Inhoudsopgave BLZ.
Hoofdstuk 1. De telefoniemarkt
§1.2 Een type oplader 2
§1.3 Het marktmechanisme 2
§1.4 Van de markt naar een ondernemer 2
§1.4.1. VK, CK en MK 3
§1.4.2. Totale kosten (TK) = TVK + TCK 3
Hoofdstuk 2. Van volledige mededinging naar monopolie
§2.1 Monopoliemacht in de telefonie brokkelt af 4
§2.1.1. GO = p 4
§2.1.2. Prijsdiscriminatie 4
§2.2 Privatisering van de telefoonmarkt 4, 5
Hoofdstuk 3. Oligopolie en monopolistische concurrentie
§3.2 Oligopolie 6
§3.2.1 Schaalvoordelen 6
§3.2.2. Verzonken kosten 6
§3.2.3. Octrooi 6
§3.3 Monopolistische concurrentie 7
§3.3.1. De telefoonwinkel 7
§3.4 marktgedrag 7
3.4.1. Concurreren 7
3.4.2. Samenwerken 7, 8
§3.4.3. Concurrentie vergroot het totale surplus en daarmee de welvaart 8
§3.4.4. Overeenkomsten en verschillen tussen marktvormen 9
Hoofdstuk 4. De markt levert niet altijd de juiste prijs
§4.1 De markt faalt 10
§4.2 De overheid pakt de prijzen aan 10
§4.2.1. Maximumprijzen 10
§4.2.2 Minimumprijzen 10
§4.2.3 Heffingen en subsidies 10
§4.3 Loonvorming 10
§4.3.2 De cao 10
§4.3.1 Minimumloon 11
§4.3.2 De cao 11
Hoofdstuk 5. de overheid bemoeit zich ermee
§5.1 De autoriteiten 12
§5.2 Octrooi 12
§5.3 Collectieve dwang en overheidsproductie 12
§5.3.1 De weg naar samenwerking 12
§5.3.1 (2) Zelfbinding 12
§5.3.1 (3) Normbesef 12
§5.3.1 (4) Collectieve dwang 12
§5.3.2 Collectieve goederen 13
§5.3.3 Quasicollectieve goederen 13
§5.3.4 Externe effecten 13
Hoofdstuk 6. Wat moet ik met mijn oude telefoon
§6.1 Maatschappelijk verantwoord ondernemen 14
§6.1.1 People, Planet, Profit 14
§6.2 Duurzaam produceren 14
Hoofdstuk 7. Ondernemingsvormen
§7.1 Rechtsvormen 15
§7.1.1 Eenmanszaak 15
§7.1.2 Vennootschap onder firma 15
§7.1.3 Besloten vennootschap (bv) en naamloze vennootschap (nv): 15, 16
§7.2 Hoe komen bedrijven aan hun geld? 16
,Hoofdstuk 1. De telefoniemarkt
§1.2 Een type oplader
De 4 kenmerken van volkomen concurrentie (volledige mededinging) zijn:
1. Veel arbeiders
Een individuele producent heeft geen invloed op de prijs
2. Homogeen product:
Homogeen product: * de aanbieder maakt voor de consument niks uit
* is voor consumenten een ‘identiek product’
Hetrogeen product: * is voor consumenten een ‘verschillend’ product.
3. Transparante (doorzichtige) markt
Vragers & aanbieders van/naar dat product zijn op de hoogte v/d markthoeveelheid =>
Alleen één (goedkoopste) prijs mogelijk.
Consumentenbond kan markt transparanter maken voor consumenten.
* Niet-transparante markt = consument heeft moeilijk inzicht in prijs & kwaliteit.
4. Vrije toe- en uittreding
= er zijn geen belemmeringen om de markt op/af te gaan.
§1.3 Het marktmechanisme
Is er winst bij een marktprijs? => toetreding nieuwe aanbieders => p↓ => winst↓ =>
toetreding = minder aantrekkelijk.
Voorbeeld mogelijkheden toename aanbieders:
* kostenprijs ↓ => winstmarge ↑
Mogelijk voordeel voor consumenten: concurrentie => lagere prijzen (doordat wanneer een producent
winstgevend is, er meer aanbieders komen => marktprijs ↓
* Marktmechanisme / prijsmechanisme = ‘vrije spel’ van vraag & aanbod. Hierbij wordt de preciese gevraagde
hoeveelheid geproduceerd & aangeboden.
Wanneer vraag ↑ → p↑ => aanbieders krijgen de prikkel meer te produceren.
Wanneer vraag ↓ → p↓ => aanbod producenten ↓
Producenten waar geen behoefte (meer) aan is verdwijnen v/d markt
(Werknemers: ontslagen
Machines/gebouwen: verkocht)
Grondstoffen: worden niet meer ontwikkeld
Producenten waar meer behoefte aan is: tegenovergestelde
De vraaglijn schuift hierbij naar rechts => evenwichtsprijs (bij de gegeven aanbodlijn) ↑
Vraag ↑ => evenwichtsprijs & evenwichtshoeveelheid ↑
P↑ => aanbod producenten ↑ → : verschuiving lang de aanbodlijn → nieuw evenwicht & aanbod ↑ => winst
producenten ↑ & producentensurplus ↑
Marktmechanisme kan invloed uitoefenen op producenten & consumenten (door zijn invloed op prijzen &
lonen):
Hoge lonen => bedrijven gaan kapitaalintensiever produceren of zich vestigen in lagelonenlanden.
Hoge prijzen => consumenten / vragers gaan alternatieven zoeken.
§1.4 Van de markt naar een ondernemer
Winst weten van een bedrijf? Prijs, afzet, VK & CK moeten bekend zijn.
2
, §1.4.1. VK, CK en MK
VK = kosten ↑ wanneer productie ↑
TVK (Totale VK): * stijgen recht evenredig met de productieomvang
* nemen toe bij toename v/d productie maar blijven gelijk per product ( = GVK)
GVK = TVK
--------
q
CK: kosten veranderen niet bij verandering v/d productieomvang = vast bedrag
TCK blijft gelijk
GCK = TCK
| --------
| Q
GCK ↓ wanneer productie ↑
§1.4.2. Totale kosten (TK) = TVK + TCK
Gemiddelde totale kosten (GTK) = GVK + GCK
Marginale kosten (MK) = extra kosten die een bedrijf maakt als het product …. Maakt
Bij propotioneel VK ??
(want kosten voor het maken van een extra product = gelijk aan GVK)
Totale winst
???
Zolang MO > MK kun je ‘eindeloos’ blijven produceren
3