1 E ZIT 2016
1. Een definitie van gilden en ambachten
A. Eerste echte personeelsbeleid
B. Duidelijke regels over wie werd toegelaten tot het beroep, welke vaardigheden aangeleerd werden en
welke uren gewerkt werden.
C. Eerstelijnsopzichters en managers
D. Duidelijke regels voor ondergeschikte werknemers
2. Wat is change agent in het model van Ulrich
A. Strategisch en mens
B. Strategisch en proces
C. Proces en operationeel
D. Operationeel en mens
3. Een goede loopbaanopleiding is voor de onderneming?
A. Deliverables
B. Performancedrivers
C. Enablers
D. Doables
4. Waarvoor is een jobanalyse beter dan een jobbeschrijving?
A. Goede personeelsadvertenties
B. Training doelstellingen
C. …
D. …
5. Definitie sollicitantenpopulatie
A. Doelgroep potentiële sollicitanten met gewenste eigenschappen
B. Aangetrokken individuen (= sollicitantenpool)
6. Welke stelling is juist?
A. ELP richt zich op onrealistische verwachtingen zonder negatieve dingen te vermelden
B. Applicant tracking system kan gebruikt worden om informatie over sollicitanten door te geven aan
anderen.
C. Candidate relationship marketing is om de gerekruteerden geïnteresseerd te houden
D. Blended learning is een mix van groepen samen laten leren
E. Groepsobservatieschaal heeft minder kans op vertekening door subjectieviteit dan gedragsverankerde
beoordelingsschaal.
F. Beoordelingsinstrument heeft zeer kleine invloed op resultaat
G. Bottom-up feedback is feedback door medecollega’s aan medewerkers
7. Betere personeelsleden door interne rekrutering, waaraan kan dit niet liggen?
A. Er zijn meer individuele verschillen bij door personeel aangebrachte mensen.
B. Ze doen eerst initiële screening en geven niet zomaar iedereen door.
C. Ze krijgen realistische informatie
Pagina | 1
, 8. Wat is het minst goed om te bewijzen dat je test goed is?
A. Positieve correlatie tussen eerste test en subjectieve test na 2 weken
B. Positieve correlatie tussen eerste test en volgens criteriummaat na 2 weken
C. Positieve correlatie tussen eerste test en test
D. …
9. Wat kies je als je het meeste face validiteit wil?
A. Sollicitatieformulier
B. Assessment center
C. Cognitieve vaardigheidstest
D. Persoonlijkheidsvragenlijst
10. Wat raad je het minst aan aan een manager die transfer wil motiveren?
A. Laat mensen in groepen de training doen
B. Laat ze zelf beslissen om de training al dan niet te doen
C. Laat hen achteraf discussiëren over de training
D. Moedig hen niet expliciet aan om wat men geleerd heeft toe te passen
11. Wanneer is er sprake van criteriumcontaminatie? Ben verkoopt minder hakselmachines door:
A. Dat hij niet vriendelijk was tijdens de verkoop haken klanten af
B. Hij was vooral gericht op behouden relaties oude klanten
C. Klanten haken af voor kopen hakselmachines omdat de vraag naar haksel gedaald is
12. Vragen aan de medewerker of ze de geleerde training zullen toepassen is?(model van Kirkpatrick)
A. Reacties
B. Gedragingen
C. Resultaten
D. Leren van principes
13. Als je wil duidelijk maken dat het om een advertentie van het nieuwe leren gaat dan
A. Leg je de nadruk op de te behalen resultaten
B. Leg je de nadruk op extrarolgedrag
C. Gebruik je sociale media
D. …
14. Globale rangschikkingsmethodes zijn niet zo geschikt voor feedback, daarom zijn er varianten op. Wat is de
meeste geschikte voor feedback?
A. Paarsgewijze vergelijking
B. Criteriumgewijs
C. Verplichte spreiding
D. …
15. Wat is geen kenmerk van MBO? (Management by Objectives)
A. Bottum-up : doelstellingen worden in samenspraak vastgelegd, afgestemd op doelstellingen van hoger
niveau
B. Men houdt bij de eindevaluatie ook rekening met andere elementen zoals middelen en
medeverantwoordelijkheden
C. De doelstellingen moeten realistisch, haalbaar,... zijn
D. …
Pagina | 2