Hoofdstuk 1) Gezinspedagogiek
TERM BETEKENIS
Brussen Verzamelnaam voor broers en zussen.
Secularisering Bredere kijk op de wereld die religieuze denkbeelden overschrijdt.
Bi-directioneel proces Proces waarbij kind-gedrag en opvoedingsgedrag elkaar beïnvloeden.
Microsysteem Omgevingsniveau bestaande uit het kind, familie, de crèche en de school.
Omgevingsniveau dat bestaat uit de formele en informele structuren rond
Exo-systeem
het gezin.
Praktijk achter het opvoeden, waarbij het gezin als hoeksteen van de maat-
Pedagogie
schappij wordt gezien.
Omgevingsniveau dat de wederzijdse invloed die de microsystemen op el-
Mesosysteem
kaar uitoefenen, omvat.
Omgevingsniveau dat de buitenste laag en de overkoepelende culturele en
Macro-systeem
maatschappelijke invloeden omvat.
Fenomeen waarbij de rechten en gedachtegang van het individu boven die
Individualisering
van de gemeenschap worden geplaatst.
Discipline binnen de pedagogiek die zich focust op de evolutie in opvoeding-
Historische pedagogiek
praktijk en visies op opvoeding doorheen de tijd.
Discipline binnen de pedagogiek die zich focust op de normale ontwikkeling
Gezinspedagogiek
van kinderen en jongeren in diverse specifieke opvoedingscontexten.
Discipline binnen de pedagogiek die zich focust op pedagogische structuren
Comparatieve pedagogiek
in verschillende landen, in het bijzonder wat betreft onderwijsstelsels.
Onderwijskunde/ Discipline binnen de pedagogiek die zich focust op didactiek, leerplannen-
Schoolpedagogiek onderzoek, toetsing van onderwijsmiddelen en onderwijstechnieken…
Theoretische pedagogiek/ Discipline binnen de pedagogiek die op vragen probeert te antwoorden als:
Fundamentele pedagogiek wat is opvoeden, waartoe voeden we op, welke voorwaarden zijn er…
Discipline binnen de pedagogiek die zich richt op het psychosociale aspect
Sociale pedagogiek
van leven en samenleven, specifiek gericht op de situatie van kinderen.
Sociale wetenschap die zich toelegt op tekorten wegnemen in een sociale
Sociale agogiek
situatie, sociale gedragsproblemen oplossen, sociaal-vormende arbeid.
Situatie waarbij de opvoeding wordt afgestemd op de eigenheid en unieke
Differentiële opvoeding noden van elk kind, wat kan verschillen ten opzichte van de opvoeding van
zijn/haar brussen.
Discipline binnen de pedagogiek die zich focust op het optimaal ondersteu-
Orthopedagogiek nen van mensen met bijzondere noden, met de nadruk op het bevorderen
van zelfstandigheid binnen hun mogelijkheden.
, Fenomeen waarbij een vroegere generatie de pedagogische praktijken van
Intergenerationele overdracht de daaropvolgende generatie (on)gewild beïnvloedt of waarbij met andere
woorden het opvoedingspatroon wordt overdragen.
Sociaalecologisch ontwikkelingsmodel dat stelt dat de ontwikkeling van een
kind wordt beïnvloed door de toenemende complexe interacties tussen het
Model van Bronfenbrenner
zich ontwikkelend individu, het micro-systeem, het meso-systeem, het exo-
systeem en macro-systeem. (Bronfenbrenner)
Integratieve normwetenschap en theoretische reflectie over alles wat met
opvoeding te maken heeft, bestaande uit enkele deeldisciplines: onderwijs-
Pedagogiek
kunde, comparatieve pedagogiek, historische pedagogiek, orthopedagogiek,
sociale pedagogiek en fundamentele pedagogiek.
Sociaal-contextueel procesmodel dat is opgebouwd uit allerlei elementen
die het opvoedingsgedrag van de ouders en de ontwikkeling van het kind
Model van Belsky
bepalen: opvoedingsgeschiedenis van ouders, persoonlijkheid van ouders,
partnerrelatie, sociale steun, job-context en kind-kenmerken. (Belsky)