Raoul Craeymeersch
Inhoudstafel
Inleiding
Algemene inleiding
Specifieke inleiding
1. Het urinestelsel
1.1. Nier
1.2. Nierbekken
1.3. Urineleider
1.4. Urineblaas
2. Vrouwelijke geslachtsorganen
2.1. Eierstok
2.2. Eileider
2.3. Baarmoeder
2.4. Schede
2.5. Pudendum femininum
2.6. Vrouwelijke urinebuis
2.7. Vrouwelijke zwellichamen
Borstklier
3. Mannelijke geslachtsorganen
3.1. Teelbal
3.2. Bijbal
3.3. Zaadleider
3.4. Zaadblaasjes
3.5. Voorstanderklier of prostaat
3.6. Balzak
3.7. Mannelijke urinebuis
3.8. Roede
4. Ademhalingsstelsel
4.1. Uitwendige neus-eigenlijke neus-nevenholten
4.2. Keelholte
4.3. Strottenhoofd
4.4. Luchtpijp
4.5. Longpijp
4.6. Long
4.7. Longvlies
1
, Raoul Craeymeersch
5. Spijsverteringsstelsel
5.1. Mondholte
5.2. Fauces
5.3. Keelholte
5.4. Slokdarm
5.5. Maag
5.6. Dunne darm
5.7. Dikke darm
5.8. Adnex spijsverteringsstelsel
6. Bloedsomloop
6.1. Het hart
6.2. Bloedvaten van de kleine bloedsomloop
6.3. Slagaders van de grote bloedsomloop
6.4. Aders van de grote bloedsomloop
6.5. Lymfevatenstelsel
7. Endocrien stelsel
7.1. Hypophyse
7.2. Bijnier
7.3. Schildklier
7.4. Bijschildklier
7.5. Thymus
7.6. Pancreas
7.7. Lever
7.8. Testis
7.9. Ovarium
8. Topografie
2
, Raoul Craeymeersch
Inleiding
Algemene inleiding
Anatomie: over de structuur <-> fysiologie: over de functie
Macroscopie <-> microscopie: cytologie (celleer) en histologie (weefselleer)
Stelselmatige anatomie
- ingewanden
o urogenitaal stelsel
o ademhalingsstelsel
o endocrien stelsel
o spijsverteringsstelsel
- zintuigen
Sinister: links gelegen
Specifieke inleiding
Weefseltypes
- epitheelweefsel/dekweefsel
- bindweefsel: vetweefsel, bloed, pezen en ligamenten, bot, kraakbeen, lymfe
- spierweefsel: gestreept, glad, hart
- zenuwweefsel
Inwendige organen
- massieve organen: functie afhankelijk van parenchym
o parenchym: dekweefselmassa met bindweefsel
- holle organen: lumen met wand
Elk orgaan autonoom of cerebrospinaal bezenuwd
Samenstelling van de wand
Tunica mucosa: slijmvlies
- dekweefsel, eronder bindweefsel met bloedvaten en zenuwen
- eventueel gladde spiercellen
o tela submucosa: bindweefsellaag tussen dit en tunica muscularis
- glandulae: klieren die in orgaan zitten
o exocrien: afvoergang via moederbodem
o endocrien: afvoergang rechtstreeks naar de bloedbaan
o secretie of excretie
o cytogene klier: scheidt cellen af i.p.v. stoffen
Tunica muscularis: spierlaag
- meestal glad spierweefsel
Tunica adventitia: bindweefsel verbonden met omliggende organen
Tunica serosa: weivlies
- verbind orgaan met rechtstreekse omgeving
3
, Raoul Craeymeersch
- verzekerd door meso, dubbelblad van serosa
1. Het urinestelsel
Ligt buiten de met peritoneum (buikvlies) bekleedde buikholte
- peritoneale holte: buikholte
Proximaal gedeelte in retroperitoneale ruimte
Vanaf distale gedeelte urineleider in bindweefsel van kleine bekken
1.1. Nier
Ren of nefros: nier
- hilus: nierpoort op mediale rand
- van T12 tot L3; 120-300g
- rechts iets kleiner dan links
Hoefijzernier: beide nieren met elkaar
vergroeit bij middellijn
Samenstelling
- nierkapsel met vetlaag errond
- eronder parenchym
Nierparenchym: werkzame deel van de nier
- cortex: uitwendige schorslaag
o ook tussen piramiden als kolommen
kwab: schors + piramide
o hierin nierlichaampjes, bestaande uit:
capsula glomeruli (Bowman): dubbelwandig omhulsel
gaat over in proximale tubulus renalis
opgerold tot tubulus contortus in pars convoluta
verlengd in pars recta tot lus van Henle
distale tubulus renalis
glomerulus: kluwen van haarvaten
aanvoerend en afvoerend bloedvat
- medulla: inwendige merglaag
o 6-15 blauwrode piramiden, basis ⫽ schorsoppervlakte
o op top papilla (niertepel) zit een zift
gaatjes hiervan zijn tubuli renales
Bloedvoorziening door a. renalis sinistra et dextra
- komt van aorta abdominalis
- geeft eerst takken aan bijnier
- aa. worden vaatjes voor bekken en kapsel
- worden arteriae interlobulares die naar ieder nierlichaampje gaan
- worden nieraders die zich verzamelen in de v. renalis
