Week 1
Recapitulatie. Het begin van een strafzaak: aanhouding en
enkele andere dwangmiddelen
Literatuur en jurisprudentie
Keulen/Knigge 2016
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2, § 2.4 en § 2.6 t/m 2.6.2
Hoofdstuk 3, t/m § 3.3
Hoofdstuk 7, § 7.1 en 7.2
Hoofdstuk 10, § 10.1 t/m 10.3.4
Jurisprudentiebundel
HR 12 december 1978, NJ 1979, 142 (Braak bij binnentreden)
HR 11 maart 2008, NJ 2008, 329 (Aanslag op Hoog Catharijne)
HR 8 mei 2012, NJ 2012, 300 (Ontbreken machtiging ter doorzoeking)
EHRM 21 februari 1984, NJ 1988, 937 (Öztürk t. Duitsland)
Leeswijzer
Dwangmiddelen maken een inbreuk op vrijheid en (grond)rechten van burgers. Wettelijke
regelingen dienen als bevoegdheidsgrondslag voor het gebruik van dwangmiddelen. Zo
wordt getracht te voorkomen dat er willekeurige inbreuken plaatsvinden. NB: het
strafvorderlijk legaliteitsbeginsel zal in week drie uitgebreid aan bod komen. In deze
wettelijke regelingen vindt men de eisen die worden gesteld aan het gebruik van
dwangmiddelen. Daarnaast dient ook altijd voldaan te zijn aan de buitenwettelijke vereisten
van proportionaliteit en subsidiariteit. Bij de politie aangeleverde anonieme informatie kan
onder omstandigheden leiden tot de toepassing van dwangmiddelen.
Het is mogelijk dat er gedurende de (rechtmatige) uitoefening van een bevoegdheid een
nieuw feit wordt ontdekt, zodat er vervolgens bevoegdheden uit een andere wet moeten
worden aangewend. Dit noemen we voortgezette toepassing van bevoegdheden. Voor het
gebruik van de dwangmiddelen geldt in de regel dat deze gericht moet zijn tegen een
‘verdachte’, alhoewel dit niet geldt voor alle dwangmiddelen (zie bijvoorbeeld de
inbeslagname). Dwangmiddelen zijn te vinden in het Wetboek van Strafvordering, maar ook
in bijzondere strafwetten zoals de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
Gedurende de cursus Inleiding Strafrecht zijn er verschillende dwangmiddelen aan bod
gekomen. Een aantal van deze klassieke dwangmiddelen zal deze week opnieuw de revue
passeren. Daarnaast worden er in deze week nieuwe dwangmiddelen besproken. Zo zal
aandacht worden besteed aan bepaalde steundwangmiddelen als betreding en doorzoeking.
Steundwangmiddelen dienen ertoe om het gebruik van een andere bevoegdheid te
verwezenlijken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan betreding ter aanhouding of
doorzoeking ter inbeslagname. Wanneer het de betreding van een woning betreft zonder dat
daarvoor toestemming is verleend door de bewoner, gelden nog aanvullende eisen die zijn
opgenomen in de Algemene wet op het binnentreden (Awbi).
In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn mensen- en burgerrechten voor
alle inwoners van de verdragsluitende staten opgenomen. Artikel 6 van het verdrag behelst
het recht op een eerlijk proces. Alle waarborgen die in artikel 6 EVRM besloten liggen,
dienen in acht te worden genomen. Vanuit strafrechtelijk perspectief is artikel 6 EVRM van
toepassing als sprake is van een ‘criminal charge’. Het Europese Hof voor de rechten van de
mens hanteert een autonome interpretatie van het begrip ‘criminal charge’.
Recapitulatie. Het begin van een strafzaak: aanhouding en
enkele andere dwangmiddelen
Literatuur en jurisprudentie
Keulen/Knigge 2016
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2, § 2.4 en § 2.6 t/m 2.6.2
Hoofdstuk 3, t/m § 3.3
Hoofdstuk 7, § 7.1 en 7.2
Hoofdstuk 10, § 10.1 t/m 10.3.4
Jurisprudentiebundel
HR 12 december 1978, NJ 1979, 142 (Braak bij binnentreden)
HR 11 maart 2008, NJ 2008, 329 (Aanslag op Hoog Catharijne)
HR 8 mei 2012, NJ 2012, 300 (Ontbreken machtiging ter doorzoeking)
EHRM 21 februari 1984, NJ 1988, 937 (Öztürk t. Duitsland)
Leeswijzer
Dwangmiddelen maken een inbreuk op vrijheid en (grond)rechten van burgers. Wettelijke
regelingen dienen als bevoegdheidsgrondslag voor het gebruik van dwangmiddelen. Zo
wordt getracht te voorkomen dat er willekeurige inbreuken plaatsvinden. NB: het
strafvorderlijk legaliteitsbeginsel zal in week drie uitgebreid aan bod komen. In deze
wettelijke regelingen vindt men de eisen die worden gesteld aan het gebruik van
dwangmiddelen. Daarnaast dient ook altijd voldaan te zijn aan de buitenwettelijke vereisten
van proportionaliteit en subsidiariteit. Bij de politie aangeleverde anonieme informatie kan
onder omstandigheden leiden tot de toepassing van dwangmiddelen.
Het is mogelijk dat er gedurende de (rechtmatige) uitoefening van een bevoegdheid een
nieuw feit wordt ontdekt, zodat er vervolgens bevoegdheden uit een andere wet moeten
worden aangewend. Dit noemen we voortgezette toepassing van bevoegdheden. Voor het
gebruik van de dwangmiddelen geldt in de regel dat deze gericht moet zijn tegen een
‘verdachte’, alhoewel dit niet geldt voor alle dwangmiddelen (zie bijvoorbeeld de
inbeslagname). Dwangmiddelen zijn te vinden in het Wetboek van Strafvordering, maar ook
in bijzondere strafwetten zoals de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
Gedurende de cursus Inleiding Strafrecht zijn er verschillende dwangmiddelen aan bod
gekomen. Een aantal van deze klassieke dwangmiddelen zal deze week opnieuw de revue
passeren. Daarnaast worden er in deze week nieuwe dwangmiddelen besproken. Zo zal
aandacht worden besteed aan bepaalde steundwangmiddelen als betreding en doorzoeking.
Steundwangmiddelen dienen ertoe om het gebruik van een andere bevoegdheid te
verwezenlijken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan betreding ter aanhouding of
doorzoeking ter inbeslagname. Wanneer het de betreding van een woning betreft zonder dat
daarvoor toestemming is verleend door de bewoner, gelden nog aanvullende eisen die zijn
opgenomen in de Algemene wet op het binnentreden (Awbi).
In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn mensen- en burgerrechten voor
alle inwoners van de verdragsluitende staten opgenomen. Artikel 6 van het verdrag behelst
het recht op een eerlijk proces. Alle waarborgen die in artikel 6 EVRM besloten liggen,
dienen in acht te worden genomen. Vanuit strafrechtelijk perspectief is artikel 6 EVRM van
toepassing als sprake is van een ‘criminal charge’. Het Europese Hof voor de rechten van de
mens hanteert een autonome interpretatie van het begrip ‘criminal charge’.