Algemene economie II
Produc e, inkomens en bestedingen – de macro-economische benadering
Micro = individuen en bedrijven macro = geaggregeerde niveau + geheel (rente, infla e, ...)
Cijfermateriaal (na onale rekeningen/boekhouding) = niet kennen (snappen)
Transac es tussen agenten
Bruto binnenlands (na onaal) product = BBP
Per defini e: = na onaal inkomen = bestedingen na onaal product
Boekhoudkundige gelijkheid!
Produc e, toegevoegde waarde en factorvergoedingen
Na onaal product = na onaal inkomen
Voorbeeld: produc e van schoenen
- Produc efasen:
Bewerken van huiden
Leder maken intermediair goed (verder gebruik)
Verwerken tot schoenen
Schoenen aan consumenten verkopen finaal goed
Twee berekeningen waarde produc e:
1. Waarde finaal goed (dienst)
2. Som van toegevoegde waarde
3. Som van factorvergoedingen (F)
Factorvergoedingen = toegevoegde waarden
Loonsom (arbeid), pachtsom (natuur) en interestsom (kapitaal) = eigenlijk
Winst = vergoeding voor ondernemingsini a ef !
Komen bij gezinnen terecht als inkomen (W = Y)
Waarde produc e = waarde alle goederen (A) – som intermediair verbruik (M) (W = A – M)
Voorraden:
- Niet alle goederen = verkocht in dezelfde periode
- Voorraden = finale goederen!
- Waarde van produc e
Verkopen = waarde
Wijzigen in voorraden
Verkoop > waarde = voorraad
Berekeningen:
1. Waarde van finaal goed + eindvoorraad
2. Som van toegevoegde waarde
3. Som van factorvergoedingen
Waarde produc e = waarde goederen (A) + voorraden (V e) – intermediair gebruik (M) (W = A + V – M)
,Kapitaalgoederen = langer gebruik verlies van waarde door gebruik doorheen de jaren
Afschrijvingen = deprecia e (D)
Bruto product = geen rekening met deprecia e
Ne o na onaal product = bruto – deprecia e
=W–D
=F–D
=Y–D
Na onaal product = bestedingen van na onaal product
Gesloten economie zonder overheid
Stel: economie = gezinnen en bedrijven (geen overheid H11)
Consump e (C)
Investeringen (Iep) ex post = gerealiseerde investeringen
Vervangingsinvesteringen (vervanging) ! bruto (depreciatie = vervanging)
Uitbreidingsinvesteringen (extra)
Voorraadinvesteringen (produc e > verkoop = posi eve voorraad)
Gesloten economie zonder overheid: (! Iden teiten = gelijkheid die per defini e opgaat)
- W=Y
- W = C + Iep
- Y=C+S (S = sparen)
C + Iep = C + S
- S = Iep (nieuwe iden teit = sparen maakt ruimte voor investeringen)
Geld bij bank ze en = bank hee geld om uit te lenen
Eenvoudige economische kringloop
Reële kringloop = volle
Geldkringloop = s ppel
BBP, NBP, binnenlandse bestedingen en besteding van BP
BBP ≠ NNI
- Binnenlands (binnen Belgische grenzen) ≠ na onaal (door Belgische inwoners)
Bbp – fuitgaande + Fontvangen = bni
Ontvangen = vergoeding voor belgische factoren in buitenland
Uitgaande = vergoedingen voor buitenlandse factoren
- Bruto ≠ ne o (met deprecia e)
- Inkomen = product
,Bestedingen bij gesloten economie MET overheid
Extra bestedigingscategorie:
- Bestedingen van de overheid (G)
Overheidsconsump e (Gc) = lopende aankopen van goederen en diensten
Overheidsinvesteringen (Gi) = uitgaven aan kapitaalgoederen
- Exclusief overheidstransfer (betalingen zonder goederen of diensten) = nega eve belas ngen
- Exclusief rentebetalingen
Uitbreidingen: (iden teiten)
- W=Y
- W = C + Iep + G
- Y = Yd + T = C + S + T (deel van inkomen naar ne o-belas ngen T)
Yd = beschikbaar inkomen (zonder belas ngen)
C + Iep + G = C + S + T
- Iep + G = S + T
Bestedingen bij open economie MET overheid
Open economie: buitenland
- Export (X): deel van onze goederen en diensten aangekocht door buitenland
- Import (Z): goederen en diensten die we aankopen in buitenland
Zc = ingevoerde consump egoederen/diensten
Zi = ingevoergde investeringsgoederen
Zg = ingevoerde overheidsgoederen/diensten
Iden teiten:
- W=Y
- W = C + Iep + G + X – Z
- Y=T+C+S
C + Iep + G + X – Z = T + C + S
- Iep + G + X = S + T + Z
Product, bestedingen en lopende rekening van betalingsbalans
Financieringstekorten en overscho en
- S + T + Z = I ep + G + X
(S – Iep) = (G – T) + (X – Z)
- Spaaroverschot private sector = spaartekort overheid + tekort buitenland (overschot
betalingsbalans)
- Spaaroverschot = tekort overheid evenwicht betalingsbalans
, Belgisch BBP
- Verdeling BBP: ∑ inkomens
- Bestedingen BBP: = + + + –Z
- Economische vooruitzichten
Waarderingsproblemen
Bbp = waarde van alle finale goederen en diensten =∑ . xi
- X = hoeveelheid goed 1
- P = marktprijs
- N = aantal finale goederen en diensten
Problemen:
- Geen marktprijs: geïmputeerde waarde (vb. woning, publieke goederen, ...)
