Onderwijsgroep 1 , definitie, oorsprong en basisbegrippen van mensenrechten
Genreaties mensen rechten
1Ste: Burgerlijke en Politieke rechten
2de: economische, sociale en culturele rechten
3de: collectieve en solidariteitsrechten
Kenmerken van mensen rechten
● Absoluut: geen inperking tenzij noodtoestand ( art. 15 EVRM)of leer van legitieme
beperkingen
● Universeel: geldt altijd voor iedereen ongeacht culturele achtergrond
<-> Cultuurrelativisme stellen de inhoud van bepaalde rechten afhankelijk van een bepaalde
cultuur en/of religieuze context in een bepaald gebied. -> Om beide tegemoet te komen is er
de appreciatiemarge.
● Onvervreemdbaar: je kan geen afstand doen van je rechten en je hebt zo puur omdat
je een mens bent. Je kan niet je rechten overdragen of ontzet worden uit je rechten
behalve na een eerlijk proces en de mogelijkheid om afstand te doen van bepaalde
rechten.
● Ondeelbaar: geen onderscheid naargelang de soort generatie rechten. Alles is
evenwaardig en vormt een geheel
Verschillende mensenrechteninstrumenten
Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789)
🡺 Opkomst voor de strijd tegen het vorstelijk absolutisme -> afweer rechten
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) UVRM
🡺 Einde maken aan onmenselijke behandeling na WO II
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de Fundamentele
Vrijheden (1950) EVRM
🡺 Gevolg van UVRM met dezelfde historische oorsprong
Déclaration des droits de Universele Verklaring van de Verdrag tot bescherming van
l’homme RM de RM
Nationaal Internationaal Europees
Niet bindend Niet bindend (p97), aanbeveling Bindend (p96)
, 1ste generatie 1ste en 2de generatie 1ste generatie
CASE: EHRM Alekseyev T. Rusland en Bayev T. Rusland (
Het recht op vrije meningsuiting wordt beperkt en is dus een uitzondering op het absoluut
karakter. -> leer van legitieme beperkingen.
1. Legitieme doelen
2. Bij wet voorzien;
3. Noodzakelijk in en democratische samenleving ( plus proportionaliteit).
🡺 Om na te gaan of een beperking van het recht of de vrijheid van de burger niet
overdreven is in vergelijking met het doel dat de overheid wil bereiken.
Appreciatiemarge en consensus
Hoe groter het consensus bij de raad van europa, hoe minder appreciatiemarge een land
heeft om zelf invulling te geven.
Case HRC Waxenheim tegen Frankrijk (HRC = human rights comity, VN, specifiek voor het
BUPO-verdrag)
De staat roept mensenrechten in tegen het individu om het tegen zichzelf te beschermen. De
staat grijpt actief in.
CASE EHRM Dis Sarno tegen Italië
Artikel 8 EVRM houdt ook een positieve verplichting in voor de staat. Artikel 8 wordt dus
uitgebreid.
CASE Nada tegen Zwitserland
Conflicterende internationaalrechtelijke verplichtingen -> harmonisatie verplichting voor de
staat om billijk evenwicht te behouden. Staat kan zich niet zomaar beroepen op bindende
karakter van verplichting. De staat moet internationale verplichtingen harmoniseren omdat
er nog een appreciatiemarge was.
Onderwijsgroep 2: nationale en internationale bescherming van mensenrechten
De Grond wet en EVRM
Preventieve maatregelen = maatregelen om de schending van grondrechten te voorkomen
De Grondwet is vooral gericht op de bescherming van het individu tegen een overheid en
tegen preventieve tussenkomst van de overheid. De Grondwet bevat eerder negatieve
verplichtingen.