Anders dan wel wordt gedacht, gaat het in de
Universele Verklaring van de rechten van de
mens niet alleen om rechten en vrijheden,
maar ook om plichten:
De mens is een wezen dat niet alleen
aanspraken maakt, maar waarop ook Bekend is Dworkins omschrijving van
Art. 29 vindt dus een wisseling van
aanspraken gemaakt worden. Volgens rechten als:
perspectief plaats:
specificeert de Universele Verklaring
dat aspect nader. Troefkaarten waarmee het normale
waar tot dan toe de nadruk lag op
Eenieder is onderworpen aan 'kaartspel' van de democratische
datgene wat de mens mag claimen,
beperkingen die bij de wet zijn gesteld, besluitvorming kan worden overtroefd.
verschuift nu de aandacht in de richting
en die zien op de 'eerbiediging van de Bentham zou daar niet erg gelukkig
van de bijdrage die mens behoort te
rechten en vrijheden van anderen' en op mee zijn geweest. Individuen hebben
geven, en wel ten behoeve van een
de 'gerechtvaardigde eisen van de immers niet alleen rechten, maar ook
samenleving die in overeenstemming is
moraliteit, de openbare orde en het plichten om bij te dragen aan het
met de mensenrechten.
algemeen welzijn in een democratische gemeenschappelijk welzijn.
gemeenschap'.
Ten slotte wordt aangegeven dat
niemand zijn rechten en vrijheden mag
gebruiken op een manier die in strijd is
met de doeleinden en de beginselen van
de Verenigde Naties.
file:///Users/emir/Downloads/H16 RF.html 1/3