Nederlands: deel 1
Les 4 - samenvatting
Standaardnederlands, tussentaal en dialect
Mensen maken in verschillende contexten gebruik van verschillende taalvarianten. Dat wordt onder
andere bepaald door het taalregister dat gebruikt wordt (formeel of informeel). Ook het verschil
tussen de plaatselijk gesproken taal en de standaardtaal is een vorm van taalvariatie.
Standaardnederlands is de standaardvariant van het Nederlands. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken
in formele situaties of wanneer je met een onbekende spreekt.
Heb je nog een kop koffie voor mij?
Tussentaal is een omgangstaal die zowel kenmerken heeft van Standaardnederlands als van dialect.
Het is de taal geworden waarin de meerderheid zich mondeling vlot en verstaanbaar uitdrukt, ook al
zijn er nog wat tegenstanders die het onverzorgd vinden.
Ebde gij nog een taske koffie voor mij?
Dialect is de plaatselijke, lokale vorm van het Nederlands. Het wordt door steeds minder Vlamingen
in een zuivere vorm gesproken.
Èdde nog een zjat kaffe veu maai?
Taaldiscriminatie
Talen, dialecten en accenten kunnen ervoor zorgen dat je vooroordelen of stereotypen hebt over een
persoon of een groep mensen.
Bij een vooroordeel heb je een oordeel over iemand zonder dat je hem of haar kent.
Een stereotype is een overdreven beeld van een groep mensen dat vaak niet overeenkomt met de
werkelijkheid. Een stereotype berust op meerdere vooroordelen.
Het gebruik van vooroordelen en stereotypen vertrekt vaak vanuit onwetendheid en is dus niet altijd
kwaad bedoeld. Wanneer je omwille van vooroordelen op basis van taalgebruik mensen verschillend
behandelt, spreek je over taaldiscriminatie.
Sociolecten
Een sociolect is een term die wordt gebruikt voor een taalvariant die typerend is voor een bepaalde
sociale groep. Bij sociolecten onderscheid je groepstalen en vaktalen.
Een groepstaal is eigen aan een bepaalde sociale groep (bv. groepen op basis van geslacht). Ze
onderscheidt zich vooral op het vlak van woordenschat. Zo heb je jongerentaal, vrouwentaal …
Een vaktaal (ook vakjargon genoemd) is de terminologie die eigen is aan een bepaald vak of beroep:
de taal van landbouwers, geologen… Elke vaktaal heeft specifieke vaktermen die buitenstaanders
vaak moeilijk begrijpen.
Insluiting en uitsluiting door taal
Taal kan ervoor zorgen dat je wel of niet tot een groep behoort. Er is dan sprake van in- of uitsluiting
door taal.
Je woont in West-Vlaanderen en je vrienden spreken het dialect, maar jij
niet. Daardoor kun je
moeilijk meepraten en de gesprekken volgen.
Als anderstalige beheers je de standaardtaal, maar tussentaal of dialect is
moeilijk te volgen.
Je begrijpt niet altijd alles wat anderen vertellen.
Les 4 - schema
STANDAARDNEDERLANDS
NEDERLANDS TUSSENTAAL Groepstaal
DIALECT Vaktaal
Les 4 - samenvatting
Standaardnederlands, tussentaal en dialect
Mensen maken in verschillende contexten gebruik van verschillende taalvarianten. Dat wordt onder
andere bepaald door het taalregister dat gebruikt wordt (formeel of informeel). Ook het verschil
tussen de plaatselijk gesproken taal en de standaardtaal is een vorm van taalvariatie.
Standaardnederlands is de standaardvariant van het Nederlands. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken
in formele situaties of wanneer je met een onbekende spreekt.
Heb je nog een kop koffie voor mij?
Tussentaal is een omgangstaal die zowel kenmerken heeft van Standaardnederlands als van dialect.
Het is de taal geworden waarin de meerderheid zich mondeling vlot en verstaanbaar uitdrukt, ook al
zijn er nog wat tegenstanders die het onverzorgd vinden.
Ebde gij nog een taske koffie voor mij?
Dialect is de plaatselijke, lokale vorm van het Nederlands. Het wordt door steeds minder Vlamingen
in een zuivere vorm gesproken.
Èdde nog een zjat kaffe veu maai?
Taaldiscriminatie
Talen, dialecten en accenten kunnen ervoor zorgen dat je vooroordelen of stereotypen hebt over een
persoon of een groep mensen.
Bij een vooroordeel heb je een oordeel over iemand zonder dat je hem of haar kent.
Een stereotype is een overdreven beeld van een groep mensen dat vaak niet overeenkomt met de
werkelijkheid. Een stereotype berust op meerdere vooroordelen.
Het gebruik van vooroordelen en stereotypen vertrekt vaak vanuit onwetendheid en is dus niet altijd
kwaad bedoeld. Wanneer je omwille van vooroordelen op basis van taalgebruik mensen verschillend
behandelt, spreek je over taaldiscriminatie.
Sociolecten
Een sociolect is een term die wordt gebruikt voor een taalvariant die typerend is voor een bepaalde
sociale groep. Bij sociolecten onderscheid je groepstalen en vaktalen.
Een groepstaal is eigen aan een bepaalde sociale groep (bv. groepen op basis van geslacht). Ze
onderscheidt zich vooral op het vlak van woordenschat. Zo heb je jongerentaal, vrouwentaal …
Een vaktaal (ook vakjargon genoemd) is de terminologie die eigen is aan een bepaald vak of beroep:
de taal van landbouwers, geologen… Elke vaktaal heeft specifieke vaktermen die buitenstaanders
vaak moeilijk begrijpen.
Insluiting en uitsluiting door taal
Taal kan ervoor zorgen dat je wel of niet tot een groep behoort. Er is dan sprake van in- of uitsluiting
door taal.
Je woont in West-Vlaanderen en je vrienden spreken het dialect, maar jij
niet. Daardoor kun je
moeilijk meepraten en de gesprekken volgen.
Als anderstalige beheers je de standaardtaal, maar tussentaal of dialect is
moeilijk te volgen.
Je begrijpt niet altijd alles wat anderen vertellen.
Les 4 - schema
STANDAARDNEDERLANDS
NEDERLANDS TUSSENTAAL Groepstaal
DIALECT Vaktaal