- Niet opgenomen in bbp: huishoudelijke produc e (vb. wassen, kuisen, kippen, ...)
Scheve vergelijking: bij sommige landen uitbesteed of wel meegeteld
- Ongewenste goederen: nega eve externaliteiten (gevolgen van andere diensten/goederen)
! BBP = welvaartsindicator (meest gebruikt ≠ perfect)
Bepaalde goederen niet in rekening (vb. criminele ac viteit, huishouden, zwartwerk, ...)
Zwarte economie = 12%-21% van BBP
Vrije jd ≠ mee in rekening invloed op welzijn
In rekening brengen, zonder nut
Deprecia e: afgeschreven waarde meerekenen
Waardevermindering (milieu / duurzaamheid)
Verdeling van welvaart?
Mul dimensionele me ng
Meerdere determinanten dan BBP/capita
Componenten van Human development index Be er life index
Produc e, inkomens en bestedingen – de macro-economische benadering
Micro = individuen en bedrijven macro = geaggregeerde niveau + geheel (rente, infla e, ...)
Cijfermateriaal (na onale rekeningen/boekhouding) = niet kennen (snappen)
Transac es tussen agenten
Bruto binnenlands (na onaal) product = BBP
Per defini e: = na onaal inkomen = bestedingen na onaal product
Boekhoudkundige gelijkheid!
Produc e, toegevoegde waarde en factorvergoedingen
Na onaal product = na onaal inkomen
Voorbeeld: produc e van schoenen
- Produc efasen:
Bewerken van huiden
Leder maken intermediair goed (verder gebruik)
Verwerken tot schoenen
Schoenen aan consumenten verkopen finaal goed
Twee berekeningen waarde produc e:
1. Waarde finaal goed (dienst)
2. Som van toegevoegde waarde
3. Som van factorvergoedingen (F)
Factorvergoedingen = toegevoegde waarden
Loonsom (arbeid), pachtsom (natuur) en interestsom (kapitaal) = eigenlijk
Winst = vergoeding voor ondernemingsini a ef !
Komen bij gezinnen terecht als inkomen (W = Y)
Waarde produc e = waarde alle goederen (A) – som intermediair verbruik (M) (W = A – M)
Voorraden:
- Niet alle goederen = verkocht in dezelfde periode
- Voorraden = finale goederen!
