Motorisch leren Blok 1
College 1 Physical Literacy
Leren
Is duurzame en stabiele toename van prestatie door oefening of specifieke ervaring
- Duurzaam is iets wat je geleerd/geoefend is en moet blijven
- Stabiel is eenmaal iets geleerd, onmogelijk om af te leren, prestatieverbetering moet
niet te sterk beïnvloed worden door variaties in de omgeving.
- Specifieke ervaring: een toename van de prestatie door een genetisch
voorgeprogrammeerde motorische ontwikkeling noemen we niet leren.
- Leren is niet lineair, het gaat stapsgewijs met plateaus (terugvallen)
Oefen resultaat: einde van de training gemeten
Leer resultaat: redentie test, na bepaalde tijd, wat blijvend is
Leren impliceert ook een zekere gerichtheid: basketballer traint zijn dribbel, voetballer traint
zijn traptechniek, tennisser traint zijn opslag.
Motorisch leren
Definitie van leren toegepast in motorische context
- Vaardigheden waarbij doelbewust wordt bewogen
- Vaardigheden kan aangeleerd worden.
Waarom moet iemand motorisch vaardiger worden?
Bevorderd motorische ontwikkeling (blessure/houding)
Huidige status van motorische vaardigheid?
12-16 jaar – slechte status van morisch vaardigheid
Games, geen geld voor sporten
Meer zwaarlijvigheid
Theorerisch kader: motorisch vaardigheid
4 criteria voor motor skill (vaardigheid):
1. Een duidelijk doel
2. Lichaam en ledematen zijn nodig om dat doel te bereiken
3. Vrijwillige beweging (reflexen zijn onvrijwillig)
4. Motorische vaardigheden ontwikkelen zich als gevolg van oefening
,Physical Literacy/geletterdheid
1. Competentie (skills) – om te bewegen binnen een brede variatie van uitdagende
beweegsituasties
2. Vertrouwen (confidence) – in egien bewgingsmogelijkheden
3. Motivatie (motivation) – om verder te ontwikkelen
4. Kennis en begrip (knowledge) – over eigen bewegingsmogelijkheden
Invloed op elkaar:
Gaat omhoog, gaan de skills meestal ook beter
Ene heeft meer van het ene dan de ander
Dus: kan je niet rennen, dan kan je ook geen voetbal, basketbal, tennis
VB: laag geletterdheid: streksprong, Hoog geletterdheid: salto
Fietsen in Nederland, kan iedereen wel. In Oostenrijk kunnen ze waarschijnlijk beter skiën,
dan Nederlanders, maar hun kunnen waarschijnlijk minder goed fietsen. Er zit dus verschil in
culturen.
Verschillende opvattingen over geletterdheid: Er wordt verwacht dat iedereen kan
zwemmen
College 2: FMV Classificeren
Fundamentele Motorische Vaardigheden (FMV)
Fundamental Movement Skills (FMS)
Fundamenteel = Essentieel (zijn basisvaardigheden)
FMV te verdelen in 3 categorieën:
1. Locomotorische vaardigheden: jezelf verplaatsen (van A naar B)
2. Balansvaardigheden: het lichaam in balans houden
3. Manipulatieve vaardigheden: Iets doen met een object
Locomotorische en balans vaardigheden vormen de basis voor manipulatieve vaardigheden.
Het is dus belangrijk om die goed te ontwikkelen in de kindertijd.
Glijdende schaal van classificeren
Open – Gesloten Open: Beweging wordt uitgevoerd in een variabele, onvoorspelbare
omgeving. (VB: basketbal, meerdere mensen aanwezig) Vraagt de
juiste oplossing binnen een bepaalde context
Gesloten: beweging wordt uitgevoerd in een stabiele, voorspelbare
omgeving. (VB: turnoefening) Vraagt meer technische uitvoering v.d.
beweging.
Grof – Fijn Fijn: Kleine subtiele handelingen
Grof: grote bewegingen met grotere hoeveelheid spiergroepen
Discreet – Serieel Discreet: de beweging is kort, duidelijk en met begin en eind.
(golfswing, gooien)
Serieel: Er is een aaneenschakeling van discrete taken. Zijn complexer
en moeilijker uit te voeren. (Arabier + flick flack + handstand + salto)
Continu: discrete bewegingen achter elkaar. VB: zwemmen, fietsen.
, Motorisch – Cognitief Motorisch: doen (sporten)
Cognitief: denken, begrijpen (schaken)
Classificatie Model van Gentile
1. Omgeving afhankelijke variabelen
2. Actie vereist van beweging
Individuele verschillen
Oorzaken:
1. Lichaamslengte
2. Fysiologische bouw (spiervezeltype)
3. Bewegingservaring
4. Motivatie
Gevolgen: Lesgeef strategie niet voor iedereen gelijk
Een motor Ability (Motorische mogelijkheden)
Geeft potentie aan die een persoon heeft om een vaardigheid aan te leren en te
perfectioneren.
Een motor Skill (Motorisch resultaat)
Zegt iets over de actuele kwaliteit van de uitgevoerde oefening.
