Geestelijke gezondheidszorg en
geestelijke
gezondheidsproblemen
Inleiding: praktische info
Examen:
2 praktische delen: casuïstiek en observatie (staan op 60 punten!!)
1 theoretisch deel
WAT MEENEMEN: taak suïcide preventie – enkel module 1 (https://sp-
reflex.zelfmoord1813.be/module1.php ) + formulier voor
aanwezigheid/medewerking les
Welke aspecten komen aan bod?
Cognitie: ADHD, dementie
Realiteitstoetsing: psychoses = wanen + hallucinaties
Emoties: depressie
Voeding: eetstoornissen
Persoonlijkheid: leren bewust zijn van jezelf/eigen innerlijke wereld
Leerstof:
Slides + handboek (H1 + H2 (geen anamnese) + H3.1)
Deel I.1: Psychopathologie & psychiatrie
Psychiatrie
= Medisch specialisme, die zich bezighoudt met patiëntenzorg (klinische zorg),
wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, op gebied van psychiatrische ziekten.
Psychische functies:
= De manieren waarop de mens info uit de omgeving en het eigen lichaam (wisselwerking
individu en omgeving of stelt ons in staat te interageren met de omgeving ):
Opneemt (bewustzijn, aandacht, waarneming)
Ervaart
Herkent
Waardeert (emoties)
Weegt (denken)
Toetst aan opgeslagen info/verleden (geheugen)
Leidend tot automatisch, doelbewust gedrag.
! Automatische spierbewegingen: psychomotoriek EN ! Gerichte handelingen:
gedrag
COMPLEX: neurale netwerken (niet op 1 specifieke plaats in de hersenen)
VB psychische functie (belangrijkste/uniek aan mens zijn)
, Zelfbewustzijn !! => voortdurend bewust zijn van je eigen gedachten,
gevoelens, waarnemingen, verlangens, herinneringen en plannen
Psychiatrisch symptoom:
Klacht of verschijnsel dat voor zorgverlener/psychiater betekenis heeft
Als uiting van een stoornis in 1 of meer psychische functies
Psychiatrisch syndroom:
Veel voorkomende psychische en lichamelijke klachten/verschijnselen
In combinatie met beloopskenmerken
Psychiatrische stoornis:
= psychiatrisch syndroom dat gepaard gaat met:
Klinisch significante lijdensdruk (subjectief)
Beperkingen in functioneren (sociaal, beroepsmatig, familiaal…)
Psychopathologie
= wetenschap van het bestuderen en diagnosticeren van de psychiatrische stoornissen
= psychiatrische ziekteleer
1. Etiologie: welke factoren brengen het proces op gang
2. Pathogenese: wat zijn de ontstaansprocessen
3. Psychiatrisch syndroom: (zie hierboven)
Ziekte: Samenhangend inzicht …
in de aard van de symptomen
in hun onderlinge verband (syndroom)
in wijze waarop zij ontstaan (pathogenese)
in de factoren die ziekteproces op gang brengen (etiologie)
Psychiatrische ziekten
Interactie geest (psyche) en lichaam (soma): onlosmakend verbonden, voor ieder
individu geldig
Wederzijds verband!! (iets mentaal kan lichamelijke ongemakken uitlokken EN bepaalde
somatische klachten/oorzaken kunnen aanleiding geven tot een probleem met de geest)
Vb: depressie kan leiden tot vermoeidheid
Vb: hypothyreoïdie (trage werking schildklier) kan leiden tot depressiesymptomen
!! Psychiatrische ziekten zijn eigenlijk syndroomdiagnosen -> daarom spreken we van stoornissen
Psychiatrie = toegepaste wetenschap
Kennis: theorie en empirie over functies/processen/symptomen (algemene)
Kunde: het praktisch doen (richt zich op individu)
,Deel I.2: Diagnostiek & classificatie
Psychiatrische diagnostiek
= geheel van methoden waarmee door de psychiater gegevens worden verzameld over de
aard en de oorzaken van de psychiatrische symptomen en stoornis van de patiënt
5 onderdelen (samen is dit het psychiatrisch onderzoek in ruime zin):
1. Gepersonaliseerde diagnostiek = inventariseren/opsommen van de ervaringen,
verklaringen en verwachtingen v/d P
2. Descriptieve = vaststellen van de psychiatrische symptomen (observeren, exploreren)
3. Etiopathogenetische = beschrijven van etiologie en pathogenese