- Waarde van produc e
Verkopen = waarde
Wijzigen in voorraden
Verkoop > waarde = voorraad
Berekeningen:
1. Waarde van finaal goed + eindvoorraad
2. Som van toegevoegde waarde
3. Som van factorvergoedingen
Waarde produc e = waarde goederen (A) + voorraden (V e) – intermediair gebruik (M) (W = A + V – M)
,Kapitaalgoederen = langer gebruik verlies van waarde door gebruik doorheen de jaren
Afschrijvingen = deprecia e (D)
Bruto product = geen rekening met deprecia e
Ne o na onaal product = bruto – deprecia e
=W–D
=F–D
=Y–D
Na onaal product = bestedingen van na onaal product
Gesloten economie zonder overheid
Stel: economie = gezinnen en bedrijven (geen overheid H11)
Consump e (C)
Investeringen (Iep) ex post = gerealiseerde investeringen
Vervangingsinvesteringen (vervanging) ! bruto (depreciatie = vervanging)
Uitbreidingsinvesteringen (extra)
Voorraadinvesteringen (produc e > verkoop = posi eve voorraad)
Gesloten economie zonder overheid: (! Iden teiten = gelijkheid die per defini e opgaat)
- W=Y
- W = C + Iep
- Y=C+S (S = sparen)
C + Iep = C + S
- S = Iep (nieuwe iden teit = sparen maakt ruimte voor investeringen)
Geld bij bank ze en = bank hee geld om uit te lenen
Eenvoudige economische kringloop
Reële kringloop = volle
Geldkringloop = s ppel
BBP, NBP, binnenlandse bestedingen en besteding van BP
BBP ≠ NNI
- Binnenlands (binnen Belgische grenzen) ≠ na onaal (door Belgische inwoners)
Bbp – fuitgaande + Fontvangen = bni
Ontvangen = vergoeding voor belgische factoren in buitenland
Uitgaande = vergoedingen voor buitenlandse factoren
- Bruto ≠ ne o (met deprecia e)
- Inkomen = product
,Bestedingen bij gesloten economie MET overheid
Extra bestedigingscategorie:
- Bestedingen van de overheid (G)
Overheidsconsump e (Gc) = lopende aankopen van goederen en diensten
Overheidsinvesteringen (Gi) = uitgaven aan kapitaalgoederen
- Exclusief overheidstransfer (betalingen zonder goederen of diensten) = nega eve belas ngen
- Exclusief rentebetalingen
Uitbreidingen: (iden teiten)
- W=Y
- W = C + Iep + G
- Y = Yd + T = C + S + T (deel van inkomen naar ne o-belas ngen T)
Yd = beschikbaar inkomen (zonder belas ngen)
C + Iep + G = C + S + T
- Iep + G = S + T
Bestedingen bij open economie MET overheid
Open economie: buitenland
- Export (X): deel van onze goederen en diensten aangekocht door buitenland
- Import (Z): goederen en diensten die we aankopen in buitenland
Zc = ingevoerde consump egoederen/diensten
Zi = ingevoergde investeringsgoederen
Zg = ingevoerde overheidsgoederen/diensten
Iden teiten:
- W=Y
- W = C + Iep + G + X – Z
- Y=T+C+S
C + Iep + G + X – Z = T + C + S
- Iep + G + X = S + T + Z
Product, bestedingen en lopende rekening van betalingsbalans
Financieringstekorten en overscho en
- S + T + Z = I ep + G + X
(S – Iep) = (G – T) + (X – Z)
- Spaaroverschot private sector = spaartekort overheid + tekort buitenland (overschot
betalingsbalans)
- Spaaroverschot = tekort overheid evenwicht betalingsbalans
, Belgisch BBP
- Verdeling BBP: ∑ inkomens
- Bestedingen BBP: = + + + –Z
- Economische vooruitzichten
Waarderingsproblemen
Bbp = waarde van alle finale goederen en diensten =∑ . xi
- X = hoeveelheid goed 1
- P = marktprijs
- N = aantal finale goederen en diensten
Problemen:
- Geen marktprijs: geïmputeerde waarde (vb. woning, publieke goederen, ...)
- Niet opgenomen in bbp: huishoudelijke produc e (vb. wassen, kuisen, kippen, ...)
Scheve vergelijking: bij sommige landen uitbesteed of wel meegeteld
- Ongewenste goederen: nega eve externaliteiten (gevolgen van andere diensten/goederen)
! BBP = welvaartsindicator (meest gebruikt ≠ perfect)
Bepaalde goederen niet in rekening (vb. criminele ac viteit, huishouden, zwartwerk, ...)
Zwarte economie = 12%-21% van BBP
Vrije jd ≠ mee in rekening invloed op welzijn
In rekening brengen, zonder nut
Deprecia e: afgeschreven waarde meerekenen
Waardevermindering (milieu / duurzaamheid)
Verdeling van welvaart?
Mul dimensionele me ng
Meerdere determinanten dan BBP/capita
Componenten van Human development index Be er life index