Diabetes
Diabetes is een ziekte waarbij het lichaam de bloedsuiker niet meer in evenwicht kan
houden. Dat komt doordat het lichaam te weinig van het hormoon insuline heeft. En
ook reageert het lichaam vaak niet meer goed op insuline. Of het maakt helemaal
geen insuline meer. Insuline regelt de bloedsuikerspiegel.
Het ontstaan van diabetes heeft te maken met een stoornis in de suikerstofwisseling.
Ons lichaam neemt koolhydraten (onder andere suikers, zetmeel en vezels) op via
de voeding. Het lichaam zet deze koolhydraten om in glucose. De weefsels nemen
dit glucose snel op uit het bloed en zetten dit om in energie.
Vrij snel na een koolhydraatrijke maaltijd stijgt het bloedsuikergehalte. Na ongeveer
1 tot 2 uur daalt het suikergehalte weer tot een normaal niveau. Dat komt door het
hormoon insuline uit de alvleesklier. De alvleesklier krijgt bij een te hoog
bloedsuikergehalte een signaal om insuline aan te maken. Hierdoor daalt het
bloedsuikergehalte in het bloed. Bij diabetes werkt dit systeem niet goed, en blijft het
suikergehalte te hoog.
Je hebt verschillende soorten diabetes:
• Diabetes Type 1
Bij diabetes type 1 maakt het lichaam niet of nauwelijks insuline aan: het
afweersysteem vernietigt de cellen die insuline maken. Door het gebrek aan insuline
stijgt het bloedsuikergehalte in het bloed. Patiënten moeten dan insuline spuiten om
het bloedsuikergehalte op peil te krijgen.
Het ontstaat vaak al op jonge leeftijd. De verstoorde bloedsuikerstofwisseling kan de
bloedvaten schaden.
Oorzaken
We weten niet precies waardoor diabetes type 1 ontstaat. Het begint met aanleg,
ook zonder diabetes in de familie. Vervolgens raakt het afweersysteem uit
evenwicht, waardoor het de cellen aanvalt die insuline maken. Misschien heeft het te
maken met:
• Gluten, dat zijn eiwitten in graan
• Koemelk in flesvoeding voor baby’s
• Virus, zoals verkoudheid of buikgriep.
Diabetes is een ziekte waarbij het lichaam de bloedsuiker niet meer in evenwicht kan
houden. Dat komt doordat het lichaam te weinig van het hormoon insuline heeft. En
ook reageert het lichaam vaak niet meer goed op insuline. Of het maakt helemaal
geen insuline meer. Insuline regelt de bloedsuikerspiegel.
Het ontstaan van diabetes heeft te maken met een stoornis in de suikerstofwisseling.
Ons lichaam neemt koolhydraten (onder andere suikers, zetmeel en vezels) op via
de voeding. Het lichaam zet deze koolhydraten om in glucose. De weefsels nemen
dit glucose snel op uit het bloed en zetten dit om in energie.
Vrij snel na een koolhydraatrijke maaltijd stijgt het bloedsuikergehalte. Na ongeveer
1 tot 2 uur daalt het suikergehalte weer tot een normaal niveau. Dat komt door het
hormoon insuline uit de alvleesklier. De alvleesklier krijgt bij een te hoog
bloedsuikergehalte een signaal om insuline aan te maken. Hierdoor daalt het
bloedsuikergehalte in het bloed. Bij diabetes werkt dit systeem niet goed, en blijft het
suikergehalte te hoog.
Je hebt verschillende soorten diabetes:
• Diabetes Type 1
Bij diabetes type 1 maakt het lichaam niet of nauwelijks insuline aan: het
afweersysteem vernietigt de cellen die insuline maken. Door het gebrek aan insuline
stijgt het bloedsuikergehalte in het bloed. Patiënten moeten dan insuline spuiten om
het bloedsuikergehalte op peil te krijgen.
Het ontstaat vaak al op jonge leeftijd. De verstoorde bloedsuikerstofwisseling kan de
bloedvaten schaden.
Oorzaken
We weten niet precies waardoor diabetes type 1 ontstaat. Het begint met aanleg,
ook zonder diabetes in de familie. Vervolgens raakt het afweersysteem uit
evenwicht, waardoor het de cellen aanvalt die insuline maken. Misschien heeft het te
maken met:
• Gluten, dat zijn eiwitten in graan
• Koemelk in flesvoeding voor baby’s
• Virus, zoals verkoudheid of buikgriep.