Biologie thema 6: klieren
1) Van prikkel tot reactie
Prikkel-effector-conductor-effector-reactie
-bijnieren produceren adrenaline. -> snel reageren
-> hartslag verhoogt
->bloedtoevoer naar spieren neemt toe
2) Soorten klieren
Klieren onderscheiden volgens de plaats waar ze kliersap afgeven of volgens de
functie van het geproduceerde sap.
Plaats: - exocriene klieren functie: - secretie klieren
- endocriene klieren - excretie klieren
PLAATS:
Exocriene klieren: traanklieren, speekselklieren, melkklieren, talgklieren, oorsmeerklieren,
zweetklieren, maagwandklieren, darmwandklieren, prostaatklieren, lever.
produceren kliersap dat afgegeven wordt aan uitwendig of extern milieu.
Endocriene klieren: schildklier, zweverik, bijnieren, epifyse, hypofyse, hypothalamus.
Klieren die het kliersap in het bloed (en dus het inwendige milieu) afgeven.
Hormonen zijn de producten van endocriene klieren of hormoonklieren.
Endo-exocriene klieren: alvleesklier, eierstokken, teelballen
Gemengde klieren die zowel klierproduct in een lichaamsholte (extern) als
hormonen die rechtstreeks in het bloed komen (intern) afgeven.
FUNCTIE:
Secretieklieren: speekselklieren, traanklieren, prostaatklier
Nuttige kliersappen afscheiden
Excretieklieren: zweetklieren
‘onnuttige’ kliersappen, afvalstoffen. Proces waarbij organismen afvalstoffen
afgeven noemen we excretie of uitscheiding.
Schildklier= schildklierhormoon - zweverik/thymus= thymosine - bijnier= adrenaline,
noradrenaline, cortisol - Epifyse/pijnappelklier= melatonine of slaaphormoon –
hypofyse=groeihormoon – hypothalamus= oxytocine/ hormonen die klieren aansturen
1) Van prikkel tot reactie
Prikkel-effector-conductor-effector-reactie
-bijnieren produceren adrenaline. -> snel reageren
-> hartslag verhoogt
->bloedtoevoer naar spieren neemt toe
2) Soorten klieren
Klieren onderscheiden volgens de plaats waar ze kliersap afgeven of volgens de
functie van het geproduceerde sap.
Plaats: - exocriene klieren functie: - secretie klieren
- endocriene klieren - excretie klieren
PLAATS:
Exocriene klieren: traanklieren, speekselklieren, melkklieren, talgklieren, oorsmeerklieren,
zweetklieren, maagwandklieren, darmwandklieren, prostaatklieren, lever.
produceren kliersap dat afgegeven wordt aan uitwendig of extern milieu.
Endocriene klieren: schildklier, zweverik, bijnieren, epifyse, hypofyse, hypothalamus.
Klieren die het kliersap in het bloed (en dus het inwendige milieu) afgeven.
Hormonen zijn de producten van endocriene klieren of hormoonklieren.
Endo-exocriene klieren: alvleesklier, eierstokken, teelballen
Gemengde klieren die zowel klierproduct in een lichaamsholte (extern) als
hormonen die rechtstreeks in het bloed komen (intern) afgeven.
FUNCTIE:
Secretieklieren: speekselklieren, traanklieren, prostaatklier
Nuttige kliersappen afscheiden
Excretieklieren: zweetklieren
‘onnuttige’ kliersappen, afvalstoffen. Proces waarbij organismen afvalstoffen
afgeven noemen we excretie of uitscheiding.
Schildklier= schildklierhormoon - zweverik/thymus= thymosine - bijnier= adrenaline,
noradrenaline, cortisol - Epifyse/pijnappelklier= melatonine of slaaphormoon –
hypofyse=groeihormoon – hypothalamus= oxytocine/ hormonen die klieren aansturen