Samenvatting economie H12 en H13
Paragraaf 12.1
Effecten
= verhandelbare rechten die een financiële waarde vertegenwoordigen, bijvoorbeeld aandelen en
obligaties.
Aandeel: is een stukje van een onderneming en de winst van de onderneming.
Dividend: het deel van de winst wat aan aandeelhouders wordt uitgekeerd.
Koers: bepaald de waarde van het aandeel op basis van vraag en aanbod.
Middel om je bedrijf mee te financieren
Is gunstiger dan een lening, omdat je over een lening rente moet betalen en een lening moet je
uitbetalen en rente niet.
Invloed van renteveranderingen
Een lage rente maakt beleggen in aandelen aantrekkelijk.
rente daalt --> leningen daalt --> vraag daalt (indirect)
rente stijgt --> hogere kosten bedrijf --> minder winst --> koers daalt (direct)
slecht toekomstperspectief --> beleggers verkopen aandelen --> aanbod stijgt --> vraag daalt
--> koers daalt
Rendement: opbrengst van de belegging in een bepaald aandeel op een bepaald moment.
dividendrendement = dividend per aandeel x 100%
beurskoers bij aankoop
koersrendement = koerswijziging aandeelx x 100%
beurskoers bij aankoop
aandelenrendement = dividendrendement + koersrendement
Paragraaf 12.2
Obligatie: verhandelbaar bewijs van deelname in een obligatielening.
- nominale waarde: het bedrag dat wordt geleend en afgelost bij de terugbetaling
- couponrente: jaarlijkse uitbetaling = percentage nominale waarde obligatie.
- looptijd: vastgestelde tijd waarbij de obligatiehouder rente uitbetaald krijgt.
Minder risico dan aandelen, obligaties moeten uitbetaald worden in tegenstelling tot dividend.
De waarde van de obligatie op een bepaald moment wordt vooral bepaald door de couponrente, de
actuele rente en de resterende looptijd van de obligatie.
De actuele rente of marktrente, is de rente die op het moment van aankoop/verkoop gebruikelijk is
op de kapitaalmarkt. De resterende looptijd is de tijd tussen het moment van aankoop/verkoop van
de obligatie en de aflossing ervan.
, In het algemeen geldt:
wanneer de actuele rente hoger is dan de couponrente, is de waarde van de obligatie lager
dan de nominale waarde.
wanneer de actuele rente lager is dan de couponrente, is de waarde van de obligatie hoger
dan de nominale waarde.
Rendement
De prijs waarvoor je een obligatie koopt of verkoopt is meestal niet gelijk aan de nominale waarde
van de obligatie.
Waarom? - De actuele rente is bijna nooit hetzelfde als de couponrente.
- De obligatie wordt vrijwel altijd afgelost tegen de nominale waarde,
ongeacht de verkoopprijs van de obligatie.
Het rendement van belegging in een obligatie is afhankelijk van de couponrente en de actuele rente
(op moment van aankoop/verkoop).
Berekenen van de reële rente
= gemiddeld prijspeil of inflatie
NIC indexcijfer nominale rente
RIC = x 100 = indexcijfer reële rente = x 100
PIC indexcijfer algemeen prijspeil
Verschil in risico tussen obligaties en aandelen
Aandeel
Aandeelhouder ontvangt dividend uit de winst van een bedrijf.
Dividend hoeft niet uitgekeerd te worden.
Meer risico.
Obligatie
Obligatiehouder verstrekt een lening in ruil voor rente.
Obligaties moeten altijd uitbetaald worden.
Minder risico (afhankelijk van de uitgevende instelling).
Overheidsobligaties en bedrijfsobligaties
Obligaties die zijn uitgegeven door een land worden overheidsobligaties genoemd. Hier zit relatief
weinig risico aan, afhankelijk van het land. De rentevergoeding daarop is dan ook laag. Bij een
stijgende rente kunnen ook dergelijke obligaties in waarde dalen.
Obligaties die zijn uitgegeven door een bedrijf worden bedrijfsobligaties genoemd. Over het
algemeen heeft een bedrijfsobligatie een groter faillissementsrisico dan een overheidsobligatie.
