Demonstrative pronouns and determiners B1 B2 C1
[B1] Er zijn vier aanwijzende voornaamwoorden in het Engels: this, that, these en those. Je gebruikt
ze om aan te geven waar iets zich fysiek of gevoelsmatig bevindt ten opzichte van een spreker of
schrijver. Je kunt ze op twee manieren gebruiken: bijvoeglijk (determinator want er staat een
zelfstandig naamwoord achter) en zelfstandig (er staat geen zelfstandig naamwoord achter).
(Zelfstandig) voornaamwoord of determinator?
Een zelfstandig gebruikt voornaamwoord vervangt een zelfstandig naamwoord, een woordgroep, of
een ander voornaamwoord. Voorbeelden van zelfstandige voornaamwoorden zijn I, you, she, this en
mine, yours, hers en that.
Een determinator is een woord dat voor een zelfstandig naamwoord (of woordgroep) staat en daar
iets over vertelt of het introduceert. Een determinator (in het Engels: determiner) wordt dus
altijd samen met een zelfstandig naamwoord (of woordgroep) gebruikt. Lidwoorden (a, the) zijn
bijvoorbeeld determinatoren, en de bijvoeglijk gebruikte voornaamwoorden my, her, this, that,
some, any, each, en every ook – als ze voor een zelfstandig naamwoord staan dus.
Kort gezegd: een zelfstandig voornaamwoord vervangt een zelfstandig naamwoord, terwijl een
determinator het introduceert.
Er zijn veel soorten determinatoren en voornaamwoorden. Soms (maar niet altijd!) kan hetzelfde
woord gebruikt worden als een determinator (voorafgaand aan een zelfstandig naamwoord) en als
een voornaamwoord (dus in plaats van het zelfstandig naamwoord). Hoe je zo’n woord dan noemt,
hangt af van de functie van het woord. Bijvoorbeeld:
‘I haven’t got a copy of this report. When did you receive this?’
(de eerste ‘this’ = determinator omdat het ‘report’ introduceert; de tweede ‘this’ = voornaamwoord –
zelfstandig gebruikt – omdat het ‘report’ vervangt)
‘What about those marketing reports mentioned in the email? Did you receive copies of those?’
(de eerste ‘those’ = determinator omdat het ‘marketing reports mentioned in the email’ vervangt; de
tweede ‘those’ = voornaamwoord – zelfstandig gebruikt – omdat het de woordgroep vervangt)
dichtbij veraf
enkelvoud this that
[B1] Er zijn vier aanwijzende voornaamwoorden in het Engels: this, that, these en those. Je gebruikt
ze om aan te geven waar iets zich fysiek of gevoelsmatig bevindt ten opzichte van een spreker of
schrijver. Je kunt ze op twee manieren gebruiken: bijvoeglijk (determinator want er staat een
zelfstandig naamwoord achter) en zelfstandig (er staat geen zelfstandig naamwoord achter).
(Zelfstandig) voornaamwoord of determinator?
Een zelfstandig gebruikt voornaamwoord vervangt een zelfstandig naamwoord, een woordgroep, of
een ander voornaamwoord. Voorbeelden van zelfstandige voornaamwoorden zijn I, you, she, this en
mine, yours, hers en that.
Een determinator is een woord dat voor een zelfstandig naamwoord (of woordgroep) staat en daar
iets over vertelt of het introduceert. Een determinator (in het Engels: determiner) wordt dus
altijd samen met een zelfstandig naamwoord (of woordgroep) gebruikt. Lidwoorden (a, the) zijn
bijvoorbeeld determinatoren, en de bijvoeglijk gebruikte voornaamwoorden my, her, this, that,
some, any, each, en every ook – als ze voor een zelfstandig naamwoord staan dus.
Kort gezegd: een zelfstandig voornaamwoord vervangt een zelfstandig naamwoord, terwijl een
determinator het introduceert.
Er zijn veel soorten determinatoren en voornaamwoorden. Soms (maar niet altijd!) kan hetzelfde
woord gebruikt worden als een determinator (voorafgaand aan een zelfstandig naamwoord) en als
een voornaamwoord (dus in plaats van het zelfstandig naamwoord). Hoe je zo’n woord dan noemt,
hangt af van de functie van het woord. Bijvoorbeeld:
‘I haven’t got a copy of this report. When did you receive this?’
(de eerste ‘this’ = determinator omdat het ‘report’ introduceert; de tweede ‘this’ = voornaamwoord –
zelfstandig gebruikt – omdat het ‘report’ vervangt)
‘What about those marketing reports mentioned in the email? Did you receive copies of those?’
(de eerste ‘those’ = determinator omdat het ‘marketing reports mentioned in the email’ vervangt; de
tweede ‘those’ = voornaamwoord – zelfstandig gebruikt – omdat het de woordgroep vervangt)
dichtbij veraf
enkelvoud this that