Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages
Summary

Samenvatting (9,0) SWK3 Pedagogiek - duidelijk!

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages

Uitgebreide samenvatting van alle hoorcolleges, begrippenlijst in eigen woorden. Alles is dus makkelijk te begrijpen. Er zijn ook voorbeelden bij aan toegevoegd, zodat je alles extra duidelijk begrijpt. Mijn eindcijfer was een 9 dankzij deze samenvatting.

Content preview

Hoorcollege 1A
Wat is opvoeding en opvoedingsondersteuning?

Opvoeden  Iedere invloed die mensen, onbedoeld of bedoeld, uitoefenen op de ontwikkeling en het functioneren
van het kind.
Voorbeeld
Leren fietsen met papa. Papa juicht is trots omdat het hem lukt
Bedoeld = Leren fietsen
Onbedoeld = oh? Papa is er voor mij.

Ontwikkelen
Ont-wikkelen  Uit zijn wikkel halen.
Die persoon krijgt de kans krijgt om te leren en te groeien op een manier die hen zal helpen om het beste te worden
wat ze kunnen zijn.

Opvoeden is zelfregulatief, want het gaat vanzelf.
(Zelfregulatie betekent eigenlijk dat iemand in staat is om zijn eigen emoties, gedrag en aandacht te
reguleren om zich aan te passen aan verschillende situaties en doelen te bereiken)

- Protoconversatie  (proto= voor | conversatie = praten. AKA voor het praten)
Om de beurt geluid maken, doordat een volwassene een beurtstructuur creëert. Je reageert vanzelf op het
kind,
Voorbeeld 1
Lina (Kind): AAAA
Ik (mama): AAAA
Voorbeeld 2:
Stel je voor dat je met een baby praat en hij begint te brabbelen. Jij reageert dan door te glimlachen en te
zeggen: "Oh, vertel me meer!" De baby brabbelt dan weer terug, en zo gaat het door. Dit noemen we
protoconversatie omdat het lijkt op een echt gesprek, maar eigenlijk zijn we gewoon aan het oefenen hoe
we met elkaar kunnen communiceren.


- Normen en waarden  Jij hebt alles al vanuit huis meegekregen.
Voorbeeld
Ik heb van mijn ouders geleerd om mijn schoenen uit te doen thuis, gastvrijheid als er bezoek komt etc.
Andere leren om thuis hun schoenen aan te houden en is gastvrijheid niet zozeer aanwezig.


Co regulatie & adaptie  samen in gesprek & aanpassen aan elkaars wensen.
Voorbeeld:
Rami (14) nodigt een aantal klasgenoten uit. Hij wil gaan vapen, omdat hij zijn broer dat altijd ziet doen. Mama en
Rami spreken samen af dat ze best mogen komen, echter mogen ze niet vapen.

Sensitief en responsief
Opvoeden is een proces dat energie, tijd en soms pijn en moeite van ouders kost.
Ouders die over het algemeen in staat zijn sensitief (=aanvoelen wat er is) en
Responsief (antwoord bevattend gedrag) te reageren, creëren de meest veilige opvoedsituatie.

Feiten over opvoeden in Nederland
- Nederlandse kinderen nummer 1 gelukkigste kinderen ter wereld.  Komt door vrijheid en druk die beperkt
is
- Nederlands staat in de top-vijf gelukkigste landen ter wereld. (Alle mensen in Nederland)

1

, - 85% van de kinderen gaat het goed. 15% gaat het minder of niet goed.

Aan wie vragen ouders om steun en wat zijn hun behoeften?
- Familie en vrienden 
Vb. kind slaapt alleen bij mij in bed. Jouw vriendin zegt ‘Mijn kind…’ of ‘oh komt wel goed’.
- Behoeften  informatie en advies, praktische en emotionele steun.
Vaak ervaren ouders
Ouders opvoedingsidealen ontstaan door: een gat tussen wat
zij wensen aan steun
en aan wat zij
- Eigen opvoeding  krijgen
vb. Je krijgt mee bij je opvoeding dat een strenge aanpak altijd nodig is. Jij wilt dit niet meegeven. Of jij leert
dat familie altijd nummer 1 is, dit wil je meegeven aan je eigen familie.

- Hun persoonlijkheidsontwikkeling 
vb. Ouders die altijd hebben willen studeren en dit pusht bij hun kinderen. Kan positief en negatief werken

- Sociale netwerk 
vb. iedereen doet gymnasium dus mijn kind moet ook. Kan positief of negatief werken.

- Maatschappelijke en culturele omgeving 
Geloof, cultuur, economische idealen etc.

Universele opvoedingsidealen
Opvoeddoelen die ouders wereldwijd hebben.

- Zorgen voor fysieke, sociale en emotionele welzijn 
vb. eten/drinken, dak boven hun hoofd, veilig voelen etc.

- Economische competenties

- Culturele waarden en normen overdragen

- Nederlanders vinden autonomie van het kind heel belangrijk.

