BAS 7 Perifere zenuwstelsel
HC 1.02 Anatomie van het perifeer zenuwstelsel (Week 1 & 2)
(Neuro)gliacellen:
• grote hoeveelheid kleine cellen
• kunnen zich blijven delen
• “het skelet” van het centrale zenuwstelsel, maar vormen ook myeline en
de “bloed-hersenbarrière”
• ook in perifeer zenuwstelsel: Schwann cellen
Neuronen = zenuwcellen: kunnen zich niet meer delen.
Neurotransmitters: bijv. acetylcholine, noradrenaline, dopamine, serotonine,
GABA, glutamaat
Centraal zenuwstelsel:
- ruggenmerg
- hersenstam
- hersenen: kleine, tussen- en grote
hersenen
Perifeer zenuwstelsel:
12 paar hersenzenuwen: ontspringen
met name uit de hersenstam
31 paar spinale zenuwen:
ruggenmergszenuwen
Innervatie huid en bewegingsapparaat:
alle 31 spinale zenuwen en 3 paar
hersenzenuwen:
- n. trigeminus (N. V),
- n. facialis (N. VII) en
- n. accessoires (N. XII).
,Nervispinales:
8 nervi cervicales: C1-C8:
- C1 tussen os occipitale en atlas
- C2 tussen atlas en draaier
- C8 tussen wervels C7 en Th1
12 nervi thoracici: Th1-Th12: onder de
gelijk namende wervel
5 nervi lumbales: L1-L5: onder de
gelijknamende wervel
5 nervi sacrales: S1-S5: S5 door hiatus
sacralis
1 nervus coccygeus: Co1: door hiatus
sacralis
De medulla spinalis eindigt t.h.v. wervel
L1 of L2 → zenuwen caudaal van het
ruggenmerg vormen de cauda equina
(paardenstaart).
Vezelbundels uit het ruggenmerg
vormen de radix ventralis en radix
dorsalis (ventrale en dorsale wortel). Net
voor de vereniging heeft de radix
dorsalis een verdikking = ganglion
spinale
Nog in het wervelkanaal vormen de achter- en voorwortel de spinale
zenuw. De n. spinalis verlaat de wervelkolom via het foramina
intervertebrale. Beide zijn gemengd met motorische en sensibele vezels.
Rami dorsales: gaan rechtstreeks naar de spieren en huid van nek en rug.
Rami Ventrales: innerveren de hals, laterale en ventrale zijden van romp,
armen en benen.
,De rami ventrales van de
thoracale zenuwen gaan
naar de spieren en huid van
de romp ‘segmentale
ordening’. Van de overige
spinale zenuwen vormen
plexussen (zenuwvlechten).
Uit een plexus ontspringen
nieuw zenuwen die naar
het innervatiegebied gaan:
deze zenuwen bevatten
vezels van verschillende
spinale zenuwen (ruggenmergsegmenten) en worden perifere zenuwen
genoemd.
Plexussen en bijbehorende spinale zenuwen:
Plexus cervicales : C1 – C4 → hals
Plexus brachialis : C5 – Th1 →
schoudergordel en arm
Plexus lumbosacralis : L1 – S3 →
bekkengordel en been
- plexus lumbalis : L1 – L4
- plexus sacralis : L4 – S3
Plexus coccygeus : S4 – Co1 → huid
op stuitbeen
Dermatomen en huidinnervatie via
perifere zenuwen
Ruggenmergsegment: deel van het
ruggenmerk waaruit een spinale
zenuw ontspringt
, Dermatoom: huidgebied dat wordt geïnnerveerd door een spinale zenuw.
Dermatomen overlappen gedeeltelijk → gevoelloze huid als minimaal twee
dagen opeenvolgende zenuwen uitgeschakeld zijn.
HC 1.02 Anatomie van het perifeer zenuwstelsel (Week 1 & 2)
(Neuro)gliacellen:
• grote hoeveelheid kleine cellen
• kunnen zich blijven delen
• “het skelet” van het centrale zenuwstelsel, maar vormen ook myeline en
de “bloed-hersenbarrière”
• ook in perifeer zenuwstelsel: Schwann cellen
Neuronen = zenuwcellen: kunnen zich niet meer delen.
Neurotransmitters: bijv. acetylcholine, noradrenaline, dopamine, serotonine,
GABA, glutamaat
Centraal zenuwstelsel:
- ruggenmerg
- hersenstam
- hersenen: kleine, tussen- en grote
hersenen
Perifeer zenuwstelsel:
12 paar hersenzenuwen: ontspringen
met name uit de hersenstam
31 paar spinale zenuwen:
ruggenmergszenuwen
Innervatie huid en bewegingsapparaat:
alle 31 spinale zenuwen en 3 paar
hersenzenuwen:
- n. trigeminus (N. V),
- n. facialis (N. VII) en
- n. accessoires (N. XII).
,Nervispinales:
8 nervi cervicales: C1-C8:
- C1 tussen os occipitale en atlas
- C2 tussen atlas en draaier
- C8 tussen wervels C7 en Th1
12 nervi thoracici: Th1-Th12: onder de
gelijk namende wervel
5 nervi lumbales: L1-L5: onder de
gelijknamende wervel
5 nervi sacrales: S1-S5: S5 door hiatus
sacralis
1 nervus coccygeus: Co1: door hiatus
sacralis
De medulla spinalis eindigt t.h.v. wervel
L1 of L2 → zenuwen caudaal van het
ruggenmerg vormen de cauda equina
(paardenstaart).
Vezelbundels uit het ruggenmerg
vormen de radix ventralis en radix
dorsalis (ventrale en dorsale wortel). Net
voor de vereniging heeft de radix
dorsalis een verdikking = ganglion
spinale
Nog in het wervelkanaal vormen de achter- en voorwortel de spinale
zenuw. De n. spinalis verlaat de wervelkolom via het foramina
intervertebrale. Beide zijn gemengd met motorische en sensibele vezels.
Rami dorsales: gaan rechtstreeks naar de spieren en huid van nek en rug.
Rami Ventrales: innerveren de hals, laterale en ventrale zijden van romp,
armen en benen.
,De rami ventrales van de
thoracale zenuwen gaan
naar de spieren en huid van
de romp ‘segmentale
ordening’. Van de overige
spinale zenuwen vormen
plexussen (zenuwvlechten).
Uit een plexus ontspringen
nieuw zenuwen die naar
het innervatiegebied gaan:
deze zenuwen bevatten
vezels van verschillende
spinale zenuwen (ruggenmergsegmenten) en worden perifere zenuwen
genoemd.
Plexussen en bijbehorende spinale zenuwen:
Plexus cervicales : C1 – C4 → hals
Plexus brachialis : C5 – Th1 →
schoudergordel en arm
Plexus lumbosacralis : L1 – S3 →
bekkengordel en been
- plexus lumbalis : L1 – L4
- plexus sacralis : L4 – S3
Plexus coccygeus : S4 – Co1 → huid
op stuitbeen
Dermatomen en huidinnervatie via
perifere zenuwen
Ruggenmergsegment: deel van het
ruggenmerk waaruit een spinale
zenuw ontspringt
, Dermatoom: huidgebied dat wordt geïnnerveerd door een spinale zenuw.
Dermatomen overlappen gedeeltelijk → gevoelloze huid als minimaal twee
dagen opeenvolgende zenuwen uitgeschakeld zijn.