College inspanningsfysiologie 3 – Invloed kanker op inspanningsvermogen
Directe gevolgen kanker:
a. Orgaanfalen
b. Neurologische uitval
c. Osteolytische laesies
d. Tumore load:
Vermoeidheid
Cachexie: extreme magerheid (spieratrofie, anemie, asthenie (algehele zwakte))
Invloed op inspanningsvermogen
1. Aerobe capaciteit
De VO2max neemt af met ongeveer 10% per jaar
- >2/3 van de kankerpatienten is ouder dan 65
- 30-80% comorbiditeit
Bij kanker: tot 50% afname VO2max t.o.v. referentiewaarden
- Afname zowel direct behandeling gerelateerd en inactiviteit gerelateerd
Radiotherapie en VO2max
Bestraling van hart en longen kan leiden tot:
- Fibrose (9-12 maanden na RT) waardoor slechtere longfunctie
- Cardiomypathie waardoor slechtere hartfunctie
- Radiatiepneumonitis (soort longontsteking door de radiotherapie van gezond longweefsel, 1-8 weken na RT)
Chemotherapie en VO2max
- Cardiomyopathie: hypotensie, tachycardie, cardiale dilatatie en afname van ejectiefractie
- Kan maanden tot jaren na behandeling tot uiting komenBeenmergsupressie
- Er kan sprake zijn van een Hb daling (reversibel), wat voor een beperkte zuurstofopname zorgt
De behandeling van kanker geeft vaak een veranderde lichaamssamenstelling:
- Door hormoon –en chemotherapie: afname vetvrijemassa van 4% en een gewichtstoename met toename
vetmassa 0-24%
2. Spiermassa en spierkracht
Er vindt een verhoogde eiwitafbraak plaats door:
a. Veranderd metabolisme (verminderde eiwitsynthese)
b. Verminderde intake van eiwitten door misselijkheid/ braken en verminderde eetlust
c. Algehele inactiviteit gedurende de behandeling
d. De behandeling treft vooral type II vezels (fast twitch)
Directe gevolgen kanker:
a. Orgaanfalen
b. Neurologische uitval
c. Osteolytische laesies
d. Tumore load:
Vermoeidheid
Cachexie: extreme magerheid (spieratrofie, anemie, asthenie (algehele zwakte))
Invloed op inspanningsvermogen
1. Aerobe capaciteit
De VO2max neemt af met ongeveer 10% per jaar
- >2/3 van de kankerpatienten is ouder dan 65
- 30-80% comorbiditeit
Bij kanker: tot 50% afname VO2max t.o.v. referentiewaarden
- Afname zowel direct behandeling gerelateerd en inactiviteit gerelateerd
Radiotherapie en VO2max
Bestraling van hart en longen kan leiden tot:
- Fibrose (9-12 maanden na RT) waardoor slechtere longfunctie
- Cardiomypathie waardoor slechtere hartfunctie
- Radiatiepneumonitis (soort longontsteking door de radiotherapie van gezond longweefsel, 1-8 weken na RT)
Chemotherapie en VO2max
- Cardiomyopathie: hypotensie, tachycardie, cardiale dilatatie en afname van ejectiefractie
- Kan maanden tot jaren na behandeling tot uiting komenBeenmergsupressie
- Er kan sprake zijn van een Hb daling (reversibel), wat voor een beperkte zuurstofopname zorgt
De behandeling van kanker geeft vaak een veranderde lichaamssamenstelling:
- Door hormoon –en chemotherapie: afname vetvrijemassa van 4% en een gewichtstoename met toename
vetmassa 0-24%
2. Spiermassa en spierkracht
Er vindt een verhoogde eiwitafbraak plaats door:
a. Veranderd metabolisme (verminderde eiwitsynthese)
b. Verminderde intake van eiwitten door misselijkheid/ braken en verminderde eetlust
c. Algehele inactiviteit gedurende de behandeling
d. De behandeling treft vooral type II vezels (fast twitch)