Opdracht 1
Vraag 1:
Het gaat hier om internaliserende problematiek bij Sandra.
Vraag 2: Of er sprake is van stoornis bij Sandra, is afhankelijk van een aantal factoren:
1. De ernst van de problematiek
2. Hoe vaak toont het kind het ongewenste gedrag?
3. Hoe lang al laat het kind het ongewenst gedrag zien?
4. Waar laat het kind het ongewenst gedrag zien?
5. Wie heeft er last van? het kind zelf, de omgeving of beide?
Toelichting: In het geval van Sandra is er wel sprake van langdurige problematiek. Zij zit al
lange tijd in dit probleem en haar ouders hebben het ook gemerkt. Het probleem wordt zelfs
met de dag erger. Sandra is tot een punt gekomen dat zij niet meer naar school wil en dat is
best ernstig voor een kind op zo'n leeftijd. Zowel Sandra als haar ouders ervaren
belemmeringen daardoor.
Vraag 3:
Ik denk dat Sandra last heeft van angstproblematiek in combinatie met stemmingsstoornis
met sombere gevoelens. De klachten van Sandra waren al eerder aanwezig, maar door de
corona-epidemie zijn de signalen van de angststoornis steeds duidelijker geworden. Sandra
had last van stemmingsstoornis met wat somberheid en nu is het ontwikkeld tot
angststoornis. Hierdoor wil Sandra niet meer naar school omdat ze er nergens plezier in
beleeft.
Vraag 4:
1. Ik ga met Sandra praten over de stoornis, en vraag haar welke hulp zij wil of nog
heeft.
2. Ik ga Sandra uitdagen om contact te zoeken met andere kinderen.
3. Ik ga Sandra stimuleren om te doen wat ze leuk vindt
In relatie tot de groep:
1. Een veilige sfeer in de groep voor Sandra creëren, is echt heel belangrijk.
2. Ruimte geven aan Sandra als het gaat om opdracht afronden.
3. Een vaste ritme en regelmaat gedurende de dag zijn ook erg belangrijk voor Sandra.
Opdracht 2
Vraag 1:
Veel praten over de traumatische gebeurtenis kan de kinderen met een
niet-aangeboren lichamelijke beperking helpen om de ingrijpende gebeurtenis een
plekje in hun leven te geven, Anders dan kinderen met een aangeboren afwijking,
zullen zij de afwijking minder ervaren als iets wat bij hen hoort. Bovendien moeten
de kinderen met de niet-aangeboren lichamelijke beperking leren leven met een