Kiezen voor het jonge kind Hoofdstuk 5, 7.2.1 & 9.3
Hoofdstuk 5:
Pedagogisch handelen = als de opvoeder het kind effectieve hulp en ondersteuning
biedt bij het opgroeien en als zijn handelen tot doel heeft de persoonlijkheidsvorming
van het kind in gunstige zin te beïnvloeden.
Kenmerken van pedagogisch handelen:
Effectieve hulp en ondersteuning: kinderen hebben hulp en ondersteuning
nodig. Met de juiste pedagogische ondersteuning zijn kinderen steeds beter in
staat tot zelfsturing en zelfbepaling en zal de volwassene zich steeds meer
kunnen terugtrekken.
Invloed op persoonlijkheidsvorming: de opvoeder zal niet alleen pragmatisch
handelen (niet alle aandacht naar 1 kind, omdat hij/zij dat nodig heeft), maar
ook een ideëel beleid voeren (hij/zij moet ook zelfstandiger worden).
Pedagogische relaties: er is sprake van wederzijds vertrouwen en waardering. De
relatie is gericht op het belang van het kind, niet op de belangen van de opvoeder.
Het kenmerkt zich door betrouwbaarheid en dienstbaarheid.
Goede relatie verwachten we dat:
- De partijen zich bij elkaar betrokken voelen;
- Ze elkaars verdriet en elkaars vreugde delen;
- De partijen elkaar serieus nemen;
- Er wederzijds plezier is in het omgaan met elkaar.
Pedagogische basishouding:
- Echtheid: een goede leerkracht is gewoon zichzelf, soms verveeld, soms
kwaad en soms enthousiast.
- Waardering, aanvaarding en vertrouwen: respect kunne opbrengen voor de
onvolmaaktheid van die ander. De grondhouding is dat we erop vertrouwen
dat iemand in wezen het goede wilt.
- Empathische begrijpen: het vermogen een ander te begrijpen, zich in te leven
in zijn zienswijze, zijn gedachten en gevoelens.
Maslows behoeftehiërarchie
Behoefte aan zelfactualisatie,
Jezelf mogelijkheden ontwikkelen en
naar betekenisvolle doelen streven.
Hoofdstuk 5:
Pedagogisch handelen = als de opvoeder het kind effectieve hulp en ondersteuning
biedt bij het opgroeien en als zijn handelen tot doel heeft de persoonlijkheidsvorming
van het kind in gunstige zin te beïnvloeden.
Kenmerken van pedagogisch handelen:
Effectieve hulp en ondersteuning: kinderen hebben hulp en ondersteuning
nodig. Met de juiste pedagogische ondersteuning zijn kinderen steeds beter in
staat tot zelfsturing en zelfbepaling en zal de volwassene zich steeds meer
kunnen terugtrekken.
Invloed op persoonlijkheidsvorming: de opvoeder zal niet alleen pragmatisch
handelen (niet alle aandacht naar 1 kind, omdat hij/zij dat nodig heeft), maar
ook een ideëel beleid voeren (hij/zij moet ook zelfstandiger worden).
Pedagogische relaties: er is sprake van wederzijds vertrouwen en waardering. De
relatie is gericht op het belang van het kind, niet op de belangen van de opvoeder.
Het kenmerkt zich door betrouwbaarheid en dienstbaarheid.
Goede relatie verwachten we dat:
- De partijen zich bij elkaar betrokken voelen;
- Ze elkaars verdriet en elkaars vreugde delen;
- De partijen elkaar serieus nemen;
- Er wederzijds plezier is in het omgaan met elkaar.
Pedagogische basishouding:
- Echtheid: een goede leerkracht is gewoon zichzelf, soms verveeld, soms
kwaad en soms enthousiast.
- Waardering, aanvaarding en vertrouwen: respect kunne opbrengen voor de
onvolmaaktheid van die ander. De grondhouding is dat we erop vertrouwen
dat iemand in wezen het goede wilt.
- Empathische begrijpen: het vermogen een ander te begrijpen, zich in te leven
in zijn zienswijze, zijn gedachten en gevoelens.
Maslows behoeftehiërarchie
Behoefte aan zelfactualisatie,
Jezelf mogelijkheden ontwikkelen en
naar betekenisvolle doelen streven.