THEORIE LOEP C1
Huidtherapie
HOGESCHOOL UTRECHT
, LOEP
Les 2.1 Meten in de huidtherapie
Doel van meten
Diagnostiek discriminatief vermogen; ziek/niet ziek
Prognostiek ziektebeloop voorspellen
Evaluatie evaluatie of interventies; moet gevoelig zijn voor verandering.
Meetniveaus
Nominale schaal:
o Bestaat uit categorieën waarvan de volgorde onbelangrijk is.
o Bijvoorbeeld een schaal met afkomst/haarkleur.
Dichotoom:
o Nominaal maar met twee opties;
o man/vrouw, wel besmet/niet besmet.
Ordinale schaal:
o Bestaat uit categorieën waarvan de volgorde wel belangrijk is.
o Bijvoorbeeld goed, matig, slecht; pijn op 5-puntsschaal; gradaties.
Interval schaal:
o Bij deze schaal zijn de afstanden tussen de categorieën gelijk. Bijvoorbeeld tussen 36,37
en 38 graden. Bij veel meetinstrumenten gaan we ervanuit dat de afstand tussen de
categorieën gelijk is ook al weten we dat vaak niet zeker. De ordinale schaal wordt dan
een interval schaal waarmee gerekend kan worden, bijvoorbeeld om het gemiddelde te
bepalen.
o Geen absoluut nulpunt
Ratioschaal:
o Hetzelfde als de interval schaal maar heeft een absoluut nulpunt.
o Volume in ml, gewicht
Kwalitatief = nominaal, dichitoom, ordinaal.
Kwantitatief = interval, ratio hierover kan SD en gemiddelde worden berekent)
Methodologische kenmerken
Standaardisatie
o = Het opleggen van een bepaalde norm of standaard voor het ontwerp, de
constructie, het testen of gebruiken van een product of proces.
Reproduceerbaarheid
o = bij herhaling van meten (test hertest) moet dezelfde uitkomt worden verkregen.
o Intrabeoordelaarsovereenkomst 1 iemand meet 2x
o Interbeoordelaarsovereenkomst 2 mensen meten ieder 1x
Validiteit
o = mate waarin meetinstrument meet wat het beoogt te meten.
o Leidraad: 75% van de hypothesen moet worden bevestigd voor een positief oordeel.
Responsiviteit
o = of er opgetreden veranderingen gemeten kunnen worden. Is gevoeligheid.
o Kan alleen bepaald worden als de verandering groter is dan de ruis.
Ijking/calibratie
Huidtherapie
HOGESCHOOL UTRECHT
, LOEP
Les 2.1 Meten in de huidtherapie
Doel van meten
Diagnostiek discriminatief vermogen; ziek/niet ziek
Prognostiek ziektebeloop voorspellen
Evaluatie evaluatie of interventies; moet gevoelig zijn voor verandering.
Meetniveaus
Nominale schaal:
o Bestaat uit categorieën waarvan de volgorde onbelangrijk is.
o Bijvoorbeeld een schaal met afkomst/haarkleur.
Dichotoom:
o Nominaal maar met twee opties;
o man/vrouw, wel besmet/niet besmet.
Ordinale schaal:
o Bestaat uit categorieën waarvan de volgorde wel belangrijk is.
o Bijvoorbeeld goed, matig, slecht; pijn op 5-puntsschaal; gradaties.
Interval schaal:
o Bij deze schaal zijn de afstanden tussen de categorieën gelijk. Bijvoorbeeld tussen 36,37
en 38 graden. Bij veel meetinstrumenten gaan we ervanuit dat de afstand tussen de
categorieën gelijk is ook al weten we dat vaak niet zeker. De ordinale schaal wordt dan
een interval schaal waarmee gerekend kan worden, bijvoorbeeld om het gemiddelde te
bepalen.
o Geen absoluut nulpunt
Ratioschaal:
o Hetzelfde als de interval schaal maar heeft een absoluut nulpunt.
o Volume in ml, gewicht
Kwalitatief = nominaal, dichitoom, ordinaal.
Kwantitatief = interval, ratio hierover kan SD en gemiddelde worden berekent)
Methodologische kenmerken
Standaardisatie
o = Het opleggen van een bepaalde norm of standaard voor het ontwerp, de
constructie, het testen of gebruiken van een product of proces.
Reproduceerbaarheid
o = bij herhaling van meten (test hertest) moet dezelfde uitkomt worden verkregen.
o Intrabeoordelaarsovereenkomst 1 iemand meet 2x
o Interbeoordelaarsovereenkomst 2 mensen meten ieder 1x
Validiteit
o = mate waarin meetinstrument meet wat het beoogt te meten.
o Leidraad: 75% van de hypothesen moet worden bevestigd voor een positief oordeel.
Responsiviteit
o = of er opgetreden veranderingen gemeten kunnen worden. Is gevoeligheid.
o Kan alleen bepaald worden als de verandering groter is dan de ruis.
Ijking/calibratie