Probleem 1. What drives them?
Wat is motivatie
- Intrinsieke motivatie: de activiteit op zich is bevredigend. Iemand doet dingen die op
zichzelf belonend zijn, die direct een positieve innerlijke beleving opleveren (dorst
stillen, wandelen op het strand omdat het relaxed is)
- Extrinsieke motivatie: iemand verkrijgt met de activiteit iets anders dat bevredigend
is: dus indirect (drinken om je zorgen te vergeten, met je kinderen naar het strand
omdat je een goede vader wilt zijn)
Ook de locus of causality is belangrijk. Dit is de locatie (intern of extern: binnen of buiten de
persoon) van het reden voor gedrag. Een intern locus of causality is verbonden met intrinsieke
motivatie en een externe met extrinsieke motivatie. Motivatie varieert in richting en in sterkte.
Epistemologie is de manier waarop je kennis verkrijgt. Volition is de drive of wil om een
doel na te streven. Het verschil tussen motivatie en volition is dat je motivatie nodig hebt om
ergens aan te beginnen, en volition om vol te houden..
Perspectieven op motivatie
1. Behavioral approach. Deze benadering focust zich vooral op rewards en incentives.
Een incentive is een object of een gebeurtenis die bepaald gedrag aan- of ontmoedigen (het
vooruitzicht van een 9 of 10 als je goed leert). Door beloningen kan ons gedrag omgevormd
worden zodat we ons in een bepaalde manier gedragen (is een poging studenten te motiveren
door extrinsieke motivatie).
2. Humanistic approach. Deze benadrukken intrinsieke vormen van motivatie zoals de
behoefte aan zelf actualisatie, de tendens om dingen te actualiseren of de behoefte aan
zelfbeschikking. Dus vanuit deze benadering betekend mensen motiveren, het aanmoedigen
van hun innerlijke bronnen. Deze benadering focust zich op persoonlijke groei.
3. Maslow’s hiërarchie. Deze theorie valt onder de human approach. Volgens Maslow
hebben mensen een behoeftehiërarchie die het hoogste doel zelf actualisatie heeft. De lower-
level needs: overleven, veiligheid, liefde en zelfvertrouwen als deficiency needs. De drie
higher-level needs intellectuele prestatie, esthetische waardering en zelf actualisatie noemde
hij being needs (of growth needs). Hoe meer being needs iemand heeft, hoe meer hij zal
proberen deze uit te breiden en ze nog meer te vervullen. Being needs kunnen nooit helemaal
vervuld worden. Kritiek op deze theorie is dat de basisbehoeften niet altijd vervult hoeven te
zijn om growth needs te bereiken. Ook zou de theorie te positief zijn over mensen.
4. Cognitive and Social approaches. Cognitieve theorieën benadrukken intrinsieke
motivatie. Cognitieve theorieën zijn eigenlijk een reactie op de zojuist besproken
gedragsbenaderingen. Cognitieve benaderingen zien gedrag als bepaald door ons denken en
niet als een gevolg van beloningen of straffen. Gedrag wordt geïnitieerd en gereguleerd door
plannen, schema’s, verwachtingen en attributies. Mensen gaan dus elf op zoek naar
informatie.
- Expectancy x Value theorie: deze houden rekening met zowel behavioristen (de
effecten of uitkomsten van gedrag) als met de cognitieve benadering (individueel
denken). Motivatie is het product van iemand zijn verwachting over het bereiken van
1