Liz Hens INT2A
Toetsmatrijs Communicatie
Eigen versie
1.1
Communicatie proces:
De zender codeert de boodschap en de ontvanger decodeert de boodschap.
Ruis is een verstoring in het communicatie proces er zijn 2 soorten ruis.
Interne ruis: als je zelf ervoor zorgt de boodschap niet over komt.
Externe ruis: dingen van buitenaf die ervoor zorgen dar de boodschap niet over komt.
Redundantie: overlood aan informatie.
1.2
Soorten communicatie:
non verbale communicatie, communicatie zonder woorden bijv. lichaamshouding/
mimiek
verbale communicatie, communicatie met woorden
intra persoonlijke communicatie, tegen jezelf praten
interpersoonlijke communicatie, communicatie tussen mensen
groepscommunicatie, communicatie binnen een groep
massacommunicatie, komt terecht bij een grote groep mensen bijv. boodschap via de
radio
metacommunicatie, communicatie over communicatie.
Intentioneel en niet intentioneel, communicatie die bedoeld is of niet bedoeld is.
Interactieve communicatie, communicatie waarin iedereen mee doet.
Soorten communicatie voor mensen met een beperking:
mondelinge communicatie, voor blinde mensen
schriftelijke communicatie, voor doven
auditieve communicatie, voor blinden
eenzijdig is dat 1 persoon praat, tweezijdig is dat er vanuit 2 kanten wordt gepraat en bij
meerzijdige communicatie wordt er vanuit meerdere kanten gepraat
1
,Liz Hens INT2A
1.3
Selectiemechanismes:
Selectieve blootstelling:
SEA/SEO
Beïnvloeden van klanten
Individueel kijken naar waar klanten behoefte aan hebben.
Selectieve perceptie:
Niet alle informatie kunnen of willen verwerken
Voorkeur voor bepaalde informatie
Selectieve interpretatie:
Subjectieve waarneming
Beïnvloeden door je mening
Selectieve herinnering:
Zelf bepalen of het positief of negatief overheerst
Auto met veel onkosten
Ooit iets slechts gebeurt dan blijf je iets altijd slecht vinden
Hoge betrokkenheid of lage betrokkenheid bij een merk of product.
Selectieve acceptatie:
Accepteren of weigeren van de inhoud van de media
boodschap Selectief onthouden > Ontvangers onthouden uit de boodschap
alleen wat ze willen onthouden, de feiten die relevant zijn voor hun probleem of
beslissing.
2.1
Het AIDA model gaat over het beslissingsproces van de consument voordat hij of zij een
product of dienst afneemt.
Attention (aandacht)
Interest (interesse)
Desire (verlangen)
Action (actie)
Attention: Als de consument niet weet dat het product bestaat, zal het ook nooit gekocht
worden. Het is dus zaak dat een bedrijf het bestaan van het product kenbaar maakt
Interest: De eerste interesse is gewekt. De potentiële koper raakt ervan bewust dat het
product of dienst wel eens van nut kan zijn.
Desire: De consument raakt bewust van de voordelen van het product en wil het gaan
kopen. Op dit moment moeten er beslissingen genomen worden. De consument zal zich
gaan oriënteren op prijzen en de verschillende eigenschappen van het product.
Action: De consument heeft de beslissing genomen het product te kopen. Nu moet de
aanbieder er voor zorgen dat het product ook snel te verkrijgen is.
2
, Liz Hens INT2A
DAGMAR is een afkorting voor Defining Advertising Goals for Measuring Advertising Results.
In het Nederlands betekent dit: Definieer advertentiedoelstellingen om advertentieresultaten
te meten.
1. Bekendheid (naamsbekendheid): Het percentage personen in de doelgroep dat het
betreffende merk kent.
2. Begrip (productkennis): Het aantal personen in de doelgroep dat de voordelen kan
aangeven van het betreffende product.
3. Overtuiging (waardering): Het aantal personen in de doelgroep dat overtuigd is van
het nut van het betreffende product.
4. Actie (aankoop): Het aantal personen in de doelgroep dat al tot een aankoop is
overgegaan.
De piramide van Maslow gaat over de behoeftes van mensen. Met onderaan de belangrijkste
behoeften en bovenaan de minst belangrijke behoeften.
