OG 2: Personenbelasting: RI en BI
2. Algemeen: onderscheid soorten inkomsten
4 categorieën van netto-inkomsten (art 6 WIB)
1. Inkomen van onroerende goederen (vb. verhuring, verpachting, erfpacht, opstal,…)
2. Inkomen van roerende goederen en kapitalen (vb. rente op privérekening)
3. Beroepsinkomen (vb. loon van een secretaresse)
4. Divers inkomen (vb. prijzen, onderhoudsuitkeringen,… art 90 WIB)
Oefening 2
a) Beroepsinkomen (art 37 WIB)
Op het eerste zicht zou je denken een onroerend inkomen, maar we willen het omzetten
naar beroepsinkomen. art 37 WIB: we kunnen niet werken met het KI want dat is fictief
geschat. Het beroepsinkomen wordt niet belast omdat men ervan uitgaat dat de winst
die je hieruit haalt al in uw belastbare grondslag zit.
b) Interesten op professionele zichtrekening: beroepsinkomen (art 37 WIB)
Het wordt vermengd met uw professioneel vermogen dus wordt het beroepsinkomen.
Hier gaat het om een winst (loodgieter is een zelfstandige en dat is altijd winst)
Interesten op private zichtrekening: inkomen van roerende goederen (art 17, §1, 2° en
19, 1° WIB)
c) Roerende inkomsten
Op het eerste zicht zou je denken beroepsinkomen, maar dit is een uitzondering (art 37,
lid 2 WIB) het is roerend tot het bedrag van €57.590,00. Is het inkomen hoger dan wordt
hetgeen dit bedrag overschrijdt vermoed beroepsinkomsten te zijn, maar je kan nog
aantonen dat dit privé is. Dus €17.410 beroepsinkomen en €57.590 roerend inkomen.
Roerende inkomsten worden belast op het tarief van de roerende voorheffing: art 269,
4° WIB 15%.
d) Diverse inkomsten (art 90, 1° WIB): winsten of baten die je occasioneel of toevallig
behaalt buiten de uitoefening van beroepswerkzaamheid. DUS iedere inkomst die je
behaalt is belastbaar. Er is een uitzondering voor normale verrichtingen van privé-
vermogen.
Geen inkomen van roerende goederen want het is geen periodieke verdienste. Het staat
niet in de lijst van art 17 WIB dus kan het geen roerende inkomst zijn.
e) Diverse inkomsten (art 90, 5° WIB): onderverhuur
Geen inkomen van onroerende goederen want Klaas is geen eigenaar, erfpachter,
opstalhouder of vruchtgebruiker van het pand (art 11 WIB).
Even terzijde verschil tussen art 269 en 171 WIB
€100 dividend – roerend inkomen
Is het belastbaar? Staat het bij de belastbare inkomsten? Ja, art 18, 1° WIB
Wat is de belastbare grondslag? de waarde van het dividend = €100
1
2. Algemeen: onderscheid soorten inkomsten
4 categorieën van netto-inkomsten (art 6 WIB)
1. Inkomen van onroerende goederen (vb. verhuring, verpachting, erfpacht, opstal,…)
2. Inkomen van roerende goederen en kapitalen (vb. rente op privérekening)
3. Beroepsinkomen (vb. loon van een secretaresse)
4. Divers inkomen (vb. prijzen, onderhoudsuitkeringen,… art 90 WIB)
Oefening 2
a) Beroepsinkomen (art 37 WIB)
Op het eerste zicht zou je denken een onroerend inkomen, maar we willen het omzetten
naar beroepsinkomen. art 37 WIB: we kunnen niet werken met het KI want dat is fictief
geschat. Het beroepsinkomen wordt niet belast omdat men ervan uitgaat dat de winst
die je hieruit haalt al in uw belastbare grondslag zit.
b) Interesten op professionele zichtrekening: beroepsinkomen (art 37 WIB)
Het wordt vermengd met uw professioneel vermogen dus wordt het beroepsinkomen.
Hier gaat het om een winst (loodgieter is een zelfstandige en dat is altijd winst)
Interesten op private zichtrekening: inkomen van roerende goederen (art 17, §1, 2° en
19, 1° WIB)
c) Roerende inkomsten
Op het eerste zicht zou je denken beroepsinkomen, maar dit is een uitzondering (art 37,
lid 2 WIB) het is roerend tot het bedrag van €57.590,00. Is het inkomen hoger dan wordt
hetgeen dit bedrag overschrijdt vermoed beroepsinkomsten te zijn, maar je kan nog
aantonen dat dit privé is. Dus €17.410 beroepsinkomen en €57.590 roerend inkomen.
Roerende inkomsten worden belast op het tarief van de roerende voorheffing: art 269,
4° WIB 15%.
d) Diverse inkomsten (art 90, 1° WIB): winsten of baten die je occasioneel of toevallig
behaalt buiten de uitoefening van beroepswerkzaamheid. DUS iedere inkomst die je
behaalt is belastbaar. Er is een uitzondering voor normale verrichtingen van privé-
vermogen.
Geen inkomen van roerende goederen want het is geen periodieke verdienste. Het staat
niet in de lijst van art 17 WIB dus kan het geen roerende inkomst zijn.
e) Diverse inkomsten (art 90, 5° WIB): onderverhuur
Geen inkomen van onroerende goederen want Klaas is geen eigenaar, erfpachter,
opstalhouder of vruchtgebruiker van het pand (art 11 WIB).
Even terzijde verschil tussen art 269 en 171 WIB
€100 dividend – roerend inkomen
Is het belastbaar? Staat het bij de belastbare inkomsten? Ja, art 18, 1° WIB
Wat is de belastbare grondslag? de waarde van het dividend = €100
1