H5 DNA en chromosomen
Chromosomen worden zichtbaar als eukaryote cellen beginnen met delen
Chromosomen bevatten eiwit en DNA
DNA:
4 nucleotiden ‘bouwblokken’
Covalent gebonden aan een base
2 polynucleotideketens (DNA strengen), bij elkaar gehouden door H-bruggen tussen basen
Anti-parallelle polariteit
Dubbele helix
Griffith laat zien dat verhitte bacteriën, onschadelijke bacteriën kunnen veranderen in pathogene
Avery, MacLeod en McCarty lieten zien dat DNA het erfelijke materiaal is (blz 175)
Hershey en Chase laten definitief zien dat genen gemaakt zijn van DNA
Basepaar: purine+pyrimidine (A/G, 2-rings base+C/T, enkelrings base)
A+T: 2 H-bruggen
C+G: 3 H-bruggen
3’ eind: -OH groep
5’ eind: fosfaatgroep
DNA helix heeft 10 basen per winding
Major groove= bredere groef
Minor groove= smallere groef
De meeste genen bevatten informatie om eiwitten te maken, veel codeert voor RNA’s
Elke cel bevat zo’n 2 meter DNA, de celkern is maar 5-8 micrometer
DNA is verpakt in chromosomen gespecialiseerde eiwitten binden aan DNA en vouwen het
voorkomt dat DNA verstrengd raakt. DNA blijft toegankelijk voor enzymen en eiwitten die repliceren,
repareren en genexpressie controleren
Bacteriën dragen hun genen op een enkel, circulair DNA molecuul
Het DNA in een mens bevat zo’n 3,2x109 nucleotiden, verdeeld over 23/24 verschillende
chromosomen (mannen hebben een Y chromosoom dat vrouwen niet hebben)
Elk chromosoom bestaat uit een enkel, lang, lineair DNA molecuul, gebonden aan eiwitten die de
fijne draad vouwt in een compactere structuur
Chromatine= complex van DNA en eiwit
Chromosomen zijn ook verbonden met andere eiwitten, betrokken bij replicatie, reparatie en
genexpressie
Cellen bevatten 2 kopieën van elk chromosoom: een paternale en een maternale homologe
chromosomen
Behalve rode bloedcellen (geen DNA) en geslachtscellen (1 kopie)
Belangrijkste functie van chromosomen: genen dragen
Gen= stuk DNA dat instructies bevat voor het maken van een specifiek eiwit of RNA molecuul
De meeste RNA moleculen worden gebruikt om een eiwit te produceren
Soms is RNA het eindproduct
Genoom= totale genetische informatie gedragen door alle chromosomen in een cel of organisme
Het aantal genen zegt ruw iets over de complexiteit van een organisme
Chromosomen worden zichtbaar als eukaryote cellen beginnen met delen
Chromosomen bevatten eiwit en DNA
DNA:
4 nucleotiden ‘bouwblokken’
Covalent gebonden aan een base
2 polynucleotideketens (DNA strengen), bij elkaar gehouden door H-bruggen tussen basen
Anti-parallelle polariteit
Dubbele helix
Griffith laat zien dat verhitte bacteriën, onschadelijke bacteriën kunnen veranderen in pathogene
Avery, MacLeod en McCarty lieten zien dat DNA het erfelijke materiaal is (blz 175)
Hershey en Chase laten definitief zien dat genen gemaakt zijn van DNA
Basepaar: purine+pyrimidine (A/G, 2-rings base+C/T, enkelrings base)
A+T: 2 H-bruggen
C+G: 3 H-bruggen
3’ eind: -OH groep
5’ eind: fosfaatgroep
DNA helix heeft 10 basen per winding
Major groove= bredere groef
Minor groove= smallere groef
De meeste genen bevatten informatie om eiwitten te maken, veel codeert voor RNA’s
Elke cel bevat zo’n 2 meter DNA, de celkern is maar 5-8 micrometer
DNA is verpakt in chromosomen gespecialiseerde eiwitten binden aan DNA en vouwen het
voorkomt dat DNA verstrengd raakt. DNA blijft toegankelijk voor enzymen en eiwitten die repliceren,
repareren en genexpressie controleren
Bacteriën dragen hun genen op een enkel, circulair DNA molecuul
Het DNA in een mens bevat zo’n 3,2x109 nucleotiden, verdeeld over 23/24 verschillende
chromosomen (mannen hebben een Y chromosoom dat vrouwen niet hebben)
Elk chromosoom bestaat uit een enkel, lang, lineair DNA molecuul, gebonden aan eiwitten die de
fijne draad vouwt in een compactere structuur
Chromatine= complex van DNA en eiwit
Chromosomen zijn ook verbonden met andere eiwitten, betrokken bij replicatie, reparatie en
genexpressie
Cellen bevatten 2 kopieën van elk chromosoom: een paternale en een maternale homologe
chromosomen
Behalve rode bloedcellen (geen DNA) en geslachtscellen (1 kopie)
Belangrijkste functie van chromosomen: genen dragen
Gen= stuk DNA dat instructies bevat voor het maken van een specifiek eiwit of RNA molecuul
De meeste RNA moleculen worden gebruikt om een eiwit te produceren
Soms is RNA het eindproduct
Genoom= totale genetische informatie gedragen door alle chromosomen in een cel of organisme
Het aantal genen zegt ruw iets over de complexiteit van een organisme