Gespreksvaardigheden
Luisterresponsen
• Parafraseren inhoud herformuleren
• Reflectie gevoelens herformuleren
• Classificatie vage boodschappen verduidelijken
• Samenvatten
Actieresponsen
• Vragen stellen 1 vraag tegelijkertijd
• Confronteren
• Interpreteren mogelijke verklaring geven over gedrag,
gevoelens en de samenhang hiervan
• Informatie geven
• Complimenteren
Soorten vragen
1. Concretiseringvragen: hoe, wat, waar, wie en wanneer
2. Preciserende vragen: dieper ingaan op iets, gebruik van ‘precies’
3. Argumentatieve vragen: wat maakt dat…?
4. Reliëfvragen: ‘st’ vragen (leukste, tofste,)
5. Stimulerende vragen
6. Reflectieve vragen: nadenken over effect bij de overkant (hoe
voelt je mama hier zich bij?)
7. Hypothetische vragen: ‘stel dat’ vragen
8. Strategische vragen: een vraag over een ander onderwerp
vragen
9. Suggestieve vragen
10. Confronterende vragen
11. Circulaire vragen: wat kan iemand voor jou doen?
12. Boemerangvragen: terugspelen van een vraag
13. Opinievragen: mening vragen over iets
14. Samenvattende vragen
15. Complimenteuze vraag
, Methodische interventies
Om het gesprek diepgang te geven
Model van de interactie academie
Context en gevoelsinleving
1. Concretiseren
2. Benadeling en last communicatief opmerken en benoemen
3. inzet opmerken en benoemen
4. Verbinden met overkanten
Idenditeitsversterkende interventies
1. Hv benoemt de kwaliteiten van cliënt
2. Hv benoemt de visies en waarden van cliënt
3. Hv verbindt deze kwaliteiten en visies/waarden met die van
belangrijke derden
4. Hv zoekt verbinding met toekomst
Verbinden maken tussen cliënt en samenleving