Samenvatting hoofdstuk 8: Moleculaire
genetica
Belangrijke begrippen:
o Chromosoom= bestaat uit DNA en histonen
o Gen= deel van het chromosoom dat voor 1 erfelijke eigenschap codeert
o Enzym= stof die een biochemische reactie versnelt (eiwitten)
o Ribosomen= maken eiwitten (opgebouwd uit aminozuren)
o Startcodon= seintje hier begint het eiwit (hetzelfde geldt voor stopcodon, maar dan eindigen)
o Codon= triplet; drie opeenvolgende nucleotiden die de code vormen voor een aminozuur of
die fungeren als start- of stopcodon
o Genoom= de erfelijke code, gelegen in het totaal aantal chromosomen van een haploïde kern
o Aminozuren= organische verbindingen met carboxyl-, amino- en restgroep; er zijn 20
verschillende aminozuren die de bouwstenen van alle eiwitten vormen.
o Puntmutatie=
De structuur van DNA
o Ieder mens: 46 chromosomen
o DNA= desoxyribonucleïnezuur (acid)
o Erfelijk materiaal opgeslagen in de kern in de vorm van chromatide
o Chromatide: eiwitten en bepaalde eiwitten (histonen)
o Nucleosoom: structuur in een chromatideketen
1) 2 meter lange DNA-molecuul in de celkern laten passen
2) code DNA afgeschermd
o DNA is een polymeer (groot molecuul met lange ketens) van een heel lang keten nucleotiden.
Een nucleotide bestaat uit suiker (desoxyribose), een fosfaatgroep en een stikstofbase.
- > A (adenine)
- > T (thymine)
- > G (guanine)
- > C (cytosine)
o T bindt aan A
o G bindt aan C (complementaire basen, onderling verbonden met waterstofbruggen)
o U bindt aan A, want T->U bij mRNA
genetica
Belangrijke begrippen:
o Chromosoom= bestaat uit DNA en histonen
o Gen= deel van het chromosoom dat voor 1 erfelijke eigenschap codeert
o Enzym= stof die een biochemische reactie versnelt (eiwitten)
o Ribosomen= maken eiwitten (opgebouwd uit aminozuren)
o Startcodon= seintje hier begint het eiwit (hetzelfde geldt voor stopcodon, maar dan eindigen)
o Codon= triplet; drie opeenvolgende nucleotiden die de code vormen voor een aminozuur of
die fungeren als start- of stopcodon
o Genoom= de erfelijke code, gelegen in het totaal aantal chromosomen van een haploïde kern
o Aminozuren= organische verbindingen met carboxyl-, amino- en restgroep; er zijn 20
verschillende aminozuren die de bouwstenen van alle eiwitten vormen.
o Puntmutatie=
De structuur van DNA
o Ieder mens: 46 chromosomen
o DNA= desoxyribonucleïnezuur (acid)
o Erfelijk materiaal opgeslagen in de kern in de vorm van chromatide
o Chromatide: eiwitten en bepaalde eiwitten (histonen)
o Nucleosoom: structuur in een chromatideketen
1) 2 meter lange DNA-molecuul in de celkern laten passen
2) code DNA afgeschermd
o DNA is een polymeer (groot molecuul met lange ketens) van een heel lang keten nucleotiden.
Een nucleotide bestaat uit suiker (desoxyribose), een fosfaatgroep en een stikstofbase.
- > A (adenine)
- > T (thymine)
- > G (guanine)
- > C (cytosine)
o T bindt aan A
o G bindt aan C (complementaire basen, onderling verbonden met waterstofbruggen)
o U bindt aan A, want T->U bij mRNA