4. Prognostische = voorspellen van het te verwachten natuurlijke verloop
5. Indicatiestelling = voorspellen van de te verwachten effecten van de behandeling
DOELEN:
1. Psychiatrische symptomen vaststellen (grondslag voor de classificatie)
2. Opsporen mogelijke etiologische factoren
- Lichamelijke oorzaken
- Ernstige levensgebeurtenissen (trauma’s)
- Erfelijke belasting
- Levensloop
- Persoonlijkheidtrekken
- Copingstijlen
- Afweermechanismen
3. Vaststellen ernst en gevolgen
Psychiatrisch onderzoek (om psychiatrisch syndroom vast te stellen)
Psychiatrische anamnese
Status-mentalis onderzoek
Op systematische manier vastleggen van info betreffende psychiatrisch
klachten/verschijnselen
1. Anamnese: zoeken naar belangrijke kernsymptomen/functies
2. Exploratie: gericht vragen naar relevante subjectieve psychiatrische functies
(navragen bijkomende pathologieën)
3. Observatie: observeren van de objectieve psychiatrische functies (manier van
spreken, gevoelsuiting…)
4. Testen: specifieke testvragen om objectieve psychiatrische symptomen vast te
stellen en globaal te kwantificeren
3 psychische hoofdfuncties = TRIAS PSYCHICA
Cognitief – denken – gedachten Hiërarchie in de stoornissen:
Affectief – voelen - gevoelens obv urgentie/ernst
Conatief – willen – gedrag Cognitief > affectief > conatief
, ! aanhouden systematiek: verhoogt veiligheid, maakt communicatie mogelijk (uitwisselbaarheid) en
betrouwbaarheid => geeft structuur en houvast
Bijkomende begrippen:
3de persoonsbenadering:
Objectieve waarneming
Wetenschappelijke methode: onderzoekresultaten onafh onderzoeken en
hoge interbeoordeelaarsbetrouwbaarheid
Verschijnselen van belang
1ste persoonsbenadering
Subjectieve ervaring: vb hallucinaties, wanen
Fenomenologische methode (empathie)
Psychiatrische symptomen: uitingen psychische disfuncties + manier waarop
met subj ervaringen wordt omgegaan
Klachten
VORM
Beschrijving van structuur v/d psychische ervaring in psychopathologische
termen
Aard van de stoornis
‘Hoe ervaart de P zichzelf en de wereld?’
Status-mentalis onderzoek
LET OP: gestructureerde diagnostische interviews gaan uit van bepaalde
classificaties
INHOUD
Wat P echt ervaart
Situatie, cultuur en maatschappij
‘Wat ervaart P’
Psychiatrische diagnostiek
(vaststellen oorzaken en keuze
behandeling)
Eerste indrukken + bewustzijn, aandacht en oriëntatie +
geheugen = globale hersenfuncties
De rest = specifiekere hersenfuncties
MEER INFO:
1. Eerste indrukken:
(geeft heel veel info over P en zijn pathologie)
Zeer grote waarde: eerste contact (opmerkzaam
zijn)
Aanwijzingen voor mogelijke psychiatrische
symptomen en persoonlijkheidstrekken
geestelijke
gezondheidsproblemen
Inleiding: praktische info
Examen:
2 praktische delen: casuïstiek en observatie (staan op 60 punten!!)
1 theoretisch deel
WAT MEENEMEN: taak suïcide preventie – enkel module 1 (https://sp-
reflex.zelfmoord1813.be/module1.php ) + formulier voor
aanwezigheid/medewerking les
Welke aspecten komen aan bod?
Cognitie: ADHD, dementie
Realiteitstoetsing: psychoses = wanen + hallucinaties
Emoties: depressie
Voeding: eetstoornissen
Persoonlijkheid: leren bewust zijn van jezelf/eigen innerlijke wereld
Leerstof:
Slides + handboek (H1 + H2 (geen anamnese) + H3.1)
Deel I.1: Psychopathologie & psychiatrie
Psychiatrie
= Medisch specialisme, die zich bezighoudt met patiëntenzorg (klinische zorg),
wetenschappelijk onderzoek en onderwijs, op gebied van psychiatrische ziekten.
Psychische functies:
= De manieren waarop de mens info uit de omgeving en het eigen lichaam (wisselwerking
individu en omgeving of stelt ons in staat te interageren met de omgeving ):
Opneemt (bewustzijn, aandacht, waarneming)
Ervaart
Herkent
Waardeert (emoties)
Weegt (denken)
Toetst aan opgeslagen info/verleden (geheugen)
Leidend tot automatisch, doelbewust gedrag.
