Maatschappelijke instituties: alle gewoontes, gebruiken, organisaties, normen en waarden die
leiden tot vaste patronen waarbinnen wij ons gedragen binnen een samenleving.
Bij de arbeidsverhoudingen in de samenleving gaat het om de spelregels waar binnen de arbeidsruil
plaats vind.
• Vraag over de benutting van de arbeid (arbeidsorganisatie)
• Arbeidsmarkt: allocatie en beloning
• Collectieve arbeidsverhoudingen: proces van regulering: instituties en mores
• (Individuele arbeidsrelatie)
Arbeidsverhoudingen in sociologische betekenis gaat het om collectieve arbeidsverhoudingen, en
institutionele verhoudingen.
Dit op 3 niveaus:
- Macro (landelijk niveau of EU)
o Vb. kabinet en sociale partners
- Meso (bv brance of bedrijfstak)
o Vb. Cao, vakbonden
- Micro (niveau van een bedrijf)
o Vb. OR, RvB, raad van commensarissen, HRM.
Arbeidsverhoudingen gaan om machtsverhouding tussen twee partijen. Deze machtsverhouding
wordt beïnvloed door:
- Maatschappelijke ontwikkelingen (bv emancipatie,
- Politiek (linkse meerderheid of rechtse meerderheid in tweede kamer)
- Economie (economisch slecht, hoge werkloosheid, slechte positie werknemers)
- Organisatiekracht (leden) (bereidheid om in actie te komen)
- Internationale ontwikkelingen (polen die in nl werken, producten uit China)
1