Nask SV H4
§4.1
Lucht bestaat uit:
Stikstof (N ):78%. Je lichaam heeft dit gas niet nodig.
Zuurstof (O ): ongeveer 21%. Mensen en dieren hebben dit gas nodig.
Koolstofdioxide (CO ): (gemiddeld) 0,03%. Dit gas is ook onmisbaar voor het leven op
aarde.
Daarnaast bestaat de lucht ook nog uit een kleine hoeveelheid van andere gassen:
Argon.
Verbranding:
Zuurstof is onmisbaar voor het verbranden van brandstoffen (hout, aardgas, benzine)
Het wordt vermengd met de brandstoffen als je het mengsel aansteekt met vuur
wordt de ontbrandingstempratuur bereikt.
Ontbrandingstempratuur: de temperatuur waarbij gas begint te branden circa 630 °C.
Door de verbranding van aardgas ontstaan er hete verbrandingsgassen.
Verbrandingsgassen: waterdamp, koolstofdioxide.
Indicatoren:
Indicator van koolstofdioxide: is kalkwater.
Ook voor andere stoffen bestaan indicatoren.
Indicator: Een stof die je gebruikt om de aanwezigheid van een andere stof aan te
tonen.
De atmosfeer:
Dampkring/ atmosfeer: laag lucht die zich rond de aarde bevindt.
Daarbuiten vind je een vacuüm.
Vacuüm: lucht lege ruimte. (Gemiddeld 1000 km dik).
De lucht wordt ijler door toenemende hoogte = der er oer volume-eenheid steeds
minder moleculen aanwezig zijn = steeds minder moleculen in lucht.
Hoe hoger je bent hoe minder zuurstof. (je kan leven tot op 5 km hoogte boven zee
niveau)
Hoogteziekte:
Als je van zeeniveau snel naar grote hoogte gaat reageert je lichaam meteen.
Je gaat vanzelf sneller ademen en je hart gaat sneller kloppen.
Zo probeert je lichaam genoeg zuurstof te krijgen.
§4.2
Luchtdruk en atmosferisch druk:
Lucht oefent druk uit op alles wat zich op aarde bevindt.
Je merkt meestal niks van de luchtdruk, daarom zijn er proeven bedacht om je te
laten zien hoe groot luchtdruk is: Maagdenburgse halve ballen.
Zolang er nog in de halve ballen zit kun je ze zonder moeite van elkaar krijgen, omdat
de lucht in de bollen zorgt voor tegendruk die even groot is als de luchtdruk van
buitenaf.
§4.1
Lucht bestaat uit:
Stikstof (N ):78%. Je lichaam heeft dit gas niet nodig.
Zuurstof (O ): ongeveer 21%. Mensen en dieren hebben dit gas nodig.
Koolstofdioxide (CO ): (gemiddeld) 0,03%. Dit gas is ook onmisbaar voor het leven op
aarde.
Daarnaast bestaat de lucht ook nog uit een kleine hoeveelheid van andere gassen:
Argon.
Verbranding:
Zuurstof is onmisbaar voor het verbranden van brandstoffen (hout, aardgas, benzine)
Het wordt vermengd met de brandstoffen als je het mengsel aansteekt met vuur
wordt de ontbrandingstempratuur bereikt.
Ontbrandingstempratuur: de temperatuur waarbij gas begint te branden circa 630 °C.
Door de verbranding van aardgas ontstaan er hete verbrandingsgassen.
Verbrandingsgassen: waterdamp, koolstofdioxide.
Indicatoren:
Indicator van koolstofdioxide: is kalkwater.
Ook voor andere stoffen bestaan indicatoren.
Indicator: Een stof die je gebruikt om de aanwezigheid van een andere stof aan te
tonen.
De atmosfeer:
Dampkring/ atmosfeer: laag lucht die zich rond de aarde bevindt.
Daarbuiten vind je een vacuüm.
Vacuüm: lucht lege ruimte. (Gemiddeld 1000 km dik).
De lucht wordt ijler door toenemende hoogte = der er oer volume-eenheid steeds
minder moleculen aanwezig zijn = steeds minder moleculen in lucht.
Hoe hoger je bent hoe minder zuurstof. (je kan leven tot op 5 km hoogte boven zee
niveau)
Hoogteziekte:
Als je van zeeniveau snel naar grote hoogte gaat reageert je lichaam meteen.
Je gaat vanzelf sneller ademen en je hart gaat sneller kloppen.
Zo probeert je lichaam genoeg zuurstof te krijgen.
§4.2
Luchtdruk en atmosferisch druk:
Lucht oefent druk uit op alles wat zich op aarde bevindt.
Je merkt meestal niks van de luchtdruk, daarom zijn er proeven bedacht om je te
laten zien hoe groot luchtdruk is: Maagdenburgse halve ballen.
Zolang er nog in de halve ballen zit kun je ze zonder moeite van elkaar krijgen, omdat
de lucht in de bollen zorgt voor tegendruk die even groot is als de luchtdruk van
buitenaf.