Alain de Botton
(samenvatting met paginaverwijzingen naar het beeldmateriaal)
1. Het belang van de architectuur
Heeft ons huis, onze omgeving, de architectuur een invloed op ons geluk?
Er zijn tal van voorbeelden van mensen die helemaal niet geïnteresseerd zijn in hun omgeving. Ze zijn
hun omgeving zelfs zo gewoon, of ze zijn zo bezig met andere dingen dat ze hun omgeving nauwelijks
nog opmerken.
Maar heel veel mensen doen erg veel moeite om in een ‘mooi’ huis te wonen. Dus kun je eigenlijk
wel aannemen dat het belangrijk is voor de meeste mensen. Velen van ons wonen nochtans in een
lelijke omgeving en besluiten dat het er niet toe doet. Het doet er wel toe. Maar omdat we er weinig
kunnen aan veranderen stellen we ons voor dat onze omgeving weinig invloed heeft op ons geluk.
Toch zijn veel mensen voortdurend bezig met een poging hun omgeving te verfraaien.
Wat verwarrend is, is de vergankelijkheid van de schoonheid. We leggen een prachtig tapijt, maar er
komen vlekken op, de witte kasten vergelen, er komt een scheur in de muur.
Mooie architectuur leidt ook niet altijd automatisch naar een hoger geluksgevoel. Ook in een mooi
huis kun je depressief zijn, kan je een slecht humeur hebben, of kan een tiran wonen. (p24). De
schoonheid van architectuur, en bij uitbreiding van kunst, is maar te waarderen als het contrasteert
met lelijkheid, ellende, oorlog, … Architectuur is een protest tegen ongelukkig zijn.
We kunnen besluiten dat onze omgeving ons beïnvloedt. Maar mooie architectuur dwingt niet, het
nodigt ons uit. Schoonheid beïnvloedt ons slechts ten dele.
2. In welke stijl moeten we bouwen?
Hoe ziet een mooi gebouw er uit?
Gedurende eeuwen was die vraag niet moeilijk te beantwoorden. Een mooi gebouw was er één
gebouwd in de klassieke stijl, tempelvormig en symmetrisch. Deze stijl, bedacht door de Grieken,
gekopieerd door de Romeinen, en na een onderbreking van 1000 jaar herontdekt in de Renaissance,
kreeg regionale accenten en gebruikte soms andere materialen, maar in hoofdzaak werd dezelfde
stijl gebruikt voor belangrijke gebouwen.
Bij woonhuizen was budget belangrijk. Men gebruikte vooral bouwmaterialen van ter plaatse.
Doordat er weinig werd gereisd was er ook weinig invloed van buitenaf. Er was weinig contact met
andere bouwstijlen. (p37-39)
Eind 18de eeuw en begin 19de eeuw ontdekken Europeanen nieuwe stijlen en nieuwe architecturen.
Horace Walpole bvb was halverwege de 18de eeuw meer geïnteresseerd in gotische architectuur dan
in de klassieke en was één van de eerste die besloot om een huis in Gotische stijl te bouwen. (p42) Er
ontstonden woonhuizen in allerlei stijlen: Gotisch, Zwitsers, Chinees, … Architecten bouwden in een