Nederlands hoofdstuk 1: Lezen, schrijven, kijken en luisteren, spreken en gesprekken,
woordenschat, grammatica zinsdelen, grammatica woordsoorten, spelling, spelling werkwoorden
Hoofd- en bijzaken en kernzinnen
De belangrijkste informatie in een tekst noem je de hoofdzaken, en wat minder belangrijk is, zijn de
bijzaken. De hoofdzaken van een tekst staan vaak op voorkeursplaatsen, zoals in de inleiding en het
slot.
De hoofdzaken van een alinea staan vaak in een kernzin. Dat is meestal de eerste zin van de alinea,
en soms de laatste.
Als je een tekst moet onthouden, kun je de hoofdzaken in een schema zetten of in een samenvatting.
Zo maak je een schema van een tekst.
1. Lees de tekst goed door.
2. Onderstreep de hoofdzaken.
3. Noteer de belangrijkste informatie uit de tekst.
Zo maak je een samenvatting van een tekst.
1. Lees de tekst goed door.
2. Onderstreep de hoofdzaken.
3. Neem de kernzinnen en andere hoofdzaken over.
woordenschat, grammatica zinsdelen, grammatica woordsoorten, spelling, spelling werkwoorden
Hoofd- en bijzaken en kernzinnen
De belangrijkste informatie in een tekst noem je de hoofdzaken, en wat minder belangrijk is, zijn de
bijzaken. De hoofdzaken van een tekst staan vaak op voorkeursplaatsen, zoals in de inleiding en het
slot.
De hoofdzaken van een alinea staan vaak in een kernzin. Dat is meestal de eerste zin van de alinea,
en soms de laatste.
Als je een tekst moet onthouden, kun je de hoofdzaken in een schema zetten of in een samenvatting.
Zo maak je een schema van een tekst.
1. Lees de tekst goed door.
2. Onderstreep de hoofdzaken.
3. Noteer de belangrijkste informatie uit de tekst.
Zo maak je een samenvatting van een tekst.
1. Lees de tekst goed door.
2. Onderstreep de hoofdzaken.
3. Neem de kernzinnen en andere hoofdzaken over.