H9 blz 307 t/m 313
Transposons= mobiele genetische elementen
Cut-and-paste transpositie element uit donor DNA geknipt en in target DNA gezet
Replicatieve transpositie mobiel genetisch element wordt gekopieerd door DNA
replicatie donormolecuul onveranderd+ targetmolecuul krijgt een kopie van het element
Transposase= enzym dat DNA sequentie herkent op mobiel genetisch element
Retrotransposons= elementen die via RNA in ons genoom zijn gekomen
L1 element= retrotransposon getranscribeerd naar RNA door RNA polymerase van een gastheercel
Reverse transcriptase= enzym dat van RNA een dsDNA maakt ongewone DNA polymerase dat RNA
als template gebruikt DNA kopie van het element kan dan re-integreren op een andere plek in het
genoom
L1 elementen vormen 15% van het menselijk genoom de meesten werken niet meer door mutaties
Alu sequence= transposon 10% van ons genoom coderen niet voor hun eigen reverse
transcriptase en zijn dus afhankelijk van enzymen die al in de cel aanwezig zijn om te verplaatsen
Virussen zijn ook mobiel, maar kunnen de cel uit en een andere cel in
Virus= noodzakelijk genoom omgeven door een beschermende eiwit coat moet een cel in voor gen
expressie, eiwitten maken en reproductie
Virale reproductie is vaak dodelijk voor de gastheercel geïnfecteerde cel lyseert (=breekt open)
waarbij nakomelingen van het virus vrijkomen die naburige cellen kunnen infecteren
De meeste virussen die menselijke ziekten veroorzaken hebben genoom gemaakt van dsDNA of RNA
Ook ssDNA of dsRNA komt voor
Retrovirus komt alleen voor in eukaryote cellen lijken op retrotransposons
Retrovirussen gebruikten net als retrotransposons het enzym reverse transcriptase om RNA om te
zetten in DNA
Wanneer het retrovirus de cel in komt reverse transcriptase maakt complementaire DNA streng
om DNA/RNA hybride dubbele helix te vormen RNA streng wordt verwijderd en reverse
transcriptase (kan RNA en DNA als template gebruiken) synthetiseert een complementaire DNA
streng om een dsDNA helix te produceren die wordt op een random plek in het gast genoom
ingevoegd door een integrase enzym elke keer dat de gastheercel deelt geeft het virale genoom
(=provirus) ook een kopie door
RNA polymerase van gastheercel kopieert DNA van virus van DNA naar RNA grote hoeveelheid
RNAs, identiek aan het originele infectie genoom vertaald door ribosomen van gastheercel naar
eiwitten van het omhulsel, envelop eiwitten en reverse transcriptases nieuwe viruspartikelen
HIV= retrovirus reverse transcriptase= target van drugs tegen AIDS
Mens: 3,2x109 nucleotideparen, over 23 set chromosomen 22 autosomen en een paar
geslachtschromosomen (X en Y)
Transposons= mobiele genetische elementen
Cut-and-paste transpositie element uit donor DNA geknipt en in target DNA gezet
Replicatieve transpositie mobiel genetisch element wordt gekopieerd door DNA
replicatie donormolecuul onveranderd+ targetmolecuul krijgt een kopie van het element
Transposase= enzym dat DNA sequentie herkent op mobiel genetisch element
Retrotransposons= elementen die via RNA in ons genoom zijn gekomen
L1 element= retrotransposon getranscribeerd naar RNA door RNA polymerase van een gastheercel
Reverse transcriptase= enzym dat van RNA een dsDNA maakt ongewone DNA polymerase dat RNA
als template gebruikt DNA kopie van het element kan dan re-integreren op een andere plek in het
genoom
L1 elementen vormen 15% van het menselijk genoom de meesten werken niet meer door mutaties
Alu sequence= transposon 10% van ons genoom coderen niet voor hun eigen reverse
transcriptase en zijn dus afhankelijk van enzymen die al in de cel aanwezig zijn om te verplaatsen
Virussen zijn ook mobiel, maar kunnen de cel uit en een andere cel in
Virus= noodzakelijk genoom omgeven door een beschermende eiwit coat moet een cel in voor gen
expressie, eiwitten maken en reproductie
Virale reproductie is vaak dodelijk voor de gastheercel geïnfecteerde cel lyseert (=breekt open)
waarbij nakomelingen van het virus vrijkomen die naburige cellen kunnen infecteren
De meeste virussen die menselijke ziekten veroorzaken hebben genoom gemaakt van dsDNA of RNA
Ook ssDNA of dsRNA komt voor
Retrovirus komt alleen voor in eukaryote cellen lijken op retrotransposons
Retrovirussen gebruikten net als retrotransposons het enzym reverse transcriptase om RNA om te
zetten in DNA
Wanneer het retrovirus de cel in komt reverse transcriptase maakt complementaire DNA streng
om DNA/RNA hybride dubbele helix te vormen RNA streng wordt verwijderd en reverse
transcriptase (kan RNA en DNA als template gebruiken) synthetiseert een complementaire DNA
streng om een dsDNA helix te produceren die wordt op een random plek in het gast genoom
ingevoegd door een integrase enzym elke keer dat de gastheercel deelt geeft het virale genoom
(=provirus) ook een kopie door
RNA polymerase van gastheercel kopieert DNA van virus van DNA naar RNA grote hoeveelheid
RNAs, identiek aan het originele infectie genoom vertaald door ribosomen van gastheercel naar
eiwitten van het omhulsel, envelop eiwitten en reverse transcriptases nieuwe viruspartikelen
HIV= retrovirus reverse transcriptase= target van drugs tegen AIDS
Mens: 3,2x109 nucleotideparen, over 23 set chromosomen 22 autosomen en een paar
geslachtschromosomen (X en Y)