Evolutie
1
, Inhoudsopgave
Historische achtergrond
Evolutie van populaties
De wet van Hardy-Weinberg
Evolutie van soorten
Moleculaire evolutie
2
, Genetica, evolutie en fylogenie
Historische achtergrond
De Griekse filosofen
Idee: de aarde is geschapen door het goddelijke
Natuurfilosofen:
Anaximander Autogenese = het spontaan ontstaan van het leven (het idee heeft lang
610-546 v.C. bestaan maar nu weten we dat het niet kan)
Het ontstaan van de mens = gevolg van opeenvolgende metamorfoses
Empedocles Geen natuurlijke selectie verschillende eigenschappen creëren
492-432 v.C samen iets nieuws met andere eigenschappen (er is een soort bouwplan nodig om te kunnen
overleven)
Anaxagoras Het nous – toevallig, immateriële intelligentie er is geen doel in de
500-428 v.C natuur
Evolutie heeft geen doel = het geeft energie aan de kosmos, maar het stuurt het niet
Democritus Alles is samengesteld uit atomen dit bepaalt de eigenschappen van
460-375 v.C een organisme
Samenvatting
Het leven is ontstaan door natuurlijke oorzaken (niet door goddelijke schepping)
Er zit geen doel in (niet teleologisch)
Er is geen evolutie, ze verklaren enkel het ontstaan van het leven (geen totale evolutie)
Hippocrates Observatie en empirische benadering, kenmerken zijn overerfbaar en
460-370 v.C het klimaat is verantwoordelijk voor verschillen in organisme
Evolutieleer = natuurfilosofen + hippocratus klopt niet
Want: Plato en Aristoteles gaan hier tegenin ze stellen het onverklaarbare van de kosmos
centraal
Ook het Christendom zal dit tegengaan (= alles wordt geschapen hoe het nu is) = Creationisme
(= 1 scheppingsgolf heeft het leven mogelijk gemaakt)
Duistere tijden (tot 1750) = de macht van de kerk die de filosofen tegenging
3
1
, Inhoudsopgave
Historische achtergrond
Evolutie van populaties
De wet van Hardy-Weinberg
Evolutie van soorten
Moleculaire evolutie
2
, Genetica, evolutie en fylogenie
Historische achtergrond
De Griekse filosofen
Idee: de aarde is geschapen door het goddelijke
Natuurfilosofen:
Anaximander Autogenese = het spontaan ontstaan van het leven (het idee heeft lang
610-546 v.C. bestaan maar nu weten we dat het niet kan)
Het ontstaan van de mens = gevolg van opeenvolgende metamorfoses
Empedocles Geen natuurlijke selectie verschillende eigenschappen creëren
492-432 v.C samen iets nieuws met andere eigenschappen (er is een soort bouwplan nodig om te kunnen
overleven)
Anaxagoras Het nous – toevallig, immateriële intelligentie er is geen doel in de
500-428 v.C natuur
Evolutie heeft geen doel = het geeft energie aan de kosmos, maar het stuurt het niet
Democritus Alles is samengesteld uit atomen dit bepaalt de eigenschappen van
460-375 v.C een organisme
Samenvatting
Het leven is ontstaan door natuurlijke oorzaken (niet door goddelijke schepping)
Er zit geen doel in (niet teleologisch)
Er is geen evolutie, ze verklaren enkel het ontstaan van het leven (geen totale evolutie)
Hippocrates Observatie en empirische benadering, kenmerken zijn overerfbaar en
460-370 v.C het klimaat is verantwoordelijk voor verschillen in organisme
Evolutieleer = natuurfilosofen + hippocratus klopt niet
Want: Plato en Aristoteles gaan hier tegenin ze stellen het onverklaarbare van de kosmos
centraal
Ook het Christendom zal dit tegengaan (= alles wordt geschapen hoe het nu is) = Creationisme
(= 1 scheppingsgolf heeft het leven mogelijk gemaakt)
Duistere tijden (tot 1750) = de macht van de kerk die de filosofen tegenging
3