Kenmerkende aspecten
Tijdvak 1
1) Levenswijze van jagers-verzamelaars
VB. Otzï: Gevonden in de Alpen, resten van vlees en graan in zijn maag dus uit de overgangstijd
2) Ontstaan van landbouwsamenleving
VB. Rotstekeningen: Tekeningen in rotsen waar je boeren met hun kuddes op de akkers ziet
3) Ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
VB. Uruk: de moeder der steden, was het grootste met 50.000 inwoners
Tijdvak 2
1) De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat
VB. Socrates: Filosoof die mensen les gaf over anatomie
VB. Schervengericht: Atheners met teveel macht werden 10 jaar verbannen na het schervengericht
2) De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
VB. Het Colosseum in Rome: Gebouw waarin gladiatoren gevechten werden gehouden
3) De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde
VB. Romeinse invloed: In Europa zijn sporen van de Grieks-Romeinse cultuur; amfitheater in Drevant
4) De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-
Europa
VB. De Bataafse opstand: Onder leiding van Julius Civilus de opstand tegen het bondgenootschap. De
Bataven(Germaanse stam sloten met Romeinen een bondgenootschap> geen belasting betalen in ruil
voor manschap in het leger.
5) De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten
VB. Vervolging van de Christenen: omdat ze de staatsgoden niet eerbieden, totdat keizer Constantijn
de Grote zich bekeert tot het Christendom
Tijdvak 3
1) Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
VB. Karel de Grote: Verdeelde zijn land in graafschappen en stelde leenmannen aan
2) De vrijwel volledige vervanging van de agrarisch-urbane samenleving door een zelfvoorzienende
agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
VB. Handleidingen voor de boeren: Tekeningen op een kalender wanneer wat moest gedaan worden
op het land, omdat de boeren nog niet konden lezen
3) De verspreiding van het christendom in geheel Europa
VB. Missionarissen Willibrord en Bonifatius: Trok naar Friesland en wilde daar mensen bekeren tot
het Christendom
4) Het ontstaan en de verspreiding van de islam
VB. Mohammed: Liet steeds meer mensen bekeren tot de Islam en werd geboren in Mekka
Tijdvak 4
1) De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane
samenleving
VB. Nieuwe uitvindingen: drieslagstelsel en ontginningen zorgen voor meer landbouwproductie
2) De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
VB. Stadsvrijheid: Horigen hadden in de steden meer vrijheid dan op het hof van hun heer waar ze
tiende moesten afstaan aan belasting.
VB. Stadsrechten: De edelen wilde belasting van de steden, in ruil kregen de steden stadsrechten
1
Tijdvak 1
1) Levenswijze van jagers-verzamelaars
VB. Otzï: Gevonden in de Alpen, resten van vlees en graan in zijn maag dus uit de overgangstijd
2) Ontstaan van landbouwsamenleving
VB. Rotstekeningen: Tekeningen in rotsen waar je boeren met hun kuddes op de akkers ziet
3) Ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
VB. Uruk: de moeder der steden, was het grootste met 50.000 inwoners
Tijdvak 2
1) De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat
VB. Socrates: Filosoof die mensen les gaf over anatomie
VB. Schervengericht: Atheners met teveel macht werden 10 jaar verbannen na het schervengericht
2) De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
VB. Het Colosseum in Rome: Gebouw waarin gladiatoren gevechten werden gehouden
3) De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde
VB. Romeinse invloed: In Europa zijn sporen van de Grieks-Romeinse cultuur; amfitheater in Drevant
4) De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-
Europa
VB. De Bataafse opstand: Onder leiding van Julius Civilus de opstand tegen het bondgenootschap. De
Bataven(Germaanse stam sloten met Romeinen een bondgenootschap> geen belasting betalen in ruil
voor manschap in het leger.
5) De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten
VB. Vervolging van de Christenen: omdat ze de staatsgoden niet eerbieden, totdat keizer Constantijn
de Grote zich bekeert tot het Christendom
Tijdvak 3
1) Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur
VB. Karel de Grote: Verdeelde zijn land in graafschappen en stelde leenmannen aan
2) De vrijwel volledige vervanging van de agrarisch-urbane samenleving door een zelfvoorzienende
agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
VB. Handleidingen voor de boeren: Tekeningen op een kalender wanneer wat moest gedaan worden
op het land, omdat de boeren nog niet konden lezen
3) De verspreiding van het christendom in geheel Europa
VB. Missionarissen Willibrord en Bonifatius: Trok naar Friesland en wilde daar mensen bekeren tot
het Christendom
4) Het ontstaan en de verspreiding van de islam
VB. Mohammed: Liet steeds meer mensen bekeren tot de Islam en werd geboren in Mekka
Tijdvak 4
1) De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane
samenleving
VB. Nieuwe uitvindingen: drieslagstelsel en ontginningen zorgen voor meer landbouwproductie
2) De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
VB. Stadsvrijheid: Horigen hadden in de steden meer vrijheid dan op het hof van hun heer waar ze
tiende moesten afstaan aan belasting.
VB. Stadsrechten: De edelen wilde belasting van de steden, in ruil kregen de steden stadsrechten
1