! Automatische spierbewegingen: psychomotoriek EN ! Gerichte handelingen:
gedrag
COMPLEX: neurale netwerken (niet op 1 specifieke plaats in de hersenen)
VB psychische functie (belangrijkste/uniek aan mens zijn)
, Zelfbewustzijn !! => voortdurend bewust zijn van je eigen gedachten,
gevoelens, waarnemingen, verlangens, herinneringen en plannen
Psychiatrisch symptoom:
Klacht of verschijnsel dat voor zorgverlener/psychiater betekenis heeft
Als uiting van een stoornis in 1 of meer psychische functies
Psychiatrisch syndroom:
Veel voorkomende psychische en lichamelijke klachten/verschijnselen
In combinatie met beloopskenmerken
Psychiatrische stoornis:
= psychiatrisch syndroom dat gepaard gaat met:
Klinisch significante lijdensdruk (subjectief)
Beperkingen in functioneren (sociaal, beroepsmatig, familiaal…)
Psychopathologie
= wetenschap van het bestuderen en diagnosticeren van de psychiatrische stoornissen
= psychiatrische ziekteleer
1. Etiologie: welke factoren brengen het proces op gang
2. Pathogenese: wat zijn de ontstaansprocessen
3. Psychiatrisch syndroom: (zie hierboven)
Ziekte: Samenhangend inzicht …
in de aard van de symptomen
in hun onderlinge verband (syndroom)
in wijze waarop zij ontstaan (pathogenese)
in de factoren die ziekteproces op gang brengen (etiologie)
Psychiatrische ziekten
Interactie geest (psyche) en lichaam (soma): onlosmakend verbonden, voor ieder
individu geldig
Wederzijds verband!! (iets mentaal kan lichamelijke ongemakken uitlokken EN bepaalde
somatische klachten/oorzaken kunnen aanleiding geven tot een probleem met de geest)
Vb: depressie kan leiden tot vermoeidheid
Vb: hypothyreoïdie (trage werking schildklier) kan leiden tot depressiesymptomen
!! Psychiatrische ziekten zijn eigenlijk syndroomdiagnosen -> daarom spreken we van stoornissen
Psychiatrie = toegepaste wetenschap
Kennis: theorie en empirie over functies/processen/symptomen (algemene)
Kunde: het praktisch doen (richt zich op individu)
,Deel I.2: Diagnostiek & classificatie
Psychiatrische diagnostiek
= geheel van methoden waarmee door de psychiater gegevens worden verzameld over de
aard en de oorzaken van de psychiatrische symptomen en stoornis van de patiënt
5 onderdelen (samen is dit het psychiatrisch onderzoek in ruime zin):
1. Gepersonaliseerde diagnostiek = inventariseren/opsommen van de ervaringen,
verklaringen en verwachtingen v/d P
2. Descriptieve = vaststellen van de psychiatrische symptomen (observeren, exploreren)
3. Etiopathogenetische = beschrijven van etiologie en pathogenese
4. Prognostische = voorspellen van het te verwachten natuurlijke verloop
5. Indicatiestelling = voorspellen van de te verwachten effecten van de behandeling
DOELEN:
1. Psychiatrische symptomen vaststellen (grondslag voor de classificatie)
2. Opsporen mogelijke etiologische factoren
- Lichamelijke oorzaken
- Ernstige levensgebeurtenissen (trauma’s)
- Erfelijke belasting
- Levensloop
- Persoonlijkheidtrekken
- Copingstijlen
- Afweermechanismen
3. Vaststellen ernst en gevolgen
Psychiatrisch onderzoek (om psychiatrisch syndroom vast te stellen)
Psychiatrische anamnese
Status-mentalis onderzoek
Op systematische manier vastleggen van info betreffende psychiatrisch
klachten/verschijnselen
1. Anamnese: zoeken naar belangrijke kernsymptomen/functies
2. Exploratie: gericht vragen naar relevante subjectieve psychiatrische functies
(navragen bijkomende pathologieën)
3. Observatie: observeren van de objectieve psychiatrische functies (manier van
spreken, gevoelsuiting…)
4. Testen: specifieke testvragen om objectieve psychiatrische symptomen vast te
stellen en globaal te kwantificeren
3 psychische hoofdfuncties = TRIAS PSYCHICA
Cognitief – denken – gedachten Hiërarchie in de stoornissen:
Affectief – voelen - gevoelens obv urgentie/ernst
Conatief – willen – gedrag Cognitief > affectief > conatief
, ! aanhouden systematiek: verhoogt veiligheid, maakt communicatie mogelijk (uitwisselbaarheid) en
betrouwbaarheid => geeft structuur en houvast
Bijkomende begrippen:
3de persoonsbenadering:
Objectieve waarneming
Wetenschappelijke methode: onderzoekresultaten onafh onderzoeken en
hoge interbeoordeelaarsbetrouwbaarheid
Verschijnselen van belang
1ste persoonsbenadering
Subjectieve ervaring: vb hallucinaties, wanen
Fenomenologische methode (empathie)
Psychiatrische symptomen: uitingen psychische disfuncties + manier waarop
met subj ervaringen wordt omgegaan
Klachten
VORM
Beschrijving van structuur v/d psychische ervaring in psychopathologische
termen
Aard van de stoornis
‘Hoe ervaart de P zichzelf en de wereld?’
Status-mentalis onderzoek
LET OP: gestructureerde diagnostische interviews gaan uit van bepaalde
classificaties
INHOUD
Wat P echt ervaart
Situatie, cultuur en maatschappij
‘Wat ervaart P’
Psychiatrische diagnostiek
(vaststellen oorzaken en keuze
behandeling)
Eerste indrukken + bewustzijn, aandacht en oriëntatie +
geheugen = globale hersenfuncties
De rest = specifiekere hersenfuncties
MEER INFO:
1. Eerste indrukken:
(geeft heel veel info over P en zijn pathologie)
Zeer grote waarde: eerste contact (opmerkzaam
zijn)
Aanwijzingen voor mogelijke psychiatrische
symptomen en persoonlijkheidstrekken