijnlijk uitgedrukt via
netwerk structuren; hier dienen individuele symbolen als
knooppunten (=nodes) binnen het netwerk. : oftewel een
‘ontmoetingsplek’ voor verschillende verbindingen die
geassocieerd zijn met een bepaald onderwerp.
Deze (individuele) knooppunten zijn verbonden aan elkaar door
middel van associatieve verbindingen (=associative links) :
verbindingen tussen symbolen (of knooppunten) in het werk.
De verschillende knooppunten die een stelling representeren
worden geactiveerd wanneer een persoon hierover aan het
nadenken is.
Spreading activation (=verspreiding van activatie) : Het
proces waarbij activiteit in één knooppunt (in het netwerk) naar
andere knooppunten vloeit via associatieve verbindingen.
Deze verspreiding van activatie wordt zwakker en langzamer
tussen knooppunten die weinig geassocieerd zijn. Dus bij
knooppunten die ver van elkaar liggen is er geen tot weinig
activatie.
Mental representations (=mentale representaties) : Inhoud
in het verstand die staat voor bepaalde objecten,
gebeurtenissen of stand van zaken.
Deze mentale representaties maken het ons mogelijk om na te
denken over deze objecten of gebeurtenissen, zelfs in hun
afwezigheid.
Je hebt verschillende vormen van mentale representaties.
Sommige zijn analogisch (=analogical) : ideeën die een
aantal kenmerken van het gerepresenteerde object delen.
Analoge representaties vind je vaak in de vorm van mentale
beelden (=mental images) : Mentale representaties die lijken
op het gerepresenteerde object.
*Voorbeeld: een tekening van een koe die alle kenmerkende
eigenschappen bevat; vlekken, oren, poten en uiers.
Naast analoge representaties heb je ook symbolische
(=symbolic) representaties : Mentale representaties die staan
voor een bepaalde inhoud, zonder dat ze lijken op het
gerepresenteerde object of kenmerken ervan delen.
*Voorbeeld: het woordje ‘koe’.
Mentale beelden zijn vaak foto-achtig. Bewijs toont aan dat er
een enorme overlap is tussen hersengedeeltes die cruciaal zijn
voor het maken en onderzoeken van mentale beelden en
hersengedeeltes die cruciaal zijn voor visuele perceptie.
Ook zijn veel dezelfde hersenstructuren actief tijdens beide
processen.
De visuele cortex is cruciaal voor de verwerking van visuele
inputs én voor het maken en inspecteren van beelden.
Mentale beelden zijn dus geen foto’s, maar foto-achtig! * een
foto kan je makkelijk herinterpreteren, een beeld niet.
, H9 Psychology Gleitman
Symbolische representaties zijn flexibeler, omdat symbolen
elke inhoud die we kiezen kunnen representeren.
Symbolen kunnen ook gecombineerd worden om complexere
inhouden te representeren.
Symbolen kunnen samengesteld worden in stellingen
(=propositions) : een bewering die een onderwerp en claim
betreft over dat onderwerp.
Het is makkelijk om stellingen uit te drukken in zinnen, maar er
zijn ook andere vormen mogelijk.
In het verstand, worden stellingen waarschijnlijk uitgedrukt via
netwerk structuren; hier dienen individuele symbolen als
knooppunten (=nodes) binnen het netwerk. : oftewel een
‘ontmoetingsplek’ voor verschillende verbindingen die
geassocieerd zijn met een bepaald onderwerp.
Deze (individuele) knooppunten zijn verbonden aan elkaar door
middel van associatieve verbindingen (=associative links) :
verbindingen tussen symbolen (of knooppunten) in het werk.
De verschillende knooppunten die een stelling representeren
worden geactiveerd wanneer een persoon hierover aan het
nadenken is.
Spreading activation (=verspreiding van activatie) : Het
proces waarbij activiteit in één knooppunt (in het netwerk) naar
andere knooppunten vloeit via associatieve verbindingen.
Deze verspreiding van activatie wordt zwakker en langzamer
tussen knooppunten die weinig geassocieerd zijn. Dus bij
knooppunten die ver van elkaar liggen is er geen tot weinig
activatie.