H2
Weefsel: groep cellen met zelfde functie.
Organen: functionele of structurele eenheden(weefsels).
Orgaansysteem: groepen organen die samenwerken voor bepaalde functie in lichaam. 10
(huid, ademhaling, spijsvertering, urinair, voortplanting, beweging, afweer, hormonaal,
zintuig, hart en vaten). Hart en vaten: hart, bloed- en lymfevaten.
Homeostase: eigenschap lichaam om inwendige stabiliteit te handhaven. Dit gebeurt door
negatieve feedback systemen. Sensors houden variabelen in de gaten -> buiten grenzen->
effector geactiveerd -> gereguleerde variabelen bijsturen. Lichaam kan dit niet meer-> ziek.
Verschillende orgaansystemen werken samen.
Korte termijn hart: inspant-> hart sneller kloppen-> meer voedingsstoffen naar spieren.
Lange termijn-> vaak sport-> hartspier dikker(meer bloed/ hartslag).
Binas84D. Hart: holle spier met 4 compartimenten. Volgorde samentrekking hartspier,
pompcyclus: 1. Boezemsystole: boezems trekken samen. 2. Kamersystole (kamers). 3.
Diastole(rust, b en k vullen met bloed). In hart stroomt bloed door drukverschillen binnen en
buiten hart. Eenrichtingsverkeer door kleppen. Periode tussen hartslagen: minder dan 1
seconde.
H3
Binas84D. Impuls ontstaat in sinusknoop-> reist elektrische impuls over boezems-> AV-
knoop, enige elektrische verbinding b en k(samentrekking boezems)-> impulsgeleiding
vertraagt-> bloed van b-> k. Impuls via linker en rechter bundeltak en His-bundel->kamers
(trekken samen door purkinjevezels). Gebeurt door geleiding van cel op cel.
Actiepotentiaal: verandering van lading van membraanpotentiaal.
Membraanpotentiaal: potentiaal van cel. Wordt veroorzaakt door lading tussen binnen- en
buitenzijde van cel. Meestal -. Meten met micro-elektrode. Wordt bepaald door
concentratieverschillen ionen tussen binnen en buiten cel en doorlaatbaarheid verschillende
ionen door celmembraan. Bepaald door verschillende nernstpotentialen.
Nernstpotentiaal: door concentratieverschil binnen en buiten van 1 ionsoort.
Permeabiliteit(doorlaatbaarheid) bepaald bijdrage nernstp aan membraanp van cel.
Membraanpotentiaal zenuwcel: K+ en Na+. Door actiepotentiaal info naar en naar centrale
zenuwstelsel.
Intracellulair: binnen, extracellulair: buiten.
Elektrisch evenwicht binnen en buiten: bin150mM K+ en 150mM X-, bui 5mM K+ en 5mM X-.
membraanpotentiaal is dan 0mV.
Beweging ionen: bepaald door concentratieverschil binnen en buiten(chemische gradiënt) en
membraanpotentiaal(elektrische gradiënt).