College 1 Physical Literacy
Leren
Is duurzame en stabiele toename van prestatie door oefening of specifieke ervaring
- Duurzaam is iets wat je geleerd/geoefend is en moet blijven
- Stabiel is eenmaal iets geleerd, onmogelijk om af te leren, prestatieverbetering moet
niet te sterk beïnvloed worden door variaties in de omgeving.
- Specifieke ervaring: een toename van de prestatie door een genetisch
voorgeprogrammeerde motorische ontwikkeling noemen we niet leren.
- Leren is niet lineair, het gaat stapsgewijs met plateaus (terugvallen)
Oefen resultaat: einde van de training gemeten
Leer resultaat: redentie test, na bepaalde tijd, wat blijvend is
Leren impliceert ook een zekere gerichtheid: basketballer traint zijn dribbel, voetballer traint
zijn traptechniek, tennisser traint zijn opslag.
Motorisch leren
Definitie van leren toegepast in motorische context
- Vaardigheden waarbij doelbewust wordt bewogen
- Vaardigheden kan aangeleerd worden.
Waarom moet iemand motorisch vaardiger worden?
Bevorderd motorische ontwikkeling (blessure/houding)
Huidige status van motorische vaardigheid?
12-16 jaar – slechte status van morisch vaardigheid
Games, geen geld voor sporten
Meer zwaarlijvigheid
Theorerisch kader: motorisch vaardigheid
4 criteria voor motor skill (vaardigheid):
1. Een duidelijk doel
2. Lichaam en ledematen zijn nodig om dat doel te bereiken
3. Vrijwillige beweging (reflexen zijn onvrijwillig)
4. Motorische vaardigheden ontwikkelen zich als gevolg van oefening
,Physical Literacy/geletterdheid
1. Competentie (skills) – om te bewegen binnen een brede variatie van uitdagende
beweegsituasties
2. Vertrouwen (confidence) – in egien bewgingsmogelijkheden
3. Motivatie (motivation) – om verder te ontwikkelen
4. Kennis en begrip (knowledge) – over eigen bewegingsmogelijkheden
Invloed op elkaar:
Gaat omhoog, gaan de skills meestal ook beter
Ene heeft meer van het ene dan de ander
Dus: kan je niet rennen, dan kan je ook geen voetbal, basketbal, tennis
VB: laag geletterdheid: streksprong, Hoog geletterdheid: salto
Fietsen in Nederland, kan iedereen wel. In Oostenrijk kunnen ze waarschijnlijk beter skiën,
dan Nederlanders, maar hun kunnen waarschijnlijk minder goed fietsen. Er zit dus verschil in
culturen.
Verschillende opvattingen over geletterdheid: Er wordt verwacht dat iedereen kan
zwemmen
College 2: FMV Classificeren
Fundamentele Motorische Vaardigheden (FMV)
Fundamental Movement Skills (FMS)
Fundamenteel = Essentieel (zijn basisvaardigheden)
FMV te verdelen in 3 categorieën:
1. Locomotorische vaardigheden: jezelf verplaatsen (van A naar B)
2. Balansvaardigheden: het lichaam in balans houden
3. Manipulatieve vaardigheden: Iets doen met een object
Locomotorische en balans vaardigheden vormen de basis voor manipulatieve vaardigheden.
Het is dus belangrijk om die goed te ontwikkelen in de kindertijd.
Glijdende schaal van classificeren
Open – Gesloten Open: Beweging wordt uitgevoerd in een variabele, onvoorspelbare
omgeving. (VB: basketbal, meerdere mensen aanwezig) Vraagt de
juiste oplossing binnen een bepaalde context
Gesloten: beweging wordt uitgevoerd in een stabiele, voorspelbare
omgeving. (VB: turnoefening) Vraagt meer technische uitvoering v.d.
beweging.
Grof – Fijn Fijn: Kleine subtiele handelingen
Grof: grote bewegingen met grotere hoeveelheid spiergroepen
Discreet – Serieel Discreet: de beweging is kort, duidelijk en met begin en eind.
(golfswing, gooien)
Serieel: Er is een aaneenschakeling van discrete taken. Zijn complexer
en moeilijker uit te voeren. (Arabier + flick flack + handstand + salto)
Continu: discrete bewegingen achter elkaar. VB: zwemmen, fietsen.
, Motorisch – Cognitief Motorisch: doen (sporten)
Cognitief: denken, begrijpen (schaken)
Classificatie Model van Gentile
1. Omgeving afhankelijke variabelen
2. Actie vereist van beweging
Individuele verschillen
Oorzaken:
1. Lichaamslengte
2. Fysiologische bouw (spiervezeltype)
3. Bewegingservaring
4. Motivatie
Gevolgen: Lesgeef strategie niet voor iedereen gelijk
Een motor Ability (Motorische mogelijkheden)
Geeft potentie aan die een persoon heeft om een vaardigheid aan te leren en te
perfectioneren.
Een motor Skill (Motorisch resultaat)
Zegt iets over de actuele kwaliteit van de uitgevoerde oefening.