Opvoedingsondersteuning

Opvoedingsondersteuning  opvoeders helpen opvoeden.
Het ondersteunen van alle opvoeders, van pedagogische medewerker, voetbalcoach, leerkracht tot professionals
van bureau Jeugdzorg.

Doel opvoedingsondersteuning  verbeteren van de opvoedsituatie
- Het voorkomen van problemen in de opvoeding  vb. advies over social media kan overgewicht
voorkomen.
- Het helpen oplossen van bestaande zorgen en problemen  Vb. kind lust geen groente. Moet je pushen?
- Het versterken van pedagogische competenties en vaardigheden  vb. met zelfvertrouwen opvoeden
- Kinderen opgroeien tot burgers die meedoen met de samenleving  vb. kinderen mogen meedoen met een
schoolkrant, klassenvertegenwoordigers, kinderstemmen etc.

Soorten preventie
- Algemene preventie  voor alle ouders
- Selectieve preventie  ouders met beginnende problemen of een hoge risico daarop
- Geïndiceerde preventie  Ernstige problematiek, vaak vastgesteld.


2

,Vormen opvoedingsondersteuning
- Informatie en voorlichting over ontwikkeling van kinderen  vb. folders op internet
- Bevorderen van sociale steun en zelfhulp over omgang met kinderen  vb. ouders voelen zich eenzaam.
Meenemen naar bieb. Andere ouders zijn daar en kinderen leren lezen.
- Vroegtijdige signalering en verwijzing  vb. als een kind achterloopt qua ontwikkeling. Belangrijk om soms
door te verwijzen
- Pedagogische advisering en begeleiding  vb. huiskamer/kinderdagverblijf inrichting voor een kind.
Opvoedingsondersteuning is activerend i.p.v. compenserend (goed maken). Hoe?  Ouders worden gestimuleerd in
zelfstandigheid en de vaardigheid als opvoeder wordt groter.
Opvoedingsondersteuning rondom huis
- Partner
- Vrienden
- Familieleden
- Buren
- Opvoedtelefoon
- Internet
- Vrijwilligers via speciale programma’s
(huisbezoek)
Opvoedingsondersteuning rondom in de buurt
- Kinderopvang
- Scholen
- Buurtcentra
- Opvoedsteunpunt
- Ouder- en kindteams
- Allerlei projecten op buurtniveau




3

, - Consultatiebureau.
- Kinderopvang


Hoorcollege 1B
Hedendaagse gezinsvormen
Gezinsstructuren
Gezinsstructuren
Getrouwd met kinderen 2 miljoen
Niet getrouwd met kinderen 0,5 miljoen (half miljoen)
LGTB-ouders Groei vanaf 1980
2 vaders of 2 moeders 40.000 kinderen
Geregistreerde partnerschap (is geen huwelijk) Vanaf 1988 - 20000
Adoptie voor homoparen 2001

Kerngezin  gezin met vader en moeder
- Dit is de ‘normale’ gezinsvorm
- Bestaat supadupa lang
- Komt het meeste voor in de wereld
- Meeste onderzoek over gedaan aka hier weten we meer over.

Draagmoeder  je bent zwanger voor iemand anders. Vaak voor homo’s.
Co-ouderschap  2 ouders die niet samenwonen (vaak scheiding) die samen het kind opvoeden.
Stiefgezin/ samengesteld gezin  2 partners met kinderen die uit een vorige partner kwam.
Ivf-kinderen  1 eicel en meerdere spermacellen bij elkaar gebracht. Dit gebeurt in een laboratorium. Als de eicel
en spermacel samensmelten ontstaat een embryo. Het embryo wordt in de baarmoeder teruggeplaatst
Adoptiekinderen  Bij adoptie wordt het kind juridisch een eigen kind. Het krijgt de achternaam van de
adoptieouders.
Pleegkinderen  Pleegouders hebben geen zeggenschap over hun pleegkind en belangrijke beslissingen worden in
overleg met ouders genomen. Een pleegkind houdt in principe de achternaam van de eigen ouders.
Twee vaders een moeder
Twee moeders twee vaders

Andere gezinsstructuren valt buiten het norm aka normatief denken, terwijl en al heel lang sprake is van
verschillende gezinsvormen  andere gezinsvormen hebben niet meer problemen dan normale gezinnen. Kan ook
heel goed gaan.

‘Wat doet jouw mama en papa?’ Is normatief denken. Wie weet heeft diegene 2 pa’s of maar 1 ouder. Betere vragen
zijn ‘Tienermoederschap


Tienermoeders 

- Strenge opvoeding/harde disciplinering - Tienermoederschap wordt vaak als problematisch
- Lage sensitiviteit (aanvoelen wat er is voor het gezien.
kind)
- Weinig geld
- Minder positieve ouder-kind interacties
- Vroegtijdig ouderschap bij de kinderen
- Lagere IQ
- Grotere kans op criminaliteit.
- Ook grotere kans om tienermoeder te worden.


4

Document information

Study
Uploaded on
August 26, 2023
Number of pages
34
Written in
2023/2024
Type
Summary
$12.29
Purchased by 37 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
428
Followers
34
Items
13
Last sold
4 days ago

Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions