Nederlands: deel 3; les 21
De spelling van Engelse werkwoorden in het Nederlands
De stam van een Engels werkwoord schrijf je op dezelfde manier als in het Engels.
Die vorm gebruik je zoals de stam van een inheems werkwoord.
speechen stam = speech ik speech, hij speecht, wij hebben
gespeecht
Als het woord in het Engels eindigt op een dubbele medeklinker, vernederlands je de stam en schrijf
je een enkele medeklinker, behalve als dat een andere uitspraak oproept.
stressen stam = stres ik stres, hij strest, wij hebben
gestrest
baseballen stam = baseball ik baseball, hij baseballt, wij hebben
gebaseballd
Als het Engelse woord eindigt op -le, schrijf je in de Nederlandse stam -el, tenzij dat een andere
uitspraak oproept.
googelen stam = googel ik googel, hij googelt, wij hebben
gegoogeld
recyclen stam = recycle ik recycle, hij recyclet, wij hebben
gerecycled
Actieve en passieve zinnen (HV)
In een actieve zin voert het onderwerp zelf de actie uit.
De garagist repareert de auto.
-> De garagist is het onderwerp en hij voert de reparatie zelf uit.
In een passieve zin komt de handeling op de voorgrond. Het onderwerp ondergaat de handeling. De
hulpwerkwoorden voor passieve zinnen zijn worden en zijn.
De garagist repareert de auto. -> De auto wordt
gerepareerd.
Soms is er in een passieve zin een handelend voorwerp (HV). Een handelend voorwerp vertelt wie de
handeling uitvoert. Dit zinsdeel begint altijd met door.
De auto wordt door de garagist gerepareerd.
Opgelet! Niet elk zinsdeel dat met door begint, is een handelend voorwerp.
Door het raam zag ik haar voorbijfietsen. (BWB)
Als je de passieve zin actief maakt, wordt het HV het onderwerp van de actieve zin.
De broden worden door mijn oom gebakken. -> Mijn oom bakt de
broden.
Als je de actieve zin passief maakt, wordt het onderwerp het HV van de passieve zin.
Mijn oom bakt de broden. -> De broden worden door mijn oom
gebakken.
Schooltaalwoorden
- aansporen: aanmoedigen (om iets te doen); stimuleren, aanzetten tot
- aanwenden: gebruiken
- contrasteren: een opvallende tegenstelling vormen; afsteken
- creëren: (iets) maken, doen ontstaan
- inspireren: creatief en enthousiast maken
- motiveren: zorgen dat iemand zin heeft om te doen wat gedaan moet worden
- ontleden: in onderdelen verdelen om beter te kunnen onderzoeken of analyseren
- pleiten: argumenten aandragen in de hoop een bepaalde beslissing te bewerkstelligen
De spelling van Engelse werkwoorden in het Nederlands
De stam van een Engels werkwoord schrijf je op dezelfde manier als in het Engels.
Die vorm gebruik je zoals de stam van een inheems werkwoord.
speechen stam = speech ik speech, hij speecht, wij hebben
gespeecht
Als het woord in het Engels eindigt op een dubbele medeklinker, vernederlands je de stam en schrijf
je een enkele medeklinker, behalve als dat een andere uitspraak oproept.
stressen stam = stres ik stres, hij strest, wij hebben
gestrest
baseballen stam = baseball ik baseball, hij baseballt, wij hebben
gebaseballd
Als het Engelse woord eindigt op -le, schrijf je in de Nederlandse stam -el, tenzij dat een andere
uitspraak oproept.
googelen stam = googel ik googel, hij googelt, wij hebben
gegoogeld
recyclen stam = recycle ik recycle, hij recyclet, wij hebben
gerecycled
Actieve en passieve zinnen (HV)
In een actieve zin voert het onderwerp zelf de actie uit.
De garagist repareert de auto.
-> De garagist is het onderwerp en hij voert de reparatie zelf uit.
In een passieve zin komt de handeling op de voorgrond. Het onderwerp ondergaat de handeling. De
hulpwerkwoorden voor passieve zinnen zijn worden en zijn.
De garagist repareert de auto. -> De auto wordt
gerepareerd.
Soms is er in een passieve zin een handelend voorwerp (HV). Een handelend voorwerp vertelt wie de
handeling uitvoert. Dit zinsdeel begint altijd met door.
De auto wordt door de garagist gerepareerd.
Opgelet! Niet elk zinsdeel dat met door begint, is een handelend voorwerp.
Door het raam zag ik haar voorbijfietsen. (BWB)
Als je de passieve zin actief maakt, wordt het HV het onderwerp van de actieve zin.
De broden worden door mijn oom gebakken. -> Mijn oom bakt de
broden.
Als je de actieve zin passief maakt, wordt het onderwerp het HV van de passieve zin.
Mijn oom bakt de broden. -> De broden worden door mijn oom
gebakken.
Schooltaalwoorden
- aansporen: aanmoedigen (om iets te doen); stimuleren, aanzetten tot
- aanwenden: gebruiken
- contrasteren: een opvallende tegenstelling vormen; afsteken
- creëren: (iets) maken, doen ontstaan
- inspireren: creatief en enthousiast maken
- motiveren: zorgen dat iemand zin heeft om te doen wat gedaan moet worden
- ontleden: in onderdelen verdelen om beter te kunnen onderzoeken of analyseren
- pleiten: argumenten aandragen in de hoop een bepaalde beslissing te bewerkstelligen