3
Toetsmatrijs Communicatie
Eigen versie
1.1
Communicatie proces:
De zender codeert de boodschap en de ontvanger decodeert de boodschap.
Ruis is een verstoring in het communicatie proces er zijn 2 soorten ruis.
Interne ruis: als je zelf ervoor zorgt de boodschap niet over komt.
Externe ruis: dingen van buitenaf die ervoor zorgen dar de boodschap niet over komt.
Redundantie: overlood aan informatie.
1.2
Soorten communicatie:
non verbale communicatie, communicatie zonder woorden bijv. lichaamshouding/
mimiek
verbale communicatie, communicatie met woorden
intra persoonlijke communicatie, tegen jezelf praten
interpersoonlijke communicatie, communicatie tussen mensen
groepscommunicatie, communicatie binnen een groep
massacommunicatie, komt terecht bij een grote groep mensen bijv. boodschap via de
radio
metacommunicatie, communicatie over communicatie.
Intentioneel en niet intentioneel, communicatie die bedoeld is of niet bedoeld is.
Interactieve communicatie, communicatie waarin iedereen mee doet.
Soorten communicatie voor mensen met een beperking:
mondelinge communicatie, voor blinde mensen
schriftelijke communicatie, voor doven
auditieve communicatie, voor blinden
eenzijdig is dat 1 persoon praat, tweezijdig is dat er vanuit 2 kanten wordt gepraat en bij
meerzijdige communicatie wordt er vanuit meerdere kanten gepraat
1
,Liz Hens INT2A
1.3
Selectiemechanismes:
Selectieve blootstelling:
SEA/SEO
Beïnvloeden van klanten
Individueel kijken naar waar klanten behoefte aan hebben.
Selectieve perceptie:
Niet alle informatie kunnen of willen verwerken
Voorkeur voor bepaalde informatie
Selectieve interpretatie:
Subjectieve waarneming
Beïnvloeden door je mening
Selectieve herinnering:
Zelf bepalen of het positief of negatief overheerst
Auto met veel onkosten
Ooit iets slechts gebeurt dan blijf je iets altijd slecht vinden
Hoge betrokkenheid of lage betrokkenheid bij een merk of product.
Selectieve acceptatie:
Accepteren of weigeren van de inhoud van de media
boodschap Selectief onthouden > Ontvangers onthouden uit de boodschap
alleen wat ze willen onthouden, de feiten die relevant zijn voor hun probleem of
beslissing.
2.1
Het AIDA model gaat over het beslissingsproces van de consument voordat hij of zij een
product of dienst afneemt.
Attention (aandacht)
Interest (interesse)
Desire (verlangen)
Action (actie)
Attention: Als de consument niet weet dat het product bestaat, zal het ook nooit gekocht
worden. Het is dus zaak dat een bedrijf het bestaan van het product kenbaar maakt
Interest: De eerste interesse is gewekt. De potentiële koper raakt ervan bewust dat het
product of dienst wel eens van nut kan zijn.
Desire: De consument raakt bewust van de voordelen van het product en wil het gaan
kopen. Op dit moment moeten er beslissingen genomen worden. De consument zal zich
gaan oriënteren op prijzen en de verschillende eigenschappen van het product.
Action: De consument heeft de beslissing genomen het product te kopen. Nu moet de
aanbieder er voor zorgen dat het product ook snel te verkrijgen is.
2
, Liz Hens INT2A
DAGMAR is een afkorting voor Defining Advertising Goals for Measuring Advertising Results.
In het Nederlands betekent dit: Definieer advertentiedoelstellingen om advertentieresultaten
te meten.
1. Bekendheid (naamsbekendheid): Het percentage personen in de doelgroep dat het
betreffende merk kent.
2. Begrip (productkennis): Het aantal personen in de doelgroep dat de voordelen kan
aangeven van het betreffende product.
3. Overtuiging (waardering): Het aantal personen in de doelgroep dat overtuigd is van
het nut van het betreffende product.
4. Actie (aankoop): Het aantal personen in de doelgroep dat al tot een aankoop is
overgegaan.
De piramide van Maslow gaat over de behoeftes van mensen. Met onderaan de belangrijkste
behoeften en bovenaan de minst belangrijke behoeften.
3