Samenvatting teksten Strategisch Management.
1 Groothandelsvormen
Kleinhandel: Verkoopt aan finale consumenten
Groothandel: Verkoopt niet of nauwelijks aan consumenten. (Kleinhandelaar)
Deze termen ontstonden in een periode toen de kleinhandel “letterlijk kleinschalig” was & de
groothandel “relatief grootschalig”.
1.1 3 verschillende vormen van groothandel:
De traditionele groothandel
De groothandel met beperkte dienstverlening
De functionele groothandel
1.1.1 De traditionele groothandel of volledig dienstverlenende groothandel
Komt tussen alle specifieke distributiefuncties.
Neemt producten in bezit en wordt er eigenaar van.
Vervult een belangrijke voorraadfunctie
Levert zelf aan zijn afnemers
Communiceert & promoot zijn assortiment via handelsreclame of via zijn
vertegenwoordigers.
Staat krediet toe aan zijn afnemers - > Financiert gedeeltelijk hun voorraad.
Voorbeeld: ISPC : Volledig dienstverlenende groothandel
DRAAGT RISICO
1.1.2 De groothandel met beperkte dienstverlening
Vervult slechts een beperkt aantal distributiefuncties.
Voorbeeld:
CASH & CARRY groothandelaar Rack Jobber of Service Merchandiser
Niet instaat voor transport goederen.
Verzorgd zelf merchandising in
Verleent geen krediet. winkelpunten van klanten.
Voorbeeld: MAKRO Goederen blijven eigendom van R. J. tot
ze verkocht worden.
Kleinhandelaar neemt goederen alleen
in consignatie.
Ontstond op ogenblik dat kleinhandelaars marginaal werden -> Konden alleen nog bij de bedoelde
groothandelaars terecht als ze zelf transport verzorgden & contant betaalden. Nederlandse-Term:
Haal & betaalgroothandelaar.
FINANCIËLE & RISICOFUNCTIE WEEGT ZWAAR DOOR IN ZIJN PROFIEL
1 Groothandelsvormen
Kleinhandel: Verkoopt aan finale consumenten
Groothandel: Verkoopt niet of nauwelijks aan consumenten. (Kleinhandelaar)
Deze termen ontstonden in een periode toen de kleinhandel “letterlijk kleinschalig” was & de
groothandel “relatief grootschalig”.
1.1 3 verschillende vormen van groothandel:
De traditionele groothandel
De groothandel met beperkte dienstverlening
De functionele groothandel
1.1.1 De traditionele groothandel of volledig dienstverlenende groothandel
Komt tussen alle specifieke distributiefuncties.
Neemt producten in bezit en wordt er eigenaar van.
Vervult een belangrijke voorraadfunctie
Levert zelf aan zijn afnemers
Communiceert & promoot zijn assortiment via handelsreclame of via zijn
vertegenwoordigers.
Staat krediet toe aan zijn afnemers - > Financiert gedeeltelijk hun voorraad.
Voorbeeld: ISPC : Volledig dienstverlenende groothandel
DRAAGT RISICO
1.1.2 De groothandel met beperkte dienstverlening
Vervult slechts een beperkt aantal distributiefuncties.
Voorbeeld:
CASH & CARRY groothandelaar Rack Jobber of Service Merchandiser
Niet instaat voor transport goederen.
Verzorgd zelf merchandising in
Verleent geen krediet. winkelpunten van klanten.
Voorbeeld: MAKRO Goederen blijven eigendom van R. J. tot
ze verkocht worden.
Kleinhandelaar neemt goederen alleen
in consignatie.
Ontstond op ogenblik dat kleinhandelaars marginaal werden -> Konden alleen nog bij de bedoelde
groothandelaars terecht als ze zelf transport verzorgden & contant betaalden. Nederlandse-Term:
Haal & betaalgroothandelaar.
FINANCIËLE & RISICOFUNCTIE WEEGT ZWAAR DOOR IN ZIJN PROFIEL