Bedrijven gaan namelijk sneller failliet dan landen.
opbrengst aandeel/obligatie
Rendement aandeel of obligatie = x 100%
kosten aandel/obligatie
Paragraaf 12.1
Effecten
= verhandelbare rechten die een financiële waarde vertegenwoordigen, bijvoorbeeld aandelen en
obligaties.
Aandeel: is een stukje van een onderneming en de winst van de onderneming.
Dividend: het deel van de winst wat aan aandeelhouders wordt uitgekeerd.
Koers: bepaald de waarde van het aandeel op basis van vraag en aanbod.
Middel om je bedrijf mee te financieren
Is gunstiger dan een lening, omdat je over een lening rente moet betalen en een lening moet je
uitbetalen en rente niet.
Invloed van renteveranderingen
Een lage rente maakt beleggen in aandelen aantrekkelijk.
rente daalt --> leningen daalt --> vraag daalt (indirect)
rente stijgt --> hogere kosten bedrijf --> minder winst --> koers daalt (direct)
slecht toekomstperspectief --> beleggers verkopen aandelen --> aanbod stijgt --> vraag daalt
--> koers daalt
Rendement: opbrengst van de belegging in een bepaald aandeel op een bepaald moment.
dividendrendement = dividend per aandeel x 100%
beurskoers bij aankoop
koersrendement = koerswijziging aandeelx x 100%
beurskoers bij aankoop
aandelenrendement = dividendrendement + koersrendement
Paragraaf 12.2
Obligatie: verhandelbaar bewijs van deelname in een obligatielening.
- nominale waarde: het bedrag dat wordt geleend en afgelost bij de terugbetaling
- couponrente: jaarlijkse uitbetaling = percentage nominale waarde obligatie.
- looptijd: vastgestelde tijd waarbij de obligatiehouder rente uitbetaald krijgt.
Minder risico dan aandelen, obligaties moeten uitbetaald worden in tegenstelling tot dividend.
De waarde van de obligatie op een bepaald moment wordt vooral bepaald door de couponrente, de
actuele rente en de resterende looptijd van de obligatie.
De actuele rente of marktrente, is de rente die op het moment van aankoop/verkoop gebruikelijk is
op de kapitaalmarkt. De resterende looptijd is de tijd tussen het moment van aankoop/verkoop van
de obligatie en de aflossing ervan.
, In het algemeen geldt:
wanneer de actuele rente hoger is dan de couponrente, is de waarde van de obligatie lager
dan de nominale waarde.
wanneer de actuele rente lager is dan de couponrente, is de waarde van de obligatie hoger
dan de nominale waarde.
Rendement
De prijs waarvoor je een obligatie koopt of verkoopt is meestal niet gelijk aan de nominale waarde
van de obligatie.
Waarom? - De actuele rente is bijna nooit hetzelfde als de couponrente.
- De obligatie wordt vrijwel altijd afgelost tegen de nominale waarde,
ongeacht de verkoopprijs van de obligatie.
Het rendement van belegging in een obligatie is afhankelijk van de couponrente en de actuele rente
(op moment van aankoop/verkoop).
Berekenen van de reële rente
= gemiddeld prijspeil of inflatie
NIC indexcijfer nominale rente
RIC = x 100 = indexcijfer reële rente = x 100
PIC indexcijfer algemeen prijspeil
Verschil in risico tussen obligaties en aandelen
Aandeel
Aandeelhouder ontvangt dividend uit de winst van een bedrijf.
Dividend hoeft niet uitgekeerd te worden.
Meer risico.
Obligatie
Obligatiehouder verstrekt een lening in ruil voor rente.
Obligaties moeten altijd uitbetaald worden.
Minder risico (afhankelijk van de uitgevende instelling).
Overheidsobligaties en bedrijfsobligaties
Obligaties die zijn uitgegeven door een land worden overheidsobligaties genoemd. Hier zit relatief
weinig risico aan, afhankelijk van het land. De rentevergoeding daarop is dan ook laag. Bij een
stijgende rente kunnen ook dergelijke obligaties in waarde dalen.
Obligaties die zijn uitgegeven door een bedrijf worden bedrijfsobligaties genoemd. Over het
algemeen heeft een bedrijfsobligatie een groter faillissementsrisico dan een overheidsobligatie.
Bedrijven gaan namelijk sneller failliet dan landen.
opbrengst aandeel/obligatie
Rendement aandeel of obligatie = x 100%
kosten aandel/obligatie