4
Inhoudstafel
Inleiding
Algemene inleiding
Specifieke inleiding
1. Het urinestelsel
1.1. Nier
1.2. Nierbekken
1.3. Urineleider
1.4. Urineblaas
2. Vrouwelijke geslachtsorganen
2.1. Eierstok
2.2. Eileider
2.3. Baarmoeder
2.4. Schede
2.5. Pudendum femininum
2.6. Vrouwelijke urinebuis
2.7. Vrouwelijke zwellichamen
Borstklier
3. Mannelijke geslachtsorganen
3.1. Teelbal
3.2. Bijbal
3.3. Zaadleider
3.4. Zaadblaasjes
3.5. Voorstanderklier of prostaat
3.6. Balzak
3.7. Mannelijke urinebuis
3.8. Roede
4. Ademhalingsstelsel
4.1. Uitwendige neus-eigenlijke neus-nevenholten
4.2. Keelholte
4.3. Strottenhoofd
4.4. Luchtpijp
4.5. Longpijp
4.6. Long
4.7. Longvlies
1
, Raoul Craeymeersch
5. Spijsverteringsstelsel
5.1. Mondholte
5.2. Fauces
5.3. Keelholte
5.4. Slokdarm
5.5. Maag
5.6. Dunne darm
5.7. Dikke darm
5.8. Adnex spijsverteringsstelsel
6. Bloedsomloop
6.1. Het hart
6.2. Bloedvaten van de kleine bloedsomloop
6.3. Slagaders van de grote bloedsomloop
6.4. Aders van de grote bloedsomloop
6.5. Lymfevatenstelsel
7. Endocrien stelsel
7.1. Hypophyse
7.2. Bijnier
7.3. Schildklier
7.4. Bijschildklier
7.5. Thymus
7.6. Pancreas
7.7. Lever
7.8. Testis
7.9. Ovarium
8. Topografie
2
, Raoul Craeymeersch
Inleiding
Algemene inleiding
Anatomie: over de structuur <-> fysiologie: over de functie
Macroscopie <-> microscopie: cytologie (celleer) en histologie (weefselleer)
Stelselmatige anatomie
- ingewanden
o urogenitaal stelsel
o ademhalingsstelsel
o endocrien stelsel
o spijsverteringsstelsel
- zintuigen
Sinister: links gelegen
Specifieke inleiding
Weefseltypes
- epitheelweefsel/dekweefsel
- bindweefsel: vetweefsel, bloed, pezen en ligamenten, bot, kraakbeen, lymfe
- spierweefsel: gestreept, glad, hart
- zenuwweefsel
Inwendige organen
- massieve organen: functie afhankelijk van parenchym
o parenchym: dekweefselmassa met bindweefsel
- holle organen: lumen met wand
Elk orgaan autonoom of cerebrospinaal bezenuwd
Samenstelling van de wand
Tunica mucosa: slijmvlies
- dekweefsel, eronder bindweefsel met bloedvaten en zenuwen
- eventueel gladde spiercellen
o tela submucosa: bindweefsellaag tussen dit en tunica muscularis
- glandulae: klieren die in orgaan zitten
o exocrien: afvoergang via moederbodem
o endocrien: afvoergang rechtstreeks naar de bloedbaan
o secretie of excretie
o cytogene klier: scheidt cellen af i.p.v. stoffen
Tunica muscularis: spierlaag
- meestal glad spierweefsel
Tunica adventitia: bindweefsel verbonden met omliggende organen
Tunica serosa: weivlies
- verbind orgaan met rechtstreekse omgeving
3
, Raoul Craeymeersch
- verzekerd door meso, dubbelblad van serosa
1. Het urinestelsel
Ligt buiten de met peritoneum (buikvlies) bekleedde buikholte
- peritoneale holte: buikholte
Proximaal gedeelte in retroperitoneale ruimte
Vanaf distale gedeelte urineleider in bindweefsel van kleine bekken
1.1. Nier
Ren of nefros: nier
- hilus: nierpoort op mediale rand
- van T12 tot L3; 120-300g
- rechts iets kleiner dan links
Hoefijzernier: beide nieren met elkaar
vergroeit bij middellijn
Samenstelling
- nierkapsel met vetlaag errond
- eronder parenchym
Nierparenchym: werkzame deel van de nier
- cortex: uitwendige schorslaag
o ook tussen piramiden als kolommen
kwab: schors + piramide
o hierin nierlichaampjes, bestaande uit:
capsula glomeruli (Bowman): dubbelwandig omhulsel
gaat over in proximale tubulus renalis
opgerold tot tubulus contortus in pars convoluta
verlengd in pars recta tot lus van Henle
distale tubulus renalis
glomerulus: kluwen van haarvaten
aanvoerend en afvoerend bloedvat
- medulla: inwendige merglaag
o 6-15 blauwrode piramiden, basis ⫽ schorsoppervlakte
o op top papilla (niertepel) zit een zift
gaatjes hiervan zijn tubuli renales
Bloedvoorziening door a. renalis sinistra et dextra
- komt van aorta abdominalis
- geeft eerst takken aan bijnier
- aa. worden vaatjes voor bekken en kapsel
- worden arteriae interlobulares die naar ieder nierlichaampje gaan
- worden nieraders die zich verzamelen in de v. renalis
4